5. Willem Groothuis op Luttikhuis

Willem Groothuis op Luttikhuis ° 1665 † 1716 ouders: zie hoofdstuk 3
NHx 1689
Jenneke Fykerink uit Lonneker

Het zesde kind van Herman ten Grootenhuis en Gese ten Veldthuys, onze Willem, werd op 11-6-1665 door de dominee te Oldenzaal gedoopt. Enkele maanden later moest dezelfde dominee de benen nemen naar voor hem veiliger oorden toen de bisschop van Munster met zijn leger Oldenzaal bevrijdde van de Staatsen en hun protestantse geloofsleer.
Heeft Willem in zijn wieg liggen schudden door het gebulder van de bisschoppelijke kanonnen? Hij heeft het in elk geval overleefd, wij met zijn allen zijn er het bewijs van.
Willem moet van jongs af geweten hebben dat hij op het Groothuis geen kans had met een oudere broer Jan die het eerste recht voor erfopvolging had. Hij moest dus of een erfdochter op een andere boerderij trouwen, en dat betekende afwachten en nemen wat er te krijgen was, of iets trachten te huren. Of hij kon gewoon alles vergeten en boerenknecht worden bij zijn broer Jan.
Voordat hij 24 werd, had hij echter het meisje van zijn keuze ontmoet, Jenneke Fykerink, ook Willemsen genoemd, uit Lonneker. Zij was geboren op de kathe [kleine boerderij met weinig rechten in de marke en het bestuur]
de Viekert, een erf dat nu nog bestaat en dicht aan de straatweg Losser-Enschede ligt. Van Jennekes afkomst weten we niets; de grote brand van 1862 te Enschede heeft heel haar voorgeschiedenis in de as gelegd.
Willem en Jenne trouwden op 26-5-1689 voor de Nederlandse Hervormde dominee. Hingen ze het nieuwe geloof aan? Het is niet bekend, men mocht niet Rooms Katholiek trouwen. Het sluiten van een huwelijk moest door een dominee geschieden en het was tevens een soort burgerlijk huwelijk. Ze hebben toen misschien al geweten dat het Luttikhuis, door Herman Hermanzen en Swenne ten Grootenhuis in 1651 gehuurd van Johan Wientjes, vrij zou komen.

Iets over het Luttikhuis.
Het Luttikhuis wordt in het schattingsregister van 1475 al genoemd en is dan met Groothuis, Holthuis en andere boerderijen een gewaard erf, dat wil zeggen met volledige rechten in de marke en zijn bestuur. Dit in tegenstelling tot een kathe zoals de Viekert in Lonneker, voor welke deze rechten slechts gedeeltelijk golden. Het schattingsregister van 1602 omschrijft het erf Luttikhuis als: Luttickhuys, woest, de erfgenamen van zalige Adolf van Twickelo tobehorich.
Klaarblijkelijk werd het erf in dat jaar niet bewoond. Rond 1624 woont er ene Herman ten Luttickhuys en zijn vrouw Jenneke Riekerinck en in 1642 is de bewoner Jan Wisserinck en vrouw Elisabeth. Zij hebben het in pacht van Johan ter Haar den Regten Doctor (een jurist) wiens eigendom het is sinds 1636. Volgens een akte van 14 september 1643 koopt Johan Wientjes, koopman in Oldenzaal, en zijn vrouw Anneke, het Luttikhuis voor 900 daalders. Op 16 juli 1645 wordt Wientjes er door de heer Ripperda tot Hengelo op attent gemaakt dat het onderhavige erf leenroerig is, afkomstig en afhankelijk van de leenheer, en of hij maar een leenbrief wil komen halen in Hengelo.
Het is een komen en gaan van huurders op het Luttikhuis:
1648 Johan ten Luttickhuys
1649 Lubbert ten Luttickhuys
1650 Herman Hermanzen en zijn eerste vrouw (ten Camp)
1651 Herman Hermanzen en zijn tweede vrouw Swenne ten Grootenhuis, zie hoofdstuk 2.
We moeten wel bedenken dat het om twee boerderijen ging: het Luttikhuis zelf en de er bijhorende wönnerplaats [huurboerderij met grond, behorende bij een groter erf] Spanje.

Willem en Jenneke naar het Luttikhuis
Op 10 september 1690 tekenden Willem, zijn vader en zijn neef Jan ten Veldthuys het huurcontract waarvan het grootste deel hieronder is weergegeven. Het origineel is deels slecht, deels in het geheel niet te lezen. Verhuurder is Theodorus Wientjes, zoon van Johan Wientjes.
Ick onderget. doe kundt ende betuige in en vermits deeze openen brieff voor mij en mijne nakoomelingen, dat Willem ten Grootenhuys en sijne vrouw, neffens sijn vader en neeve Veltjan bij mij sijn gekomen ende begeert hebben het Erve Luttickhuys te winnen en te huyren, so is dat ick het voors. Erve Luttickhuys met al sijne landen en Spaniers gaende nae de sijdt vant Lutticke witt en rott so als het selve is afgetuint en so als het selve in de marcke Doringe geleegen, vermeyere en verpachte gelijck dan doe mits deese aen voornoembde Willem ten Grootenhuys ende sijne vrouw Jenneken Willemsen ende dat voor de tijdt van haer beider leventlanck waer voor sij eene redelycke diseretion aen mij en mijne vrouw sullen hebben te betaelen in der maniere dat hij en sijn vrouw het voors. Erve orbaerlyck sullen moeten gebruicken, mits dat hij huyrman en sijn vrouw daar van jaarlix ende alle jaers op Martini sullen hebben te geeven ter pacht seeven mudde schoone clare droge winterrogge ende vijf mudde schoone en droge bookweyt, een vet schaap ofte lam, 3 pahr hoenders, drie denste met het span en eene denstgunst oock met waagen en paard jaerlix en alle jaars . .
(5 regels onleesbaar)

