Beste bezoeker, het is toegestaan dit verslag voor privé doeleinden te gebruiken.
Het is echter niet toegestaan dit verslag of delen daarvan te kopieëren, en op een andere internetsite
ter beschikking te stellen en/of openbaar te maken dmv druk, fotokopie zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van mij. Voor vragen, bijv. over links, kun je me altijd emailen.
Statestieken

Een vlucht regenwulpen (Maarten 't Hart)

Boekverslag 1 januari 1997. Gemaakt door Walter ter Maten, Son en Breugel.


Auteur: Maarten 't Hart.
Titel: Een vlucht regenwulpen (1971).
Uitgeverij: Uitgeverijven Singel 262, Amsterdam, Antwerpen, 1978.
Aantal pagina's: 249.
Opmerking: Verfilmd, 1981.

Ander werk:

Evaluatie:

Mijn verwachting van dit boek was niet erg hoog. De schrijver kwam bij mij over als een softe snuiter, die af en toe op merkwaardige wijze op de tv was geweest: een vreemde hoogleraar biologie die af en toe een jurk aantrok en zo in de publiciteit kwam. Hierbij komt dan nog de titel: er worden wel een paar, mij overigens vreemde, vogels genoemd, maar om nu te zeggen, dat dit uitnodigend was, was wel wat veel gezegd. Mij zei het niets. Toch was het boek me aangeraden, omdat het zo bekend was. Het was immers verfilmd!
Het boek begint al meteen heel vreemd. De hoofdpersoon, Maarten geheten, denkt dat hij nog maar 14 dagen te leven heeft. Dit komt mij erg ongeloofwaardig over. Ook deze Maarten is, net als de schrijver, hoogleraar biologie. Die zou toch eigenlijk beter moeten weten. Feitelijk is de naderende dood aanleiding om van alles te overdenken wat er in zijn jeugd allemaal was gebeurd. En met name betreft het gebeurtenissen rond de twee belangrijkste vrouwen in zijn leven, zijn moeder en Martha (een onbeantwoorde schoolliefde). Je krijgt zo plaatjes te zien uit zijn schoolleven, zijn leven in de rietlanden, zijn eerste bezoek aan een arts (voor het amandelenknippen). Je hoort ook wat voor invloed het geloof steeds heeft op het gedrag van de mensen om hem heen. Op enkele gebeurtenissen rond zijn moeder en Martha ga ik apart in.
Het sterven van zijn moeder heeft grote indruk op hem gemaakt. Dit leidde tot een afkeer van zijn geloof. Zijn moeder stierf aan keelkanker. Indrukwekkend is de afkeer die bij hem boven komt als twee ouderlingen van de kerkgemeenschap hun zuster komen vermanen. Want God straft niet zomaar. Aan de andere kant moest ze ook blij zijn: 'met een langzame dood kun je je voorbereiden op de ontmoeting met de levende God. Wie God lief heeft die kastijdt hij.' Dit strenge geloof komt ook tot uitdrukking in het voorwoord, waarin de vraag van zondag 10 uit de Cathechismus staat: 'Wat verstaat gij onder de voorzienigheid Gods?' Het antwoord hier is dat alle goede en kwade dingen niet zomaar komen, maar met een bedoeling van God. Maarten kan er niet bij dat God zijn moeder zo laat lijden. Hij begint God te zien als een satan die hard zit te lachen bij het lijden van zijn slachtoffers. Zijn moeder is altijd zeer gelovig geweest, heeft hard gewerkt en is nooit echt gelukkig geweest in het huwelijk met haar man. Op het moment dat zij stierf trok er een vlucht regenwulpen over. Het was op een grijze zaterdag.
Deze herinnering aan zijn moeder combineert emotie met kleur en geluid. Bij de meeste herinneringen die Maarten beschrijft zie je dergelijke combinaties. De afkeer tegen het geloof groeit bij Maarten. Er zit geen liefde in de God van dit geloof, hij is zelfs meedogenloos. En hij heeft een verlammende uitwerking op het gedrag van de mensen. Ze zijn tevreden met wat ze hebben en missen elke inspiratie om hun toestand te verbeteren. Maarten wil hieraan ontvluchten. Je ziet het aan zijn best doen op school, maar ook aan zijn stille tochten door de rietlanden, waar hij zich elke vogel eigen maakt.
