Beste bezoeker, het is toegestaan dit verslag voor privé doeleinden te gebruiken.
Het is echter niet toegestaan dit verslag of delen daarvan te kopieëren, en op een andere internetsite
ter beschikking te stellen en/of openbaar te maken dmv druk, fotokopie zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van mij. Voor vragen, bijv. over links, kun je me altijd emailen.

Taal en Ontwikkeling + Stotteren

05-03-1997. Project gemaakt door:

Voorwoord

Na het horen van dit project was onze eerste keuze eigenlijk stotteren, maar hierover bleek weinig informatie beschikbaar te zijn. We hebben daarom gekozen voor Taal en Ontwikkeling, met in de ontwikkeling de nadruk op het stotteren.
Na het halen van informatie uit de bibliotheek en van internet maakten we een taakverdeling: De samenwerking verliep goed, al moest het wel even op gang komen in het begin.

Inleiding

Het onderwerp dat we hebben gekozen is de taalontwikkeling bij kinderen. Onze hoofdvraag luidt: Hoe verloopt de taalontwikkeling van een kind en hoe kan het komen dat hij gaat stotteren?
De subvragen worden om de beurt behandeld in ieder hoofdstuk.

De taalontwikkeling in fasen

De taalontwikkeling begint in feite al voor de geboorte. Uit proeven is gebleken dat een zuigeling al op bepaalde geluiden reageert tijdens de laatste twee maanden van de zwangerschap. Hij kan zijn moeders stem en hartslag horen vanuit de baarmoeder. Als hij geboren wordt, wordt hij ook meteen rustig als zijn moeder in de buurt is. De eerste dagen na de geboorte reageert hij alleen op hele harde geluiden; waarschijnlijk omdat er nog een restje vloeistof in de oren is achtergebleven. Hij beschikt nu nog niet over taal en spraak. Wal kan hij al huilen en mensen laten merken wat hij voelt. Als hij merkt hoe de mensen in zijn omgeving hierop reageren gaat hij dit huilen ook doelbewust gebruiken.

Als het kind zes weken oud is kan het voor het eerst lachen. Ook kan hij al wat andere geluidjes maken, zoals gorgeltjes, gekraai en gemummel. Dit zijn tekenen van welbehagen, maar ook van communicatie. Hij kijkt de ouder aan tijdens het maken van deze geluidjes, daarom lijkt het alsof hij al iets wil zeggen.

De echte stemoefeningen beginnen als een soort spelletje. In de vierde maand kan de baby al verschillende geluidjes produceren door zijn tong en lippen op verschillende manieren te bewegen. Als hij aangespoord wordt, kan hij zelfs al met geluidjes antwoorden. Hij gaat nu duidelijk merken dat hij echt geluiden kan maken en hij krijgt er zelfs plezier in. Hij gaat de geluiden dan bewust herhalen en ook proberen de geluiden die de volwassenen maken zo goed mogelijk te imiteren.
Als hij een half jaar oud is zal het steeds minder een spelletje worden en zullen de geluiden steeds meer op herkenbare woorden gaan lijken, die later weer van pas zullen komen bij echte spraak.
Tussen de zesde en achtste maand zal het kind vaak 'ba' en 'da' zeggen en ook 'mama' en 'papa'. Zelf begrijpt hij de betekenis van deze woorden nog niet, maar als hij merkt dat zijn ouders hierop reageren zal hij zijn succes regelmatig herhalen, later zal dan ook de betekenis van deze woorden tot hem doordringen. Baby's over hele wereld beginnen met deze woorden, ongeacht in welke taal ze worden toegesproken door hun ouders. Kinderen leren als ze net beginnen te praten elke taal even gemakkelijk, omdat ze gewoon herhalen wat anderen zeggen. Het is dus belangrijk dat kinderen veel in contact komen met volwassenen.
Als een kind negen maanden is, begint het te begrijpen dat een heleboel geluiden altijd hetzelfde betekenen. Het begint vaak met z'n eigen naam, of met 'nee, dat mag niet' of 'dag', waarbij vaak ook nog een gebaar of gezichtsuitdrukking hoort.
Als hij één is gebruikt hij al veel woorden met een echte betekenis, maar verder houdt hij nog vaak lange onverstaanbare gesprekken met een hoop gebarentaal met zichzelf. Veel woorden zijn nog holofrases; dat wil zeggen dat één woord een hele zin uitdrukt. 'Mama' kan bijvoorbeeld betekenen: 'Kom eens' of 'Ik heb honger', met bijvoorbeeld het woordje 'poes' kan elk dier aangeduid worden. Korte zinnetjes worden vaak juist als één woord uitgesproken. Het kind hoort woordeenheden, geen losse woorden.

