19. Lambertus Wolbert

Lambertus Wolbert ° 1827 † 1909 ouders: zie hoofdstuk 10
x 1877
Johanna Egberink ° 1854 † 1926 kwartierstaat: zie bijlage 1

Een gespreid bedje
Als jongste van de kinderen uit het huwelijk van Jan Kalter en weduwe Joanna Wolbert/Olde Hamsink komt Lambertus alleen in het bezit van het Wolbert. In een opgemaakt bedje zogezegd, met een heel deel markegrond bewerkt tot akker- of weidegrond, met drie paarden en een verdriedubbeling van het aantal stuks rundvee sinds het begin van 1800. Toegegeven, hij heeft er zelf ook vanaf zijn vroegste jeugd aan meegewerkt.
Lambertus, Bets in het dagelijks leven, ging dus vanaf medio 1872 het Wolbert bestieren en dat ging hem goed af. Binnen de kortste keren was hij de geldschieter van de buurt: Gerrit Maatman Oonk leent ƒ 300,- in 1876, onderpand huis en percelen H 621, 765 en766, Jan Kalter (op Olde Kalter), zijn neef, leent ƒ 250,-, Hendrik en Johan Hampsink lenen ƒ 900,-.

Nieuw leven op Wolbert
Hij neemt de tijd uit te kijken naar een geschikte vrouw die hij vindt in de Lutte. Johanna Egberink, dochter van Lambert Egberink en Hermina Grote Beverborg is de gelukkige. Zij trouwen op 13 april 1877, hij bijna 50 en zij een meisje van 22. Uit de huwelijksakte blijkt dat Johanna haar naam goed kan schrijven, zelfs haar vader zet zijn naam, echter de 'b'. van Egberink vergetend.
Het blijkt een vruchtbaar huwelijk te zijn waaruit negen kinderen geboren worden waarvan er helaas vier op zeer jonge leeftijd overlijden. Over blijven: Johannes, Hermannus, Gerhardus, Lambertus en Johanna Maria.
Moeder Johanna heeft haar handen vol gehad aan haar gezin en krijgt in 1883 hulp van haar 21-jarige zus Geertruida, die echter in 1887 huwt met Albert Velthuis en naar Tubbergen vertrekt (aan het kanaal Almelo-Nordhorn). Tot 1895 helpt ook de zus van Lambertus, Johanna, nog mee in de huishouding. Ze komt in dat jaar te overlijden, twee maanden voordat het laatste kind Johanna Maria wordt geboren.
Toen de kinderen opgroeiden zullen Lambertus en Johanna, zeker Johanna, hebben ingezien dat leren lezen en schrijven geen luxe was. Al bestond de leerplicht nog niet, de kinderen werden naar school gestuurd.
Men boerde goed, drie van de vier jongens werkten op de boerderij dus hadden ze weinig vreemd volk nodig. Men had een eigen stier en boeren uit de verre omtrek kwamen met hun tochtige koe op bezoek. Onder andere Gerard Tijdhof, de aannemer aan de Gammelkerstraat, die geboortig was uit Lemselo, wist zich enige jaren geleden nog te herinneren dat hij als jongen hun koe moest drijven in die richting: Wolberts Betske was een kleine vinnige boer.

De boerderij wordt verbouwd
Het Olde Wolbert kwam leeg rond 1885 en werd gesloopt. De fundering van in 1759 gelegde Bentheimerstenen zal men gebruikt hebben bij de vernieuwingen en uitbreidingen die men in de loop der jaren uitvoerde aan de boerderij. Ter herinnering hieraan werd in 1905 de gevelsteen met L.W.J.E. boven de niendeur [grote deur in de achtergevel] ingemetseld (de L is sinds enige jaren vervangen door een B!?). Is de betegeling van de voorkamer met die schitterende bijbelse tableaux, waar wij ons als kind aan vergaapten, ook in die periode aangebracht?