De tweede vrouw is Martha. Martha is een jeugdliefde van hem, een liefde die echter nooit beantwoord werd. Maarten is vreselijk onhandig tegenover anderen. Vooral kennismaken is moeilijk voor hem. Daarbij is hij vreselijk onzeker wanneer daar verliefdheid bijkomt. Zijn beeld van seks en voortplanting is louter biologisch, een beetje ruw, harteloos. Bij de beesten gaat het zo en thuis heeft hij niet gemerkt dat het ook anders kon. Daar heeft hij afkeer van. Hij doet zijn best om haar aandacht te krijgen op een wat afstandelijke manier. Dan hoef je geen echt contact te hebben en blijft de zaak zuiver. Je krijgt hierdoor goed bevestigd dat Maarten vroeger thuis enigskind was en nooit veel vriendjes had. Dan had hij wel beter geweten. Martha is stil, eigenlijk een beetje traag en ook nog van een zeer strenge geloofsgemeenschap. Ze is wel goed in muziek. Mede hierdoor leeft ook Maarten zich in in de klassieke muziek. Voor Martha zijn de handelingen van Maarten lichtelijk storend. Hard afwijzen hoort er niet bij, maar ze is blij als de schoolperiode afgelopen is: hard hollend gaat ze het huwelijk in met een ander.
Maarten is inderdaad onhandig. Je merkt als hij wat gaat doen dat hij onzeker is. Het liefst blijft hij op afstand kijken wat de andere kinderen doen en in het bijzonder Martha. Het is maar goed dat hij toch af en toe enkele goede opmerkingen van een medescholier krijgt. En wat was er nou zo bijzonder aan Martha? Ze was niet echt lelijk, maar eigenlijk viel ze op doordat ze zo in zichzelf gekeerd was. Ze zag Maarten amper staan. En Maarten kon rustig kijken zonder dat hij bang was om gezien te worden.
Maarten ontvlucht zoals gezegd het bekrompen milieu van tuinders (druiventelers) die lid waren van een strenge geloofsgemeenschap, door hard te studeren. Uiteindelijk brengt hij het zelfs tot hoogleraar. Zijn vak is weefselkweek. In zijn onderzoek wil hij eigenlijk bewijzen dat iets niet kan. Maar hij slaagt steeds meer in het klonen van wezens (je zou zelfs kunnen zeggen dat het klonen een vervanging is van zijn mislukte sexleven). En hij heeft grote faam gekregen. Zijn oom geldt nog steeds als een waarschuwing: toen die dacht dat hij een perpetuum mobile had uitgevonden zakte hij in elkaar en ging vroegtijdig dood. Alle inspiratie bij deze man was weg. Maarten heeft bewust iets moeilijks uitgekozen om nooit het eindpunt te bereiken. Het aardige van klonen is dat de nieuwe produkten identiek zijn aan het origineel. Niets is immers zo storend als het bijna gelijken op. Martha's zusje leek erg op haar, maar ze was het niet.
De bevrijding voor Maarten komt na een conferentie in Bern, wanneer hij met twee collega's nog een dagje de bergen in gaat bij Winterthur. Het wijdse gezicht van de bergwereld werkt bevrijdend op hem, geeft hem nieuwe inspiratie, nieuwe levenszin. Inderdaad, de oude Maarten sterft, maar een nieuwe staat op, één die vrede met zichzelf heeft.
Wat hebben we nu geleerd van dit boek? We hebben een wereld gezien waarin het geloof een doordringende rol speelde, maar geen enkele bron tot inspiratie bood. Hiermee wordt gebroken. Deze wereld heeft afgedaan. Voor Maarten bood ze geen hulp bij liefde en bij dood. Het definitieve moment is gekomen wanneer hij een ouderling in het water gooit. Een ander punt is dat afstandelijkheid je niet echt verder helpt. Maarten bekijkt mensen net zoals hij vogels bestudeert: gluren naar de andere kinderen, naar het liefdesleven van twee leeftijdgenoten, gluren naar Martha. Maarten heeft gluren, observeren, tot grote hoogte gebracht: hij is een groot vogelkenner, speciaal van weide- en rietvogels. En ook van Martha weet hij eigenlijk alles: zelfs de boeken die ze nodig had. Hij had er niets aan.
Een laatste punt is, wat zijn herinneringen. Maarten komt hier een paar keer op terug. Herinneringen zijn indrukken waarbij meerdere zintuigen bij betrokken zijn geweest (geluid, lichtval, een geur, een gevoel). Die combinaties brengen een emotie te weeg. Het is natuurlijk wel een biologische verklaring.



Voor dit verslag is een 7,5 gehaald in HAVO 4. Als je dit evaluatie-verhaal gebruikt stel ik het zeer op prijs als je dit even laat weten door middel van een emailtje.



Terug naar Boekverslagen-Homepage.