Als het kind twee is kan hij al kleine zinnetjes maken. Op de een of andere manier pikt hij juist die woorden op uit een zin die het belangrijkste zijn. Hij herkent wel elk woord in de zin van de ouder, maar is nog niet in staat die zo snel na te zeggen. Zijn zinnen vormen al wel een grammaticale structuur, waarvan het kind zich niet bewust is.

Dit bovenstaande gebeurt als het kind kleuter is. Eerst ontwikkelt zich het zelfstandig naamwoord, hierna de werkwoorden, dan de bijvoeglijke naamwoorden en ten slotte als de bijwoorden. Door naar de volwassenen te luisteren zal hij deze in de juiste volgorde en vorm kunnen zetten, maar alle exacte grammaticaregels leert het pas later op school. In de kleutertijd zal de woordenschat van het kind zich steeds uitbereiden. Wel zullen er periodes komen waarin het lijkt alsof het kind niets nieuws leert, maar toch zal de woordenschat zich tot op hoge leeftijd uitbereiden. De mensen in de omgeving, spelen hierin een grote rol.

Na de kleutertijd zal het kind niet veel meer van zijn ouders leren maar hij zal de rest van zijn taal en grammatica op school moeten leren. Dit zal niet alleen gebeuren door de onderwijzers maar ook het praten met vriendjes zal het kind leren zijn spraak goed te ontwikkelen, maar ook om een kind een beetje zijn eigen 'taal' te laten ontwikkelen.

