23. Lambertus Wolbert

Lambertus Wolbert ° 1891 † 1972 ouders: zie hoofdstuk 19
Kx 2-6-1915
Anna Maria Geertruida Engelbertink ° 1889 † 1971 kwartierstaat: zie bijlage 2

Lambertus, Betske, genoemd naar zijn vader maar ook naar de vader van zijn moeder, was geen grote Wolbert. Dit is echter alleen letterlijk bedoeld. Klein van stuk als hij was, vonden zijn kinderen hem wel groot in zorg en vaderschap.

Jonge jaren
We weten niet veel van de jeugd van de Wolbert-kinderen, het waren geen grote vertellers over zich zelf. De schoolplichtwet was nog niet van kracht maar ze zijn wel allemaal naar de Lemselose school gestuurd, ook Betske dus. In de zomermaanden heeft hij nogal eens een paar dagen moeten verzuimen, want hij moest als een van de jongeren geregeld de koeien hoeden in het veld, de aan Wolbert toebedeelde nog niet ontgonnen markegrond. Deze grond was niet omwald [wal: rug van opgeworpen aarde beplant met hakhout]. zoals dat met de oude weiden het geval was. Het prikkeldraad om een afscheiding te kunnen maken was nog niet uitgevonden en wilde men de koeien op het eigen terrein houden dan moesten ze in de gaten gehouden worden. Betske zal soms ook geen tijd gehad hebben om naar school te gaan want er zat nog vis in de dicht langs Wolbert lopende Lemselose beek. En het palingvangen was ongetwijfeld een veel interessantere bezigheid dan het naar school gaan.

Ontmoeting en huwelijk
Anna Maria, in het dagelijks leven Meike, werd zijn vrouw in 1915. Daaraan voorafgaand speelde zich het vaak vertelde verhaal af van de bessestruik. Etend van die bessen en verscholen achter de struik, hoorde Betske hoe broer Herman, die inmiddels verkering had met Truike, broer Gerhard er op wees dat hij met Truike en haar zus Meike die zondag op de fiets een bezoek zouden gaan brengen aan hun oom meester Gerrit Jan Engelbertink in Zenderen. En of Gerhard niets zag in Meike? Ja, dat zag hij wel! Afgesproken werd dat Gerhard via Weerselo zou fietsen om daar zijn kameraad op te pikken en samen naar Zenderen te gaan. Betske, die alles gehoord had, nam het besluit ongevraagd met Herman en de twee meisjes mee te fietsen. Toen Gerhard ten gevolge van een lekke band van zijn vriend veel te laat in Zenderen arriveerde, hadden Meike en Betske elkaar ontdekt en viste Gerhard achter het net.
Lambertus en Anna Maria Op 2 juni 1915 trouwden ze, nadat Jens voor hen een wönnerplaats had gebouwd aan de overkant van de Oude Weerselose weg. Met prachtig versierde zeilwagens reed men naar Engelbertink en vervolgens naar de kerk van Rossum, waar pastoor Dames (die met die grote voeten: als hij de treden van het altaar op ging moest hij zijn voeten dwars zetten om niet achterover te vallen) het jonge stel trouwde. Op de terugweg werden ze staande gehouden door een fotograaf die vroeg of hij een paar foto's mocht maken.
Hun huwelijk begon met pech: dezelfde nacht bevroren al hun aardappelen op het land. Nog meer tegenslag zou hen ten deel vallen.
Militaire dienst
Lambertus was oorspronkelijk vrij geloot van militaire dienst. Toen W.O. I in 1916 ook voor Nederland bedreigend werd, werd hij toch nog opgeroepen, ingedeeld bij de Landstorm en gedetacheerd in Zwolle. Dit was geen gemakkelijke tijd voor Betske en Meike. Zeker niet voor Meike, die inmiddels bevallen was van haar eerste zoon. Broers Jens en Herman zullen bijgesprongen zijn op de boerderij. Het werd er wat gemakkelijker op toen Betske het laatste deel van zijn dienstplicht in Oldenzaal doorbracht en 's avonds naar huis kon gaan. Zijn tweede zoon Herman, geboren in 1917, had hij echter nog in Zwolle uit het Zwarte water gevist, vertelde hij later zijn kinderen.
In Zwolle was het ook dat hij een winkel binnenliep om een prentbriefkaart te kopen om naar zijn vrouw te sturen. Plotseling zag hij de foto's van zijn eigen bruiloftswagens. De ene kaart met daarop de bruidswagen waarin Meike en hij zaten, de andere toonde de stoet van mooi versierde zeilwagens onderweg van Engelbertink naar Lemselo. Uiteraard kocht hij die kaarten om ze bij het eerstvolgende verlof mee te nemen naar huis. Toen enige tijd later Meike hem wilde schrijven en ze geen andere kaart ter beschikking had dan die met hun bruidswagen, gebruikte ze die. Door het bewaren van de kaart vanwege de foto is ook de tekst achterop bewaard gebleven:

Prentbriefkaart met bruidswagen

Lemselo 27/5/1918

Aan den Landstormer L. Wolbert, 1e comp. 10e bat. LW ing. Turfmarkt Zwolle.
Lieve Bertus, gisterenmorgen, lieve Bertus, Uw kaart in gezondheid ontvangen en gezien dat U goed bent overgekomen.
Ik stuur U deze kaart wel te vroeg maar ik had geen andere meer. Nu kunt U nog eens zien, lieve Bertus, hoe het voor drie jaar ging, toen dachten we niet dat U nog voor soldaat moest spelen en van vrouw en kinderen moest scheiden, maar och, lieve Bertus, na deze tijd komt een andere.

De hartelijke groeten van Uw vrouw en kinderen.

Meike had de bewuste foto iets later willen sturen in verband met de derde huwelijksverjaardag op 2 juni.

Verhuizing naar Noord-Berghuizen
In 1932 waren Bets en Meike het boeren op een 'huurspil' zat. Ze wilden iets in eigendom. Waarom verkocht Jens hun de wönnerplaats niet? Op een paar kilometer afstand, in Noord-Berghuizen gemeente Losser, zou op 14 april 1932 een oud huis met 6 ha. grond er omheen onder de hamer komen. Veehandelaar/veeboer Van Capellen uit Oldenzaal werd als stroman ingehuurd om voor hen te bieden. Zelf gingen ze niet. Meike liep op het laatst van haar elfde kind. Wel gingen broer Jens en misschien ook Herman. Het verhaal gaat dat Egbers Dieks, die ook bood, er mee stopte toen hij de grote Wolbert zag als opdrachtgever van Van Capellen. Ook in Noord-Berghuizen had men ontzag voor de grote Wolbert!
Met een hypotheek van Braakhuis in Hertme, een ƒ 2.000,- die Betske meekreeg uit de nalatenschap van Wolbert, de ƒ 3.000,- die Meike had van Engelbertink, hun eigen zuinig gespaarde geld en nog een lening van Gerard Engelbertink uit Rossum, kwamen ze rond. Voor dat geleende deel uit Rossum heeft Albert, de oudste, een paar jaar moeten werken als boerenknecht bij Engelbertink. Hij verdiende voor zichzelf dus niets, maar hij heeft er wel een vrouw aan over gehouden.
Het gekochte boerenerf, N.B.232 was het huisnummer, staat op de eerste stafkaart uit 1850 aangegeven maar is geen echt oud erf. Het had geen naam zoals oude boerderijen dat hebben in Twente. Eigenaar was vroeger Dr. Essink, huisarts te Oldenzaal, en Zwartn Kip was een tijdlang huurder totdat deze zich een huis bouwde dichter bij Oldenzaal. Toeters Jenske en zijn vrouw Feem kwamen er wonen toen ze van hun boerderij weg moesten nadat Gelderman de boel daar had opgekocht. Na de dood van dit echtpaar kocht Letn Mans (Tijdhof), broer van de grootvader van Naats Jens, de boerderij. Deze Mans had één dochter, Marie. Mans overlijdt en een broer van hem, Jens (de man had zeer kromme benen) komt er wonen. Tevens wordt Lammers Toon, een neef en ouderloos, in huis opgenomen. Marie Tijdhof, de eigenaresse, raakte geestelijk gestoord, werd opgenomen in een inrichting in Venray en het erf werd toen in 1932 in de publieke verkoop gebracht.
In september 1932 verhuisde het gezin naar Noord-Berghuizen, nadat in de voorgaande maanden het huis enigszins bewoonbaar gemaakt was. Gerrit Hogt, de nieuwe noaber, kwam Meike en de kleinste kinderen met de koets halen. De schrijver van dit boek was indertijd nog net geen drie jaar en het is de vroegste herinnering die hem is bijgebleven uit zijn jeugd. Het was dan ook wel een uitzonderlijke gebeurtenis: én verhuizen én rijden in een koets.

