8. Jan Luttikhuis op Kalter

Jan Luttikhuis op Kalter ° 1730 † 1795 ouders: zie hoofdstuk 7
x 1766
Joanna Stegeman ° 1746 † 1819 ouders: zie hoofdstuk 35

Door het testament van zijn jongere broer Herman is ons de verblijfplaats bekend geworden van Jan Luttikhuis: op het erve Kalter in Lemselo. Kijken we nu naar de volkstelling van 1748 dan zien we onder Lemselo staan:
Kalter, vrouw Ale, kinderen onder 10 jaar: Fenne, vrije personen: Henrik, arm, dienstboden: Jan, Henrik, Ale, en Fenne
Is onze Jan toen hij met zijn moeder en broer Herman het Olde Groothuis verliet meteen naar Kalter gegaan en is hij de knecht Jan die daar in 1748 werkt? Het zou kunnen, tenslotte is hij in 1748 al 17 jaar, oud genoeg voor boerenknecht.

Het Kalter
Net als Groothuis en Luttikhuis in Deurningen is dit Kalter, vaak geschreven als Calthaer, ook een zeer oude Twentse boerderij die in de oudste annalen al genoemd wordt. In de verponding van 1601 wordt deze als volgt beschreven:
Kalter, drie mudde landes gesey Mudde landes gesey: waarschijnlijk een herenmudde, ruim 5300 m2 unde enen dach grosmeyens, tobehorende het Capittel van Oldenzaal
Het Kalter is dus een kerkelijk bezit geweest, in de 17de eeuw geconfisqueerd en een domeingoed geworden. Door de huurder moest per jaar ruim zes mudde rogge opgebracht worden aan pacht. Aan geldwaarde kwam dat overeen met ƒ 85,-. Dat men de grootste moeite had deze huur, naast andere verplichtingen als rente voor geldleningen, belastingen en dergelijke, op te brengen zal later blijken. In oudere stukken worden als bewoners van het Kalter genoemd:
1635 Lambert Kalter
1655 Lucas Kalter
1677 Geert Kalter
1721 Berent Kalter
In het midden van de 18 eeuw woonde er als pachter Lambertus Kalter, in 1744 gehuwd met Aleida Hofstede. Deze Lambertus was hoogstwaarschijnlijk de zoon van Berent uit 1721, want de eerste zoon van Lambertus en Aleida heette ook Berent. De kinderen van dit paar waren:
Berent ° 1745 † vóór 1748
Euphemia ° 1748
Gerard Jan ° 1751 † vóór 1757
Bernard ° 1753
Gerard Jan ° 1757
Lucas ° 1761
Begin 1764 overlijdt Lambertus Kalter, Aleida achterlatend met dochter Euphemia (Fenne), zestien jaar oud, en nog drie jonge kinderen van drie tot elf jaar.

Jan Luttikhuis trouwt 16 jarige!
Is het een oplossing voor de ontstane moeilijke situatie voor Aleida en de kinderen dat de knecht, onze Jan Luttikhuis, binnen de kortst mogelijke tijd trouwt met Fenne? Op 22 mei 1764 huwt de 33-jarige Jan in de kerk van Rossum, tot welke parochie Lemselo behoorde, met Euphemia Kalter, een bruid van nauwelijks 16 jaar.
In het nieuwe huurcontract tussen de eigenaar van het Kalter en Jan Luttikhuis wordt vastgelegd dat, ter genoegdoening van de verloren opvolgingsrechten van de drie broertjes van Fenne, ieder een derde deel van ƒ 200,- kan opeisen van Jan Luttikhuis zodra ze de 16-jarige leeftijd bereikt hebben.
De bewoners van het Kalter zat het vroeger niet mee, in de loop van de jaren zal dat vaker blijken. Zat het in de pöst [zware eiken staander van het gebint] ? Het huwelijk van Jan en Fenne heeft slechts iets meer dan een jaar geduurd: de oorzaak blijft onbekend maar Fenne Kalter overlijdt op 17-jarige leeftijd! De klokken van de Plechelmus in Oldenzaal luiden op 13 augustus 1765 voor Jan Kalters vrouw te Lemselo zoals in het luidboek staat opgetekend.