Tweetalig

De ontwikkeling van kinderen in een tweetalige omgeving is in het eerste jaar ongeveer hetzelfde als bij eentaligen. Na het eerste jaar probeert het kind iets terug te zeggen dat een soort mix is, omdat het kind twee verschillende talen hoort en daar iets van maakt. Als het kind ongeveer drie jaar wordt het er pas van bewust dat er twee verschillende talen zijn in zijn omgeving. Het verschil tussen die talen beseft hij pas als hij vier jaar is. Het gemixt praten van het kind verdwijnt dan ook geleidelijk rond die leeftijd. De voornaamste redenen dat de ouders het kind tweetalig wil opvoeden is de band met de familie en land van herkomst in stand proberen te houden. Maar aan de andere kant is de taal die het meest in de omgeving gesproken wordt ook belangrijk, want daarmee hebben ze het meeste contact, op school spreken ze dat ook zodat kinderen een grotere waarde krijgen op de banenmarkt in het land waar ze zijn.
Het voordeel om een kind tweetalig op te voeden is dat het kan communiceren met de familieleden in het land van herkomst, meestal vinden de ouders dat belangrijk, maar soms het kind zelf ook, want die voelt zich anders een beetje buitengesloten uit de familie als hij hun taal niet kan spreken. Het nadeel als het kind tweetalig wordt opgevoed is dat ze geen van de beide talen echt goed leert, waardoor ze meestal ook problemen krijgen op school. De moedertaal sterft dan beetje bij beetje af, want het kind hoort toch het meest de taal die op school gesproken wordt, waardoor de ouders zich zeer moeten inzetten om het kind de moedertaal aan te leren. Het kind kan zich later ook gaan verzetten de moedertaal te spreken, want dat vinden sommige kinderen niet belangrijk, want 'wat heeft het nu voor nut om de taal te kunnen spreken van je ouders als je toch nooit terug gaan naar je moederland' zeggen ze dan. Er zijn verschillende manieren om een kind tweetalig op te kunnen voeden, voorbeelden daarvan zijn: de twee talen achtereenvolgens het kind te laten leren of de talen gelijktijdig te laten leren. Als je het kind de talen achtereenvolgens laat leren, eerst Nederlands en daarna de moedertaal dan is het voordeel dat het kind beter de Nederlandse taal beheerst, maar het wordt moeilijker om de moedertaal dan nog aan het kind te leren, want met de nieuwe taal kan het kind weinig mee. Voor de ouders is het dan moeilijk om het kind te stimuleren de taal te leren. Een andere mogelijkheid is om eerst het kind van begin af aan de moedertaal te leren en later pas het Nederlands. De kans dat het kind dan slaagt is groter. Ook de weerstand van het kind is dan niet zo groot, want het Nederlands wordt toch overal gesproken en dat is dus alleen maar handig om het te kunnen. Maar men moet het kind voordat het vier jaar is de Nederlandse taal leren praten, want anders loopt het een achterstand op in het onderwijs. Het voordeel van de taal achtereenvolgens aan het kind te leren, is dat het kind niet hoeft te leren dat er twee talen zijn en dat het kind die moet scheidenen. Ze zijn zich er dan meer van bewust dat er twee talen worden gesproken. Een ander voordeel is dat ze de zaken die ze in de eerste taal al beheersen niet opnieuw hoeven te leren, want die zitten al in hun hoofd. In de tweede taal hoeven ze dan alleen de woordjes te leren en de idee zelf niet meer. Het leren van de tweede taal gaat ook sneller dan de eerste taal. Maar het gelijktijdig leren van twee talen aan het kind hebben ook voordelen, want als het kind nog heel jong is dan gaat het leerproces nog zeer onbewust plus dat er meer tijd is. Ook al zijn die beide talen niet even goed ontwikkeld, dan is er in het sociale opzicht een positieve houding en dat is voor het leven in twee talen en twee culturen zeer belangrijk. Een voorbeeld om een kind twee talen te laten leren is de ene ouder de ene taal te laten spreken en de andere de andere.
Uiteindelijk overwint toch de meerderheidstaal van de minderheidstaal want daar komt het kind toch het meeste in contact mee. Je kunt dus beter de moedertaal van vroeg af aan, aan het kind leren, maar het kind mag geen achterstand lopen op school, dus moeten er ook mensen zijn in de omgeving die de taal spreekt van het land waar ze zijn. Men kan dus beter de moedertaal aan het kind leren van jongs af aan want later krijg je dat niet zo snel geleerd dan als het kind jong is, want het kind hoort toch het meeste de taal van het land waar ze zijn en om de moedertaal echt nog aan het kind te leren zou je daar eigenlijk dagelijks in les moeten hebben. Maar dat kan dus niet.