Lambertus stelt zijn testament op
Het schijnt dat Lambertus in zijn laatste jaren licht dement geworden is. Hij liep soms weg van huis en men moest hem dan gaan zoeken. In 1907 stelt hij zijn testament op en vermaakt daarin zijn helft van de boerderij aan zijn oudste zoon Jens, zie testament.
Testament opgemaakt 7 februari 1907 in opdracht van Lambertus Wolbert o 1-5-1827 door notaris J.H.Batenburg te Oldenzaal.
Op den zevenden Februari negentienhonderd zeven verscheen voor mij Jacobus Hendrikus Batenburg, notaris ter standplaats Oldenzaal arrondisement Almelo in tegenwoordigheid der nagenoemde getuigen,
Lambertus Wolbert, landbouwer, wonende te Lemselo Gemeente Weerselo.
Welke comparant zakelijk aan mij notaris heeft opgegeven zijnen uitersten wil in die maniere als volgt:
Ik wil dat voor mijne begrafeniskosten en voor Heilige Missen tot rust en lafenis mijner ziel te lezen een som van vijfhonderd gulden zal worden besteed.
Ik benoem mijnen zoon
Johannes Wolbert, tot erfgenaam van het beschikbaar deel mijner nalatenschap, om boven en behalve zijn wettelijk erfdeel in mijne nalatenschap te worden genoten, onder verplichting om aan mijne echtgenoote Johanna Egberink gedurende haar leven eene wekelijksche uitkering te verstrekken van drie gulden en benoem hem tevens tot uitvoerder van mijnen uitersten wil, met de macht om mijne nalatenschap in bezit te nemen.
De bovenstaande uiterste wil vooraf, buiten de tegenwoordigheid der getuigen naar de opgave door den erflater aan mij notaris gedaan, door mij notaris gereed gemaakt zijnde, heeft de erflater alnu diens uitersten wil nader zakelijk aan mij notaris opgegeven, na welke opgave die uiterste wil, zooals ik denzelven hiervoren in duidelijke bewoordingen heb doen schrijven door mij notaris aan den erflater is voorgelezen en na die voorlezing door mij notaris aan de erflater afgevraagd, of het voorgelezene zijnen uitersten wil bevat, hetgeen door den erflater toestemmend is beantwoord; hebbende de gemelde nadere opgave, voorlezing, afvraging en antwoord plaats gehad in tegenwoordigheid der nagenoemde getuigen.
De comparant erflater is aan mij notaris bekend.
Waarvan acte in minuut opgemaakt is verleden te Lemselo Gemeente Weerselo, ten woonhuize van den comparant erflater, op dag in maand en jaar in het hoofd gemeld in tegenwoordigheid van
Hermannus Eshuis, notarisklerk en van Hermannus Hendrikus Hesselink, pettenmaker, beiden wonende te Oldenzaal als getuigen.
En op de verklaring van den comparant erflater, dat hij niet kon ondertekenen, hebben de getuigen met mij notaris deze acte onmiddelijk na voorlezing derzelve onderteekend.
H.Eshuis
H.H.Hesselink
J.H.Batenburg

Johanna Egberink


Men heeft in de familie weleens vraagtekens gezet bij de geldigheid van dit testament, gezien de mogelijk verminderde verstandelijke vermogens van Lambertus. Beïnvloeding door zijn vrouw Johanna ten gunste van Jens of directe invloed van Jens op de inhoud zouden een rol gespeeld kunnen hebben. Of heeft er ruim vijftig jaar daarvoor tóch zo'n hevige twist plaats gehad om het Wolbert tussen de broers en halfbroers van Lambertus, dat hij een herhaling daarvan tot elke prijs heeft willen voorkomen? Feit is dat na de dood van Lambertus in 1909, in de gezegende ouderdom van 82 jaar, de andere kinderen met veel kans op succes dit testament hadden kunnen aanvechten, want een vader kan geen van zijn kinderen zomaar onterven!
Echter de jongste twee van de kinderen waren toen respectievelijk achttien en veertien jaar en dus nog niet mondig. Waarom waren er geen toeziende voogden benoemd die voor de rechten van deze kinderen opkwamen?
Johanna Egberink overleefde haar man zeventien jaar, ze overleed in 1926 op 71 jarige leeftijd.

Lambertus Wolbert ° 1-5-1827 † 21-12-1909
Bx 13-4-1877
Johanna Egberink ° 28-12-1854 † 21-4-1926
|
+ Johannes (Jens) ° 15-5-1878 zie hoofdstuk 20
|
+ Hermannus (Herman) ° 11-8-1880 zie hoofdstuk 21
|
+ Johan ° 24-4-1882 † 19-3-1890
|
+ Maria ° 19-2-1884 † 28-2-1885
|
+ Lambertus ° 20-1-1886 † 17-3-1887
|
+ Gerhard ° 10-2-1888 zie hoofdstuk 22
|
+ Lambertus (Betske) ° 5-3-1891 zie hoofdstuk 23
|
+ Gerrit Jan ° 23-3-1893 † 11-4-1895
|
- Johanna Maria (Anna) ° 7-10-1895 zie hoofdstuk 24