1. Hendrik ten Grootenhuys

Hendrik ten Grootenhuys ° ±1555 † ±1628
x
Swenne

Rijksarchief Zwolle
In het rijksarchief van Zwolle bevinden zich twee oude boeken die voor ons erg belangrijk zijn: informatie over de boerderijen en hun bewoners die hoorden onder de Proosdij [waardigheid van de Proost, R.K. geestelijke, hoogste kerkelijk gezag in Twente], direct resorterend onder de bisschop (zie hoofdstuk 2) van Oldenzaal. Alle verslagen van de vergaderingen van de hofmeier [beheerder van onroerend goed, oefende tevens de rechtspraak uit over de hofgenoten, de bewoners van deze goederen] met de desbetreffende boeren zijn er in opgetekend van 1605 tot 1725. Vier van onze voorvaderen in een rij worden er in genoemd, want hun boerderij, het Groothuis in Deurningen, behoorde ook tot de goederen van de Proosdij.
In 1610 vinden we dan onderstaand fragment, waarin we bekend raken met Hendrik ten Grootenhuys, onze oudst bekende stamvader.
Anno 1610 den 5 juni een noodgerichte [extra bijeenkomst van de hofmeijer en cornoten]
Hofmeier : Johan van Deventer, Cornoten : Berent Weusthof, Johan Megeldinck
Is verschenen Fenne een dochter van Herman en Effsa Waagmans en heeft haar na haar manne Hendrik ten Grootenhuys in de echt gegeven na hoven recht. Begeert een vrij kind in haar plaats te kiezen. Op tijd en dag voornoemd heeft Hendrik ten Grootenhuys zijn sonneke Herman, bij zijn zalige vrouwe Swenne geprocreërd, in de echt gegeven na hoven rechte, de welke na zijn dood en afsterven erfvolger zal zijn, als hij dat met de Here Proost of Amptman in die tijd overeenkomen kan.
Hiermee weten we al iets van Hendrik en zijn vrouw en kinderen, maar het wordt nog duidelijker als hij in 1620, wederom in een vergadering van de Proosdijhof, naast een verklaring over de verkoop van een stuk grond, meer van zijn familieopbouw bekend maakt:
Noodgericht den 6 juni 1620
Hofmeier : Johan van Deventer
Coornoten : Joan Roterink, Egbert ten Haar, Esken ten Holthuis
Is in zittende gericht verschenen Hendrik ten Grootenhuys en heeft voorgegeven hoe dat hij met zijn zalige vrouw Swenne getelt en gewonnen heeft 2 kinderen genaamd Harmen en Greetken, en also voornoemde zalige vrouw nooit in onze echte haar begeven heeft gehad, dat welke te bewijzen met Wessel ten Grootenhuys en Johan Beuwink dewelke in stadseede bekent hebben deszelvige waarachtig te zijn, also dat vorige 2 kinderen bij zijn zalige vrouw vrij en onzer hofrecht niet onderworpen zijn. In meliora forma verzoekt hij hiervan bewijs of kopie.
Bekent ook vorige dat zijn zoon Harmen naderhand den 5
e juni 1610 zich aan onze echte onderworpen en gegeven heeft gelijk te vinden is.
Vorige Wessel ten Grootenhuys en Johan Beuvink verklaren tevens dat voornoemde Grootenhuys bij zijn huidige vrouw Fenne geprocreërt heeft 2 kinderen genaamd Johan en Wessel welke geboren zijn voor dat zijn huidige vrouw Fenne voornoemd zich onder onze echte begeven heeft het welke zij met eede als voornoemd vrijwillig bevestigen.
Hendrik zegt dus dat hij uit zijn eerste huwelijk met de overleden Swenne twee kinderen heeft, Herman en Greetken, en dat uit zijn tweede huwelijk met Fenne Waagmans ook twee kinderen geboren zijn, Johan en Wessel.
In schema dus:

Hendrik ten Grootenhuys
x
Swenne
|
+ Herman
|
- Greetken

Hendrik ten Grootenhuys
x
Fenne Waagmans
|
+ Johan
|
- Wessel

Herman is onze volgende stamvader. Swenne is dus onze oudste voormoeder, waarvan we spijtig genoeg alleen maar de voornaam, Susanne, kennen.
Greetke, Johan en Wessel (de zus en halfbroers van Herman) worden later nergens meer genoemd. Misschien zijn ze jong gestorven. Er waren voor 1800 geen overlijdensregisters. Mogelijk zijn ze getrouwd op een andere boerderij en zijn ze onder een andere naam door het leven gegaan.