geen holt daer van hauwen ofte oock op eenigerley maniere eenigh landt daer van beswaeren. Die Heeren en bourlasten so daer op staen en komen mogen als een goedt meijer bij verbeurte van sijn erfwinninge te betaelen. Voor dewelcke jaerlix pachte Veltjan sich als borge voor sijn neeve Willem Groothuys doet verbinden in waerheits orkunde is deese van die Heer Verhuyrder Dr.Wientjes ende de huyrman neffens aenweesende getuige en daeges vrinden met eigen handmercken en hand ondergetekent, actum Oldenzell de 10 Septenber 1690.
Theod.Wyntjes als verhuyrder.
In deze overeenkomst staan ongeveer dezelfde condities als het huurcontract in 1651. Wat opvalt is de manier van ondertekening door Willem, met een handmerk bijna identiek aan dat van zijn vader. Hij laat echter de rechterbalk van het kruis weg. Was dat de gangbare methode om aan te geven dat hij een tweede zoon was, geen erfopvolger?
Willem en Jenneke hebben niet slecht geboerd op het Luttikhuis. In het archief van Wientjes komen geen aanmaningen, afrekeningen en dergelijke voor aan hen gericht. Dit kwam bij de voorgaande huurders en die na Willem geregeld voor. Mogelijk is dit ook te danken aan het goede contact dat ze hadden met Jan Groothuis en zijn vrouw Fenne en aan de praktische hulpvaardigheid van Jenneke in de buurt. Dit blijkt uit de talloze keren dat haar naam geschreven staat bij het dopen van de kinderen in de buurt. Was Jenneke misschien een soort vroedvrouw?
Willem Groothuis op Luttikhuis is niet oud geworden, hij overleed half maart 1716. Er werd voor hem geluid in de St. Plechelmus toen hij op 20 maart werd begraven. Ruim 50 jaar werd hij dus. Van zijn vrouw Jenneke Fykerinck is niet bekend wanneer ze is gaan hemelen.

Wat er buiten Deurningen gebeurde in die tijd
Onze Michiel de Ruyter behaalde zijn grote overwinningen op zee en Neerlands grootste schilder, Rembrandt van Rijn, overleed. Stadhouder Willem III verslaat in Ierland de Engelse koning Jacobus, een gebeurtenis die elk jaar nog gevierd word door de Orangisten in Ulster. En dan is er natuurlijk nog het rampjaar in Nederland als 'de regering radeloos, het land reddeloos en het volk redeloos' is.

Willem Groothuis op Luttikhuis ° 11-6-1665 † 20-3-1716
NHx 26-5-1689
Jenneken Fykerinck (Lonneker)
|
+ Hermken ° ?
|
+ Maria ° ?
|
+ Euphemia ° 1695
|
+ Wilhelm ° 1697
|
+ Joanna ° 1699
|
+ Herman ° 1701
|
- Gisberta ° 1704

Wat gebeurde er met deze kinderen
  1. Hermken, uiteraard genoemd naar de vader van Willem. Stel je voor dat er geen zoon geboren werd, de grootvader moest toch vernoemd worden. Zij huwde in 1716 met Geert Wennink uit dezelfde marke.
  2. Maria, evenals van Hermken geen geboortejaar bekend. Zij trouwt in 1722 met de weduwnaar Arnold Wennink, een broer van Geert, zie boven.
  3. Euphemia, 4-8-1695, niet getrouwd.
  4. Wilhelm, 18-7-1697, genoemd naar de vader. Hij is de erfopvolger op het Luttikhuis, echter niet zonder meer zoals zal blijken.
  5. Joanna, 24-9-1699, huwt in 1730 met de weduwnaar Herman Witbreuke te Driene.
  6. Herman, 30-11-1701, toch nog een zoon om naar de grootvader te noemen. Hij is onze voorvader die we terugzien in hoofdstuk 7.
  7. Gisberta, 14-10-1704, een tot nu toe onbekende naam in de familie. Zij treedt 1738 in het huwelijk met Herman Niehuis uit de buurt.

Hoe ging de erfopvolging in zijn werk na Willems dood? Het is, naar de bekende feiten te oordelen ongetwijfeld een spannende zaak geweest. Zie hiervoor hoofdstuk 6.