Stotteren

Wat is stotteren?
Bijna iedereen die stottert kan ook vloeiend spreken. De stembanden, spieren e.d. zijn namelijk nog 'intact', alleen functioneren ze niet altijd goed. Het is alleen vervelend dat spreken iets noodzakelijks is om te functioneren. Het is het belangrijkste communicatiemiddel.
Van de buitenkant lijkt het stotteren alleen het haperen in de spraak. Maar het heeft ook effecten voor de binnenkant van een stotteraar. Door de spanning die ontstaat krijgt hij een verhoogde hartslag, gaat hij zweten en ontstaat er spanning in spieren als borst-, buik- en keelspieren. Er is bij de stotteraar ook sprake van angst. Bang om te stotteren, bang voor vernedering, verdriet en frustratie.
Dit alles brengt hem in een soort isolement. Hij heeft zoiets van: met hoe minder mensen ik om ga, met hoe minder mensen ik hoef te praten. Veel stotteraars hebben geen baan, want doordat ze stotteren zijn ze onzeker en dit stralen ze uit. Door spreken te ontwijken maken ze hun probleem alleen maar erger, want als ze dan iets moeten zeggen zijn ze zo gespannen dat ze alleen maar erger gaan stotteren. Dit noemen we ook wel de stottercirkel. Het steeds maar erger worden van het stotteren.
Hoe ontstaat stotteren?
Stotteren kan ontstaan door verschillende factoren. Men kan deze factoren onderscheiden in: biologische en omgevingsfactoren. Biologische factoren zijn de kenmerken die in een persoon al vanaf z'n geboorte heeft. Er is veel onderzoek gedaan een lichamelijke 'x' factor die stotteren zou veroorzaken, maar dit is nooit aangetoond. Wel denkt men dat het goed mogelijk is dat er bij stotteraars iets mis is met de coördinatie. Het is namelijk zo dat 110 spiergroepen gecoördineerd moeten worden om vloeiend te spreken. Ook zou het mogelijk zijn dat een stotteraar heftiger reageert op geluid. Het zou dan zo zijn dat stotteraars lichamelijk sterker reageren op het roepen van hun naam, of het rinkelen van de telefoon. Ze gaan dan sneller ademhalen, ze zijn meer gespannen en struikelen over hun woorden. Toch is het zo dat bij deze factoren het stotteren alleen zal ontstaan onder invloed van omgevingsfactoren.
Mensen kunnen ook gaan stotteren door spanning of emotie die ze ervaren. Veel kinderen die nog bezig zijn met het leren praten gaan door opwinding herhalen of hakkelen. Doordat ze met hun kleine woordenschat veel willen vertellen gaan ze door gehaastheid struikelen over hun woorden. Meestal gaat dir gewoon weer over. Gebeurt dir niet dan heeft dit vaak te maken met spanningen thuis (bijv. ruzies), op school (bijv. het gaat niet zo goed), of met vriendjes (hij/zij heeft moeite in de omgang). Dit geeft eigenlijk al aan dat stotteren aangeeft dat het kind zich ergens niet prettig voelt.
Wat is eraan te doen?
Als je stottert kan je natuurlijk een therapie volgen, maar er is door de omgeving ook veel aan te doen. De stotteraar zelf kan ook al veel aan het stotteren doen, want het is geen gebrek, maar een verkeerde aangeleerde manier van praten. Een stotteraar moet als eerste stoppen met het vermijden van praten, hij moet contacten leggen en zeggen wat hij wil zeggen. Hij moet ook erkennen dat hij stottert. Ook moet hij zorgen voor meer ontspanning, omdat spanning ook voor een probleem is.
Maar ook de luisteraar moet helpen. Laat de stotteraar uitspreken, want als je hem de hele tijd aanvult voelt hij zich ook maar opgelaten omdat dat hem het gevoel geeft dat het sneller moet. Dit heeft als effect dat hij alleen maar erger gaat stotteren.

Spraakproblemen

Sommige kinderen gaan pas laat praten. De meeste ouders maken zich daar grote zorgen over, maar dat hoeft helemaal niet, want de enige verklaring daarvoor is dat het kind daar gewoon nog niet aan toe is. Soms kan het echter ook gebeuren dat de taalontwikkeling be‹nvloed wordt door een tekort aan prikkels. Als je als ouder namenlijk te weinig tegen een kind praat, krijgt het kind minder gelegenheid om te oefenen.

De meeste kinderen leren praten als ze op de schoot van de ouders zitten, want dan kan hij de ouders namenlijk het beste horen praten in normale en duidelijke taal. Het is dus goed kinderen veel op schoot te nemen. Zelfs als een kind al peuter is, is het nog steeds heel belangrijk dat hij de ouders duidelijk hoort praten, en dus niet dat de stem van de ouders wordt overstemt door bijvoorbeeld het geluid van een wasdroger of een ander high-tech apparaat. Ook is het erg belangrijk dat een kind ziet hoeveel plezier de ouders hebben in het praten, waardoor het kind ook sneller de neiging krijgt om te praten. Voor kinderen met wat achterstand kunnen de ouders het beste met een kind veel oefenen, maar de ouders moeten hem niet onnodig willen laten praten want dat kan juist precies het tegenovergestelde effect hebben. Als dat kind dan eindelijk zijn eigen brabbeltaaltje ontwikkelt, is het belangrijk dat de ouders hem proberen te verstaan, en hem zoveel mogelijk proberen te antwoorden in het correct Nederlands, maar het kind moet vooral niet het gevoel krijgen dat de ouders hem niet verstaan want dat is erg frustrerend voor hem.