Brand!
Het huis werd in de loop der jaren verder hersteld en verbouwd. Toen het geheel naar hun zin was, brandde het op een mooie herfstdag in 1941 tot de grond toe af.
Gerard Monnikhof, een boerenzoon uit Zuid-Berghuizen, had juist een nieuw huis gebouwd dicht in de buurt en hij zou op korte termijn gaan trouwen en er gaan wonen. Toen de oude Monnikhof, Koppelboer in de volksmond, zag in welke ellende de familie terecht gekomen was, kwam hij de sleutel van het nieuwe huis afgeven: 'Trek er maar in, onze jongen moet maar even wachten met trouwen'. Zo kunnen noabers zijn in Twente.
Het was oorlog, in 1940 was Nederland door Duitsland bezet. Bouwmateriaal was schaars, doch met veel boter, spek en eieren werd het benodigde bij elkaar gescharreld en binnen een jaar kon het nieuwe huis in gebruik genomen worden.

Oldenzaal en De Lutte
Bets werd kerkmeester in de Sint Antonius-parochie als opvolger van MetnJan. Zoiets was vroeger grotendeels een erebaantje. De pastoor was voorzitter van het kerkbestuur en deelde de lakens uit. Maar zo'n benoeming was een waardering voor het deugdzaam leven van Bets en Meike.
Noord-Berghuizen, onderdeel van de gemeente Losser, werd in 1955 door Oldenzaal geannexeerd. Binnen enkele jaren werd de boerderij, inmiddels in handen overgegaan op tweede zoon Herman, onteigend ten behoeve van de woningbouw. Herman kocht een erf met oud huis in de Lutte. Hij sloopte het huis en bouwde een nieuw met een apart gedeelte voor zijn ouders. Hier hebben ze in betrekkelijk goede gezondheid hun laatste jaren gesleten en ze vierden er hun 55-jarige bruiloft in juni 1970.
Ruim een jaar later, op 10 oktober 1971, overleed Meike, 82 jaar oud. Precies 52 weken later, op 8 oktober 1972, stierf Bets op 81 jarige leeftijd.
Uit hun huwelijk werden elf kinderen geboren, waarvan er twee op jeugdige leeftijd stierven: Maria aan een ingewandsziekte en Johan aan suikerziekte.

Staand: Regien, Alphons en Annie; Zittend: Emmy, Lambertus, Gerda, Albert, Ria, Herman, Anna Maria en Gerard

Lambertus Wolbert ° 5-3-1891 † 8-10-1972
Kx 2-6-1915
Anna Maria Geertruida Engelbertink ° 15-8-1889 † 10-10-1971
|
+ Albert ° 1916 † 1990 zie hoofdstuk 25
|
+ Herman ° 1917 † 1995 zie hoofdstuk 26
|
+ Annie ° 1919 † 2006 zie hoofdstuk 27
|
+ Alphons ° 1921 † 1993 zie hoofdstuk 28
|
+ Maria ° 1923 † 1928
|
+ Johan ° 1924 † 1936
|
+ Gerda ° 1926 † 2016 zie hoofdstuk 29
|
+ Regien ° 1928 † 2010 zie hoofdstuk 30
|
+ Gerard ° 1929 zie hoofdstuk 31
|
+ Ria ° 1931 zie hoofdstuk 32
|
- Emmy ° 1932 † 2015 zie hoofdstuk 33