Geen burgerlijke stand
Hoe weten we ongeveer het geboorte- en sterfjaar van Hendrik als kerkelijke en burgerlijke registers ontbreken? Soms zijn er andere bronnen.
In 1611 verzoekt de weduwe van Jacob Berentzen, ontvanger van de verponding [belasting op onroerende goederen] van 1601, aan drie boeren uit de marke [gemeenschap van eigenaren van landerijen] Deurningen om een verklaring over de toestand van enige boerderijen in hun marke, 6 of 7 jaar geleden. De drie boeren zijn Esken ten Holthuis, Hendrik ten Grootenhuys en Lubbert ter Linde. Deze boeren wordt eerst de leeftijd gevraagd en het is hier dat Hendrik zegt 'omtrent 55 jaeren' te zijn. Dus is hij geboren rond 1555.
Zijn sterven moet plaats gevonden hebben tussen midden 1626 en voorjaar 1628. In mei 1626 was hij nog als cornoot [assistent tijdens het noodgericht] aanwezig op een vergadering van de Proosdijhof. In mei 1628 wordt zijn zoon Herman gevraagd om terugbetaling van een schuld van 100 daalder, aangegaan door zijn vader zaliger. Hendrik ten Grootenhuys is dus ongeveer 72 jaar geworden, een vrij hoge leeftijd voor die tijd.
Bezien we de antwoorden die de drie boeren geven op de door de weduwe Berentzen gestelde vragen, dan blijkt daaruit de aard van de Twentse boer: voorzichtig, niet te veel vertellen, zich vooral onwetend houden. Hendriks geheugen is wel bijzonder slecht, zoals blijkt uit zijn antwoorden:
- over erve Kaalverinck: weet niet of het voor zes of zeven jaar gebruikt is of niet.
- over erve Reinink: is verlopen geweest, eigenlijk niet wetende welk jaar.
- over erve Luttikhuis: heeft in lange jaren geen meier op gewoond en het is hem niet bekend of het land gebruikt is of niet.
- over erve Deterinck: ongeveer zes jaren geleden is er een huis getimmerd, weet niet of de erve braak gelegen heeft omdat het achter in de marke ligt.
N.B. Kaalverinck was zijn naaste buur! Reinink en Luttikhuis idem. Wat Deterinck betreft, in zo'n kleine gemeenschap wist men natuurlijk wel wat er achter in de marke aan de hand was!

