Beste bezoeker, het is toegestaan dit verslag voor privé doeleinden te gebruiken.
Het is echter niet toegestaan dit verslag of delen daarvan te kopieëren, en op een andere internetsite
ter beschikking te stellen en/of openbaar te maken dmv druk, fotokopie zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van mij. Voor vragen, bijv. over links, kun je me altijd emailen.
Statestieken

De buitenvrouw (Joost Zwagerman)

Boekverslag 7 december 1997. Gemaakt door Walter ter Maten, Son en Breugel.


Auteur: Joost Zwagerman.
Titel: De buitenvrouw, 1994.
Uitgeverij: De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen.
Aantal pagina's: 235.

Ander werk:

Evaluatie:

  1. Emotie, gevoelens tijdens het lezen.
    Het is een vlot geschreven boek waarin spannende fragmenten worden afgewisseld met overpeinzingen. Als onderwerpen komen naar voren: overspel, racisme, ordeproblemen, inbraak. En dat alles in buitenplaatsen als Hoorn en Alkmaar (in andere boeken gebeurt het allemaal in Amsterdam). Er wordt veel geloerd naar elkaar, gefluisterd en geplaagd op school (leerlingen kunnen leraren behoorlijk plagen: 'boei, boei, boei', als Theo Altena een keer bloost). Racisme komt naar voren als men zich een houding moet geven tegenover een zwarte 'indringer'. Voor Theo is racisme echter ook een verdedigen van zijn overspel: door het aspect racisme in een opmerking aan te stippen kan hij steeds de aandacht voor mogelijk overspel afwimpelen.
  2. Normen en waarden.
    In provincieplaatsjes is racisme minder schrijnend dan in grote steden. Het zijn eerder onbeholpen opmerkingen die men maakt. De kranten geven een beeld van een grote werkeloosheid onder allochtonen. Maar hier schrikt men van een kleurling in de telebingoshow en van een zwarte lerares gymnastiek. Ook wat Theo racisme noemt (de kreet 'Blackie is Beautiful' op zijn schoolbord) is overtrokken. Iris maakt hem dat wel duidelijk: niet geholpen worden door een taxichauffeur, of in een winkel - daar merk je het aan. Wegkomen uit de Bijlmer, dat is pas moeilijk.
    Bij de Surinamers Iris en Sidney is het ondersteunen van hun ouders erg belangrijk. Hierdoor kunnen ze zelf niet op vakantie, iets wat voor Theo en Sylvia eigenlijk ondenkbaar is. Theo en Sylvia gaan alleen braaf op bezoek bij hun ouders. Zij zijn werkende tweeverdieners zonder kinderen die gehecht zijn aan hun spulletjes.
    Het beeld wat de buitenwereld heeft van leraren is dat zij geen zware baan hebben, het zijn gediplomeerde kneuzen, ze hebben korte werkdagen, lange schoolvakanties en ze staan buiten de werkelijke wereld. Ook leerlingen bekijken hen daarom misprijzend. Een leraar die al te enthousiast doet moet zich verantwoorden bij ouders en leerlingen, maar ook ten opzichte van collega's. Het zijn toch altijd cijfers die het succes bepalen. Onderwijs moet nuttig en efficiënt zijn.
  3. Manier van schrijven.
    Het boek wordt geschreven vanuit de blik van Theo Altena, leraar Nederlands op het Westfries College in Hoorn. De gebeurtenissen tijdens zijn lessen worden heel direct beschreven. Hij moet vlug en ad rem reageren op gedrag in zijn klas. Het is spannend en de reacties van de leerlingen zijn heel herkenbaar. Zijn overspel met zijn vrouwelijke collega Iris is daarentegen beschrijvend van aard. Ze zeggen nooit wat. Het is 'franjeloos neuken', zwijgzaam vrijen zonder voorspel, neuken in stille concentratie (woorden uit het boek). Hij kan er echter des te meer bij nadenken (en fantaseren). Het doet gekunsteld aan. De gedachten zijn op zich heel legitiem, maar de momenten waarop ze plaats vinden zijn eigenlijk maar vijf minuten lang. Het is knap als je dat allemaal voor elkaar krijgt in die periodes.
  4. Realiteitswaarde.
    Ouderen reageren anders dan jongeren op nieuwe situaties. De ouders van Theo en Sylvia maakten in het verleden ook al scherpe opmerkingen bij de tv beelden van de kroningsoverdracht tussen Juliana en Beatrix in 1980. Veel arbeiders en middenstanders vereenzelvigden zich met rijken en machtigen en wensten het schorremorrie van demonstranten tuchthuizen en gevangenisstraf toe. Het is rotzooi in die verdomde jodenstad. Zoiets doe je toch niet ten midden van 's lands grootste concentratie aan punks, junks, hoeren en ander gajes. En dan die adviezen van die rooie ratten van de VARA aan de demonstranten.
    Nu reageert de vader van Theo ook scherp als er een Hindoestaan in een echt Nederlands quizprogramma verschijnt. Als zijn broer een keer een foto laat zien van diens vriendin kijkt moeder zuinig en oma kijkt lang en zegt dan: 'Ach gut, een zwartje'. Toch blijkt deze Javaanse met een Haagse 'r' te spreken.
    Nog steeds beleeft men de werkelijkheid in de provincie heel anders dan in de grote stad. Van de stad ziet men alles op tv of leest men het in de krant. Daar is vaak veel fout en zijn er veel misverstanden. Het is wennen dat het platteland ook voller wordt. Onder de nieuwe bewoners komen natuurlijk ook allochtonen voor. Gunstig is dat deze allochtonen blijkbaar uit de stad kunnen ontsnappen, omdat ze een baan hebben. Extra woonwijken betekent echter ook meer overlast en meer inbraak, zoals blijkt op het eind van het boek.
    Herkenbaar zijn de diverse trucs om ordeproblemen in de klas te lijf te gaan: spreek brugklassers aan op hun status van vlo, kleineer scholieren, zeg dat ze zelf in hun hart het ook smakeloos en stuitend vinden, slachtoffer één leerling ten behoeve van overwicht op de rest (de klas heeft altijd wel twee of drie die de reacties van de daders peilen).
  5. Structuur.
    Het boek heeft uitsluitend genummerde hoofdstukken (18). Niet spannend of uitnodigend dus. 'Ik ga vreemd' of 'De bekentenis' zijn veel uitnodigender. Het komt nu zakelijk over. Ook de seksuele passages zijn eerder rationeel en zakenlijk dan heftig. Alleen tijdens de orde problemen in de klas en rond gebeurtenissen op tv vinden we echte emotie.
  6. Bedoeling, idee.
    De 'buitenvrouw' slaat op de Surinaamse benaming van minnares. Naast het beschrijven van primitief racisme wordt ook echt verschil in gedrag en gewoontes benadrukt. Sommige dingen doe je gewoon niet, ook niet bij het vrijen. Een vrijage tussen zwart en wit is zowel voor Iris als voor Theo extra spannend. Ze voelen zich echter niet schuldig aan overspel, maar hebben alleen angst voor de ontdekking. Bij Iris speelt mee dat ze wraak kan nemen op het veelvuldige overspel van haar eigen man. Bij Theo is het vooral interessant. Hij kan flink fantaseren, maar hij doet zijn eigen vrouw toch niet tekort?


Als je dit evaluatie-verhaal gebruikt stel ik het zeer op prijs als je dit even laat weten door middel van een emailtje.



Terug naar Boekverslagen-Homepage.