Je hebt ook kinderen die veel fouten maken in hun taal, die moeten de ouders vooral niet te veel willen verbeteren want dan heb je kans dat zo'n kind niet meer wil praten. Die fouten slijten er wel uit naarmate die kinderen ouder worden.

Aan andere spraakproblemen zoals lispelen, slissen en stotteren kan een kind helemaal niets doen maar deze problemen verdwijnen meestal wel na de eerste levensjaren.

Dove baby's: een dove baby begint op dezelfde leeftijd geluidjes te maken als een normale baby, wat bewijst dat taalontwikkeling niet alleen op imitatie berust, maar dat een baby ook een deel van zijn taal meekrijgt al vanuit zijn moeders buik.

Een dove baby wordt alleen wel minder aangemoedigd om te oefenen, en krijgt ook niet de prikkels die een normaal kind krijgt van alle geluiden die hij oppikt. Een doof kind zal voornamelijk reageren op de bewegingen van de mond van de ouders of op een glimlach.

Hoe stimuleren we de ontwikkeling van de spraak?

Hoe kun je een kind leren om goed te praten?
Om te beginnen zoals al genoemd is in een vorig stuk, dus door veel tegen een kind te praten, maar ook door veel spontane reacties te maken op pogingen van een kind om geluidjes te maken. In het begin is het voor een kind ook helemaal nog niet belangrijk dat het kind, de ouders verstaat, maar wel dat hij merkt dat de ouders van hem en van hun samenzijn genieten. Samen gezellig babbelen of liedjes zingen helpt vaak ook maar veel mensen doen dit niet omdat ze zich daarvoor schamen. Ook voorlezen is een zeer goede methode, er zijn zelfs proeven gedaan met baby's, waaruit bleek dat kinderen van de leeftijd van twintig maanden die vanaf hun twaalfde maand iedere dag voorgelezen werden, een zeer geruime voorsprong hadden qua taalontwikkeling dan de kinderen die niet elke dag voorgelezen werden. Ook doormiddel van een kind te laten spelen met een speelgoedtelefoon doet wonderen. Laat een kind denken dat hij telefoneert met zijn beste vriendje of met zijn oma, en je zult er versteld van staan van wat hij allemaal zal vertellen. Soms zijn dit zelfs dingen die de ouders nooit zouden vermoeden.

Conclusie

Contact met anderen blijkt heel belangrijk te zijn in de taal ontwikkeling van een kind. Het kind begint na te praten wat hij van anderen hoort, ver voordat hijzelf begrijpt wat hij nu eigenlijk zegt. Kinderen kunnen gemakkelijk twee talen leren, maar ze kunnen hun tweetaligheid ook verliezen doordat het contact met anderen hoofdzakelijk via een taal gaat. Vooral ouders spelen een belangrijke rol in de taalontwikkeling, want kinderen leren de eerste beginselen van de taal via hun ouders. Maar deze kunnen ook erg bezorgd zijn bijvoorbeeld over spraakproblemen dit is echter geheel niet nodig omdat de meeste vanzelf na de eerste levensjaren verdwijnen. Maar al met al is een goed contact niet de ouders onmisbaar.

LITERATUUROPGAVE:
TITEL: AUTEUR:
Kinderverzorging en opvoeding. Hugh Jollv
Lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind. Wilhelmina J. Bladergroen
Taal2. Dolf Hartveldt
Stotteren Arnold van Dijk
Wim van Alphen



Voor dit project is een 7,5 gehaald in HAVO 4. Als je dit project gebruikt stel ik het zeer op prijs als je dit even laat weten door middel van een emailtje.



Terug naar Boekverslagen-Homepage. Statestieken