Beste bezoeker, het is toegestaan dit verslag voor privé doeleinden te gebruiken.
Het is echter niet toegestaan dit verslag of delen daarvan te kopieëren, en op een andere internetsite
ter beschikking te stellen en/of openbaar te maken dmv druk, fotokopie zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van mij. Voor vragen, bijv. over links, kun je me altijd emailen.
Statestieken

Het Reservaat (Ward Ruyslinck)

Boekverslag 2 november 1997. Gemaakt door Walter ter Maten, Son en Breugel.


Auteur: Ward Ruyslinck (pseud. van Reimond Charles Marie de Belser, 1929).
Titel: Het Reservaat, 1964.
Uitgeverij: Manteau, Antwerpen, 22ste druk, 1997.
Aantal pagina's: 200.
Bijzonderheid: Bekroond met de Prijs van de Vlaamse Provinciën, 1967.

Ander werk:

Evaluatie:

Het gaat over machteloos protest van het individu tegen het gezag. De toon van het boek is somber. Het eerste deel (De Achterhoede) is een eindeloze ondervraging wat Basile Jonas heeft gedaan. Het gaat de commissie om feiten. Voor Basile zijn feiten op zich geen waarheden: het gaat om de voorstelling van de feiten. Eerlijkheid en onschuld zijn moeilijk hard te maken. Het boek is spannend: wat heeft Basile nu echt gedaan? Kan hij nog ontsnappen? Is waarheid nog echt van belang?
Het verhaal loopt voor Basile dramatisch af. Heel efficiënt en heel onopvallend voor anderen wordt Basile opgepakt uit de trein en ondergebracht in de observatiekolonie. Officieel overlijdt Basile aan een ziekte. Een gevoelig mens als Basile had hier zeker aandacht aan besteed in zijn dagboek. Er is echter niets hierover in te vinden, waardoor er maar één conclusie is: hij is geëlimineerd. Het is een sombere ontknoping.
In het boek komt een maatschappij naar voren waarin alles nuttig moet zijn en winst moet opleveren (in het voorwoord wordt dit een ziekte genoemd, die Amerikanisme heet). Vriendschap, muziek, poëzie, godsdienst zijn niet nuttig, niet opbouwend, niet progressief. Zij zijn niet bevorderlijk voor wetenschappelijke en technische vooruitgang. Zij scheppen geen economische en sociale welvaart. Het zijn remmende factoren, die dus verdacht zijn en voorkomen moeten worden. De maatschappij wordt streng gecontroleerd en maakt gebruik van verklikkers om informatie te krijgen. Deze informatie wordt zorgvuldig gearchiveerd en op het juiste moment tegen het individu gebruikt. De detaillering maakt het slachtoffer machteloos.
De Homo Mollis, de gevoelige, weke, mens, is niet nuttig in deze maatschappij. Hij mag uitsluitend nog kortstondig dienen als testobject in een inrichting ('Het reservaat'). Dit duurt niet langer dan strikt noodzakelijk is. Op het eind wordt Basile opgeruimd ('de walvis heeft Jonas verzwolgen').
Het eerste deel is een ondervraging, gemengd met terugblikken naar hoe het zich werkelijk heeft afgespeeld. Basile is constant aan het woord en bespreekt zijn gedachtes, gevoelens, bedoelingen. In het derde deel zien we de wereld door de ogen van Johan Drexeler en Martha Simons. Basile is nu echt monddood gemaakt. Johan, in het eerste deel als een dreigend figuur afgeschilderd, blijkt minder beroerd dan aanvankelijk gedacht. Hij is hoffelijk, redelijk.
Het boek beschrijft een maatschappij waarin vrijheid en waarheid bepaald worden door de regerende partij, de regerende klasse, die een dictatuur geschapen heeft om haar positie te continueren. De dictator wordt overal afgebeeld, heeft over alles iets gezegd, wordt afgebeeld met kleine kinderen op z'n knie. Maar in het echt wordt hij niet gezien: hij is een bedenksel, die als een soort strenge vader zijn kinderen opvoedt. Hij heeft ook een bijnaam: 'de Cobra'.