80-Jarige oorlog
Wie waren de tijdgenoten van Hendrik en Swenne uit onze vaderlandse geschiedenis? Dat was onder meer Johan van Oldebarneveld, 1547-1619. Hendrik en Swenne zijn waarschijnlijk een minder gewelddadige dood gestorven dan hun leeftijdgenoot uit het verre Holland!
Zouden ze hebben gehoord van de moord op Prins Willem van Oranje te Delft in 1584? Hebben ze vanaf november 1572 vijftien maanden lang de allermooiste en schitterendste komeet sinds de ster van Bethlehem gezien? Het moet een machtig en misschien voor de mensen van die tijd ook wel een angstaanjagend verschijnsel geweest zijn.
Ongetwijfeld hebben zij genoeg oorlogsgeweld meegemaakt in en om Oldenzaal tijdens de 80-Jarige oorlog van 1568 tot 1648. Hier een overzicht wat er rond Oldenzaal gebeurde in die tijd:
1572 Oldenzaal door troepen van prins Willem veroverd op de Spanjaarden
1572 Weer door de Spanjaarden in bezit genomen
1580 Door de Staatse troepen onder graaf van Hohenlohe weer in bezit van Willem. In hetzelfde jaar zijn de Staatsen weer verjaagd door de Spanjaarden onder graaf van Rennenberg. Dit moet ook een moeilijke tijd zijn geweest voor de boeren want de Spanjaarden maakten geregeld strooptochten tot ver in de omgeving.
1597 Oldenzaal na hevige gevechten door prins Maurits van Oranje ingenomen. Onderdrukking van de katholieken begint.
1605 Weer de Spanjaarden de baas in Oldenzaal. Buiten de stad bleven de Staatsen de boel beheersen.
1606 Vreselijke pest in Oldenzaal, vele doden!
1626 Troepen van Ernst Casimir van Nassau veroveren de stad, de Spanjaarden worden voorgoed verdreven.
De navolgende akte uit 1620 geeft aan dat heel de marke Deurningen er onder te lijden had:
Verschenen Hendrik ten Grootenhuys ende Fenne zijn huysvrouwe ende hebben bekant vercoft tho hebben erfflick eeuwiglyk ende omer meer als daar tho concent hebbende, aan de eerentfesten en de vromen Gerrit ter Haars en de sijnen erfflyk erftgenamen ofte holder deeses brieves met synen blykende wille alsoodane thoslagh soo hem in het jaar 1616 van holtrichter ende erfgenamen tho vuilste synes buirschult op de erve Grotenhuys als oock op alle andere erven gewiset ende thoe geslagen is wende gelegen aan syn nabuirs Luttikhyses thoeslagh, deden daar van vertichnisse en de oplatinge als recht was, want so sich daarvan betaalt becande. in meliora forma.
Hendrik en Fenne verkopen aan Gerrit ter Haar, op dat moment hoogstwaarschijnlijk eigenaar van het Luttikhuis en de buur van Grootenhuys, een stuk grond, een zogenaamde toeslag, door Hendrik verkregen uit de vrije markegrond. Blijkbaar is de marke Deurningen door Spaanse of Staatse troepen in 1616 gebrandschat, dus onder bedreiging van plundering en brandstichting gedwongen een bepaalde som geld ter beschikking te stellen. Het markebestuur, holtrigter [ook boerrigter: voorzitter van het markebestuur] en erfgenamen [eigenaren of huurders van gewaarde erven], leenden daartoe ergens geld, en dit werd als buurschuld hoofdelijk omgeslagen over de boeren van de marke. Daarvoor in de plaats werd hen een stuk grond, een thoeslaghe, uit de markegrond als eigendom gegeven. De boeren welke niet over het benodigde geld beschikten als de schuld afgelost moest worden, maakten hun toeslag dan te gelde. Hendrik heeft geen kans gezien zijn schuld te voldoen bij de aflossing in 1620 en toen zat er niets anders op dan zijn verkregen stukje, gelegen naast de toeslag van Luttikhuis, te verkopen.
Dit is alles wat we van Hendrik weten. Hij zal een brave boerenman geweest zijn want zijn naam komt niet voor in de strafrechtelijke boeken uit die tijd. We mogen verder veronderstellen dat hij en Swenne (en tweede vrouw Fenne) katholiek waren: bijna iedereen was dat in Twente. Men hoorde onder de Plechelmuskerk in Oldenzaal. De Deurningerkerk is eerst midden 1700 ontstaan. Geloofsvervolgingen zullen ze niet meegemaakt hebben, dat is pas begonnen na 1630.

Geen goede kaart in 1600
Waar woonde het gezin van Hendrik ten Grootenhuys? Op het Grootenhuys uiteraard. Hierbij een kaartje waar het erve Grootenhuys en nog enige andere erven zijn aangegeven. Deze kaart is gemaakt rond 1850, maar wijkt nauwelijks af ten opzichte van de situatie in begin 1600. Alleen de kaarsrechte straatweg die vanuit Oldenzaal naar de linker benedenhoek loopt, moet men wegdenken. Deze totaal nieuwe verbinding is eerst in begin 1800 gerealiseerd; er was dus voorheen ook geen zandweg op die plaats. De volgende erven zijn gemarkeerd:
1. Grootenhuys
2. Olde Grootenhuys
3. Luttikhuys
4. Reinink
5. Kaalverinck
6. Holthuys
7. Veldthuys
De grote stukken grijsgetinte grond is woeste grond of markegrond. De ontginning daarvan is pas begonnen na 1850.



Oldenzaal is nog een stadje binnen de stadsmuren, zoals het eeuwen daarvoor ook al was. Ten westen van de stad, bij de Deurningerpoort, staat nog de windmolen. Het Galgeveld deed nog volop dienst in de 17e eeuw; pas in 1795 werd de galg opgeruimd.

