3. Herman ten Grootenhuis

Herman ten Grootenhuis ° ±1630 † ±1697 ouders: zie hoofdstuk 2
x 1655
Gese ten Veldthuys ° 1628 † ±1694

De Horigheid
Onze derde stamvader is weer een Herman, geboren en getogen in de marke Deurningen en evenals zijn vader en grootvader horig onder de Proosdij van Oldenzaal. Ook al waren al deze kerkelijke goederen geconfisqueerd tijdens de 80-Jarige oorlog en het bezit geworden van de provincie Overijssel, de naam Proosdij bleef lang bestaan.
Ook de horigheid bleef in die gemeenschap van hof- of huisgenoten geheel volgens de rechten en plichten zoals die voor het laatst waren vastgesteld op de vergadering van hofmeyers en oudste hofhorigen te Ootmarsum in 1546. Eigenlijk wilden de betrokken boeren ook niet anders, ze betaalden niet te veel huur en waren eigen baas op hun erf waarvan ze niet verwijderd konden worden zolang ze hun plichten ten opzichte van het hof nakwamen.
Diverse keren heeft de provincie Overijssel de boeren aangeboden zich voor een gering bedrag vrij te kopen van de horigheid. Men deed dit aanbod omdat men geld nodig had bij de Provincie maar ook om met de boeren een normale pachtovereenkomst te kunnen afsluiten waarbij de huur in baar geld betaald zou worden.
Het is reeds gezegd, de boeren voelden er weinig voor. Het heeft tot in de 19e eeuw geduurd voordat deze domeingoederen [staatseigendommen, veelal verkregen door confiscatie van kerkelijke goederen], zoals ze genoemd werden, onderhands of openbaar aan de bewoners (of anderen) verkocht waren. Het horigheidsstelsel is er ook de oorzaak van dat de boerderijen in Twente niet gedeeld werden als er meerdere zonen waren voor opvolging. Dat kon niet volgens de geldende rechten en plichten. Later toen men eigenaar van het erf was bleef deze regel gelden: geen deling, ook niet als er meerdere zonen waren.

Terug naar Herman
Hij werd geboren rond 1630 en was waarschijnlijk Nederlands Hervormd gedoopt. Rond die tijd was alle Katholieke activiteit verboden, de geloofsvervolging van toen word nog het beste gekarakteriseerd door de uitspraak van de historicus Geerdink: 'De Romeinse keizers van Nero tot Constantijn hebben nooit zoveel plakkaten tegen de Christenen uitgegeven als er bestaan in de Provincie Overijssel van 1580 tot 1780 tegen de Katholieken'!
Ook op ander gebied vaardigde men plakkaten uit zoals in april 1664 : 'Wie voortaan in ons gewest zijn medemens voor tovenaar, weerwolf en dergelijke uitscheldt verbeurt terstond vijftig gulden en wie de boete niet betalen kan, wordt aan de kaak gesteld en gestraft naar de ernst van het feit'. Een onvoorzichtig woord en men ging aan de schandpaal!
Beginnen we met het bewijs te leveren dat Herman 3 de zoon is van Herman 2 want een doopakte van Herman 3 is niet gevonden. In maart 1658 laat onze Herman in het markeboek van Deurningen een stuk noteren over een door zijn vader verkocht stuk land.
Vrije vertaling:
Herman Groothuis verklaart dat zijn overleden vader Herman ten Groothuis een stuk land het vijftig guldens stuk heeft verkocht aan Geert Blencke en zijn vrouw Locke voor ƒ 50,- welk bedrag hij voordien aan Jan Wyrinck namens de marke Deurningen heeft moeten verrenten. Hij verzoekt om het perceel land over te dragen aan Geert Blencke, zodat Herman Groothuis (en de marke Deurningen) wordt ontlast van de betaling van de grondbelasting e.d.
Wel houdt Herman Groothuis het eerstkooprecht als het stuk grond opnieuw verkocht wordt en hij er hetzelfde voor wil betalen als anderen bereid zijn te geven. Verder heeft Herman Groothuis de graven (sloot) aan de maat (lage weide) aan Geert Blencke afgestaan en zal hij op zijn eigen grens een omheining maken.
Herman 3 spreekt over zijn vader Herman 2 dus het bewijs is er.

Herman en Gese
Herman huwde op 16 september 1655 voor de dominee van Oldenzaal met Gese ten Veldthuys, een meisje van 27 jaar uit dezelfde marke. Zij was de dochter van Bernard ten Veldthuys en Joanna Riekerink. Deze Joanna was weer een dochter van Hendrik Riekerink en Hille, genoemd onder Hendrik ten Grootenhuys en vermoedelijk een schoonzus van deze laatste.

Bernard ten Veldthuys
x
Joanna Riekerink
|
- Gese ten Veldthuys

Gese werd in 1665 opgenomen in de horigheid:
Compareert Gese ten Veldthuis met haren man en mombaar Harmen ten Groothuys en heeft zich des pravestye echte onderworpen en na de goede ende erve Groothuys in Doringe gequalificeert en een vrij kindt geconditioneerd

De eerste stamvader horigvrij
Het echtpaar had reeds vijf kinderen op dat moment. Die zijn dus vrij geboren, want Gese was toen nog niet horig. Het zesde kind, onze stamvader Willem, werd enige dagen later geboren. Hij werd dus het bedongen vrije kind.


Herman ten Grootenhuis ° ±1630 † ±1697
NHx 16-9-1655
Gese ten Veldthuys ° 9-2-1628 † ±1694
|
+ Hermken ?
|
+ Jenne ° 15-10-1657
|
+ Euphemia ° 30-10-1659
|
+ Hille ° 3-3-1661
|
+ Jan ° 2-10-1662
|
- Willem ° 11-6-1665

Van Hermken is de doop niet gevonden, de anderen zijn gedoopt door de Ned. Hervormde predikant in Oldenzaal. Het lijkt er dus op dat Herman en Gese het nieuwe geloof aanhingen. Maar mogelijk hebben ze hun kroost nog eens stiekem laten overdopen door een illegaal rondtrekkend R.K. priester.