Basile is leraar Nederlands. Het geheel komt op gang nadat Basile een gedicht van eigen fabrikaat in de klas heeft voorgedragen. Hij heeft tevens de dochter van de procureur op haar nummer gezet. Ook heeft hij zijn leerlinge Martha Simons onderdak verschaft. De eerste twee zonden zijn futiliteiten, maar ze wegen mee bij de afweging van de zwaarte van het derde vergrijp: het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk gezag.
De rector is machtig op school, maar afhankelijk van machtspersonen daarbuiten (de procureur Galle). Basile verwart in de ogen van de rector vrijheid met gebrek aan tucht. Een vrijheid is dat men zich niet aan de democratie hoeft te onderwerpen: Basile kan toch naar een communistisch land gaan?
De onderdrukking gebeurt uiterst efficiënt. Je ziet geen militairen en politie. Maar men weet alles van Basile. De maatschappij houdt zelf de dictatuur in stand. Hij roept geen afschrikking op.
Johan Drexeler is een zeer invloedrijk man die zich in de persoonlijke gunst van de dictator verheugt en een goede vriend is van de minister van financiën. Zijn zorg is zijn imago te handhaven. Hij kan zich geen schandalen veroorloven. Toch ondersteund hij de kerk financieel in het geheim. Ook heeft hij behoefte aan een jonge maïtresse. Hij schept hiervoor een aanvaardbare situatie door zich tot voogd te laten benoemen.
Het boek is geschreven in 1964, in een tijd waarin poëzie en muziek aangenaam waren, maar niet nuttig. Tegenwoordig heeft de commercie hier ook grote belangen in gekregen.
Het boek is verdeeld in drie deelboeken: De Achterhoede, Paalberg en Homo Mollis. Ze bevatten geen subhoofdstukken, wat vermoeiend leest. In De Achterhoede wordt Basile constant geconfronteerd met uitspraken van anderen over hem, met geruchten, met losse feiten.
De Achterhoede wordt gevormd door de bange bondgenoten die verlangen naar waarheid. Ze zijn zwak maar voelen elkaar aan. De waarheid spreekt tot hen door de stem van het geweten. De achterhoede, dat zijn de witte olifanten in de grijze massa. Het deel 'De Achterhoede' is geschreven in de vorm van terugblikken.
De Paalberg is een kolonie, een menselijk reservaat voor onaangepasten van de maatschappij. Het is een staatslogement voor bedreigde enkelingen: overlevingstypen die in de verdrukking komen door hun behoefte aan individuele erkenning. Het is ook een wetenschappelijk observatieoord. Het verplegend personeel heeft een nazie verleden. Het deel De Paalberg geeft meer actie te zien dan in het eerste deel: de ontsnappingspoging van Basile met de trein. De rondleiding van Basile door het reservaat heeft een zeer dreigende ondertoon door de getraindheid van het verplegend personeel.
De Homo Mollis heeft een luchtig karakter: de party-wereld van de jet-set, gezien door de ogen van Martha en Johan. De wereld is voor Martha inderdaad geworden zoals ze al in haar afscheidsbriefje aan Basile heeft gezegd: Je gaat er niet dood aan. Hij heeft ook zijn fleurige kanten. Het uitje naar het observatie reservaat heeft voor haar grote emotionele gevolgen als zij het opgebaarde lijk van Basile herkent. Ze raakt in een shock toestand. De instelling beschermt zich door haar elders te laten opnemen.
Het boek is een waarschuwing naar een gevoelloze maatschappij waar vrijheid en waarheid worden onderdrukt. Zij die er tegenin gaan staan alleen en durven elkaar niet te ondersteunen. Na een tijd geven ze de strijd moedeloos op (Ida Baert), ze laten zich omkopen (Kannunik Lemaire), of ze zien in dat het meedoen met de massa ook z'n voordelen heeft (Martha). In het uiterste geval worden ze gewoon geëlimineerd (Basile).



Als je dit evaluatie-verhaal gebruikt stel ik het zeer op prijs als je dit even laat weten door middel van een emailtje.



Terug naar Boekverslagen-Homepage.