Wie is Wessel ten Grootenhuys?
Komen we even terug op de verklaring in het hofboek van de Proosdij in 1620 waarin Hendrik als getuige ene Wessel ten Grootenhuys ten tonele voert. Wie is deze Wessel, familie?
Er woonden in de omgeving van Oldenzaal meerdere mensen die zich Grootenhuys noemden, maar voor geen enkele is een directe familieband aan te tonen. Met uitgezondering van Fenne (Euphemia) Grootenhuys gehuwd met Arent (Arnold) Splinterink en wonend op de Elsmors in Zuid-Berghuizen en bovengenoemde Wessel. Ook voor deze beiden is er geen hard bewijs van verwantschap met Hendrik maar sterke aanwijzingen zijn er wel.
Eerst de feiten met betrekking tot Wessel:
Als in 1625 Herman ten Grootenhuys trouwt, onze volgende stamvader, is Wessel ten Grootenhuys er bij aanwezig als getuige. Zoals tegenwoordig nog gebruikelijk nam men toen ook een familielid als getuige.
In 1606 daagt ene Hille Riekerink, getrouwd met Hendrik Riekerink, haar schoonzus Fenne Riekerink voor het gerecht omdat deze middels schelden Hille en haar zoon Wessel ten Grootenhuys heeft beledigd! Hille is blijkbaar eerder gehuwd geweest met een Grootenhuys waarvan ze een zoon Wessel heeft. In het testament van Hendrik en Hille Riekerink wordt Wessel, die dan op het Holthuis woont en dan dus Wessel Holthuis heet, genoemd als zoon van Hille en halfbroer van de andere kinderen Riekerink (zijn erfenis bestaat uit een koe).
In 1625, op de hofdag, de jaarlijkse bijeenkomst van de horigen [halfvrije, op het onroerend goed van een heer levend en aan het hofrecht onderworpen, zie hoofdstuk 3], heeft dezelfde Hille Riekerink kwestie met onze Herman ten Grootenhuys over een stukje grond, de corte bree genoemd, behorende bij het erve Grootenhuys. Ze zegt dan tegen de hofmeier en de vergadering dat zij 'eermaals met de toestemming van de Proost opgevaren is op het erve Grootenhuys, daarna weer afstand gedaan heeft van haar gerechtigheid' en daarbij het betreffende stuk land toegewezen gekregen heeft 'haar leven lank'.
Hille is dus niet alleen mét een Grootenhuys maar ook óp het Grootenhuys getrouwd geweest. Alles wijst er op dat zij, voordat ze met Riekerink huwde, was getrouwd met een oudere broer van Hendrik ten Grootenhuys. Dit verklaart ook het feit dat toen Hendrik met zijn eerste vrouw Swenne trouwde (zijn oudere broer leefde nog en was erfbezitter of opvolger) hij haar niet onder de horigheid bracht. Zijn broer had Hille wel volgens de voorschriften onder de Proosdijhof gebracht (opgevaren).
Het kan dus als volgt zijn verlopen: de oudere broer van Hendrik overlijdt, Hille huwt voor de tweede keer (met Riekerink) en vertrekt samen met haar zoon Wessel van het erf. Hendrik, nu erfbezitter, stelt orde op zaken door in 1610 zijn zoontje Herman in de horigheid te brengen, om zo diens erfopvolging veilig te stellen. Met een beetje fantasie kunnen we nu ook aannemen dat Wessels vader Herman heette, want zijn eerste zoon noemde hij ook Herman.
Van bovengenoemde Fenne Splinterink op de Elsmors weten we dat ze enige malen de Groothuysche wordt genoemd. Bovendien meldt zij zich in 1645 samen met Herman ten Grootenhuys als erfgenamen van de overleden Roterinck in Lonneker. Is zij soms Greetken, de zus van Herman? En welke familierelatie bestond er tussen de overleden Roterinck en Herman en Greetken ten Grootenhuys? Was Swenne, de moeder van Herman en Greetken, misschien van Roterinck? Het zijn vragen gebleven.

Boerrigter Wessel ten Holthuys
Op 30 november 1626 neemt Wessel ten Grootenhuys, samen met zijn vrouw Locke Saegerdink en kinderen Herman, Evert, Geese, Swenne en Jenne, bezit van het erve Holthuys [vertaald: plaats waar de vergadering plaats vind] in Deurningen.
Deze boerderij is ook een bezit van de Proosdij. In 1634 wordt Wessel tot boerrigter [ook holtrigter: voorzitter van het markebestuur] van de marke Deurningen gekozen en de vergaderingen of holtings van het markebestuur vinden weer plaats op het Holthuys of zoals het zo treffend in het markeboek staat geschreven:
Belangende dat boerrigters ampt wort Wessel ten Holthuys voor boerrigter als bequaam daartoe bevonden en dat het boerrigters ampt op het erve Holthuys bis hiertoe gewoontlich gestanden gecontinueert.