Hoe vergaat het deze kinderen
In 1694 werd een registratie gemaakt van de onder de Proosdij horende boerderijen met hun bewoners. Over het gezin van Herman en Gese staat vermeld:
Herman ten Grootenhuys is getrouwt aan Gese ten Veldthuys, hebben te saem geprocreërt 6 kindern, de olste genaemt Hermken getrouwt aan Herman Staferinck die geprocreërt hebben 2 kinderen. Deze is overleden. De 2e Jenneken welcke is overleden. De 3e Hilleken welcke is overleden. De 4e Fenneke meede overleden. De 6e Willem getrouwt aan Jenne Fykerinck uit Lonneker en hebben te saemen 3 kinderen. De 5e Jan getrouwt aan Fenne Deppenbroek. Deze bezitten het Erve en hebben 2 kinders. De eerste genaemt Jenneken de 2e Geertken
De vier dochters van het gezin zijn dus alle op vrij jonge leeftijd overleden, een hard gelag voor Herman en Gese die dat allemaal hebben moeten meemaken. N.B. In de registratie zit een fout: het derde en vierde kind zijn verwisseld!
Op Willem, onze volgende stamvader, komen we uitgebreid terug in het desbetreffende hoofdstuk. Jan, de oudere broer en erfopvolger, zullen we in hoofdstuk 4 belichten.
Evenals zijn vader was ook Herman 3 een werkzaam en gewaardeerd lid van de gemeenschap, zowel in het markebestuur als in de Proosdij. Vooral in geschillen tussen hofgenoten was Herman een van de mannen die bemiddelend of oordelend optraden.
Van Herman wordt een laatste teken van leven waargenomen in 1697, hij is dan getuige bij een doop. Over Gese is sinds 1694 niets meer gevonden. De data van overlijden van beiden is dus niet bekend.

Hofgenoten aan het bier!
De jaarlijkse Hofdag-bijeenkomsten, bijwonen was voor elke hofhorige verplicht, waren niet altijd even ernstig, er werd ook weleens een loopje genomen met de regels. Een van die regels was dat als men op twee achtereenvolgende hofdagen verzuimde aanwezig te zijn, men belmundig kon worden verklaard. Dat wil zeggen dat men zijn rechten verloor en uit het erfrecht gezet kon worden. Maar in 1690 waren de horigheidswetten niet zo strak meer, er kon een grap mee worden uitgehaald. Hier het verslag van de Hofdag van 1690:
Hoffdag geholden op Midvasten den 29e Marty 1690.
Hoffmeyer : Joh. Gerl.Veldtcamp
Assessoren: Herman ten Grootenhuys, Berent Woesthof.
Absenten : Maegelt, Olbeek, Breukinck, Ilgerinck en Weerninck.
Is voorgekomen hoe dat Ilgerinck, Hoffhoorigh onder deeze Hoff, in verscheiden Hoffgerigte persoonlyck niet is gecompareert maar alleen door een derselfs soon, welcke door die samentlyke Huisgenoten ingevolgh Hoffregte is gecondemneert in een amende van een halve tonne bier, tot welcken betalinge de soon van Ilgerinck op die naasten daaraan volgende Hoffdagh is aangemaand.
Welcke betaelinge de soon van Ilgerinck declineerde onder voorgewende dat hij aan deeze Hoff niet gebonden war, waarop de Hoffmeyer in deze die voorzeide halve tonne biers aan Frans Aubel betaelende en oordeel heeft gevragd wat in deze saecke te doen stande.
Oordeel.
Die samentlyke presente Huisgenoten oordeelen dat Ilgerinck sijne begaene belmundigheyt zal hebben van den Hoffmeyer af te koopen mits de Huisgenoten eisende een halve tonne biers tot welcke van den Hoffmeyer wordt geaccordeert
De vergadering heeft geoordeeld, Ilgerinck zit er aan vast, zijn mede-Hofgenoten dronken ieder een paar kroezen bier op zijn kosten!

Hoe groot was het Groothuis?
Alvorens afscheid te nemen van het boerenerf Groothuis waar minstens vier van onze voorvaders geboren zijn en hun jeugd hebben doorgebracht en drie daarvan er hun leven lang woonden en er stierven, willen we nog iets meer vertellen over dit Proosdijgoed in Deurningen. In het verpondingsregister van 1601/1602 staat het als volgt beschreven:
Groethuys, der proffstiën van Oldenzel tobehorich, hefft an seylant 9 mudde, gifft an pachtrogge 6 mudde. Item, den graven tenden over het lant den capittel
De bewoners van Groothuis betaalden dus 6 mudde rogge als huur en bovendien een tiende van het korenverbouw. De 9 mudde seylant [zaailand: akkerland] zegt nog niet veel over de grootte van het erf. Gaan we het vergelijken met de grootste boerderij in Lemselo in dezelfde tijd, Benherinck dat 8 mudde seylant heeft, dan is 9 mudde wel een maat.
Als in 1602 als maat voor een belasting het aantal paarden op de boerderijen worden geteld is dat bij Groothuis vier stuks, Beverborg in de Lutte drie stuks, Engelbertink in Rossum drie stuks en Wolbert in Lemselo geen. Het was dus een van de grotere erven van Twente en dat is het gebleven tot in de 19e eeuw. Het tegenwoordige 'Groothuis' is belangrijk kleiner door splitsing en verkoop.