Een tweede huwelijk
Jan heeft niet veel tijd gehad voor verdriet, hij zal de nodige zorgen gehad hebben voor de familie Kalter en de boerderij. Hij zocht en vond in korte tijd dicht in de buurt een nieuwe bruid, Joanna Stegeman van het erve Stegeman. Zij is onze voormoeder en de eerste waarvan we iets meer weten dan haar naam, zie hoofdstuk 35 (Stegeman/Veldman/echte Wolbert).
Het huwelijk van Jan Luttikhuis en Joanna Stegeman wordt op 2 februari 1766 voltrokken door de dominee te Oldenzaal. De pastoor van Rossum doet dat nóg eens op 3 februari:
Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren: Jan Hendrik, Jan en Gerard Jan. Waar de naam Jan vandaan komt is duidelijk, Hendrik misschien naar 'Henrik, arm' uit de volkstelling van 1748. De derde zoon is genoemd naar de broer van Joanna, Gerrit Jan Stegeman.
Jan Hendrik is de erfopvolger op het Kalter, zie hoofdstuk 9. Jan is onze volgende voorvader waarvan we uiteraard meer zullen vernemen.
Gerard Jan verdwijnt spoorloos, misschien overlijdt hij op jonge leeftijd hoewel hij nog tot de levenden behoort in 1780 als zijn oom Herman hem noemt in zijn testament. Misschien is hij met Napoleon naar Rusland getrokken en niet teruggekeerd. Het is bekend dat verscheidene Twentse jongens die kant uit gegaan zijn.
Jan Luttikhuis heeft niet veel aan de weg getimmerd in zijn leven; er is geen enkele akte of iets dergelijks gevonden met zijn handmerk erop. Hij heeft het op het Kalter niet gemakkelijk gehad, de verhuurder van het erf en andere schuldeisers stonden geregeld op de stoep om achterstallige betalingen op te eisen. Een paar voorbeelden:
1767 In het register van onvermogenden wordt Jan Kalter, zijn vrouw en meiden aangeslagen voor slechts ƒ 3,- met de duidelijke vermelding erbij: onvermogend!
1768 Hij wordt gemaand nog ƒ 30,- te moeten voldoen zijnde de bruidsschat die hij moest betalen aan de verhuurder van het erf bij zijn huwelijk met Fenne Kalter.
Na 1785 wordt het heel erg:
1786 Jan wordt gemaand voor betaling van achterstallige huur van de jaren 1784 en 1785, de som van ƒ 30,-, 1 stuiver en 8 penningen.
1788 Maning betaling 27 schepel rogge.
1790 Maning betaling ƒ 56,- zijnde twee jaar rente van een schuld van ƒ 700,- op het Kalter rustend vanaf 1736.
1791 Weer maning betaling deel pacht 1790 te weten 21 gld, 6 stuivers. In hetzelfde jaar wordt beslag gelegd op de roerende goederen en gewassen op het veld in verband met achterstand betaling rente van hypotheek van ƒ 700-.
1793 Wederom maning i.v.m. achterstand rente: ƒ 115,-.
1794 In dit jaar drie keer een aanmaning om huur en rente te betalen.
Het gaat niet goed met de bewoners van het Kalter en dat zal in de loop van de jaren nog erger worden. Dat maakt Jan echter niet meer mee: in of net voor 1795 komt Jan Luttikhuis op Kalter te overlijden, ongeveer 64 jaar oud. In het doden-luidboek van Oldenzaal komt zijn naam niet voor. Waren die paar stuivers luidgeld er ook al niet?

Joanna en haar zonen verder
Na de dood van haar man in 1795 bleef Joanna samen met haar zonen boeren op het Kalter. Goed ging dat allerminst. Als ze in 1795 weer een aanmaning krijgt betreffende achterstallige pacht, klaagt ze:
Mijn man is gestorven, 2 paarden zijn verongelukt en Franse troepen hebben een van mijn zoons vastgezet waarvoor ik ƒ 50,- losgeld moest betalen, daardoor ben ik achter met pacht en tiend
Wie van de zonen gegijzeld is geweest, blijft onbekend.
In 1801 claimt Lucas Kalter, jongste broer van Fenne (de eerste vrouw van Jan Luttikhuis op Kalter) alsnog zijn deel van de ƒ 200,- die Jan volgens het huurcontract van 1764 schuldig was aan hem. Of hij het geld, ƒ 66,-, 12 stuivers en 6 2/3 ct. gekregen heeft is onbekend gebleven.
Joanne overleefde haar man bijna 25 jaar, ze stierf in 1819, 73 jaar oud. Zie aangifte overlijden. Haar zoon Jan Hendrik, die haar dood kwam melden in Weerselo, schatte haar leeftijd op 86 jaar!

Tijdgenoot: Huttenkloas!
Zou Jan Luttikhuis er lol in gehad hebben om in 1775 te gaan kijken hoe Huttenkloas, de struikrover en moordenaar, werd opgehangen op het galgeveld bij Oldenzaal? Hij heeft in ieder geval niet meegemaakt dat de soldaten van het Franse bezettingsleger, de Sans Culotten, de galg aldaar in 1795 sloopten en in het haardvuur van Niejnboer opstookten.

Jan Luttikhuis op Kalter ° 5-12-1730 † 1795
Kx 22-5-1764
Euphemia Kalter ° 1748 † 1765

Jan Luttikhuis op Kalter
Kx 3-2-1766
Joanne Stegeman ° 20-2-1746 † 5-10-1819
|
+ Jan Hendrik Kalter ° 8-8-1767 zie hoofdstuk 9
|
+ Jan Kalter ° 16-1-1771 zie hoofdstuk 10
|
- Gerard Jan Kalter ° 11-1-1774 † ?