Beste bezoeker, het is toegestaan dit verslag voor privé doeleinden te gebruiken.
Het is echter niet toegestaan dit verslag of delen daarvan te kopieëren, en op een andere internetsite
ter beschikking te stellen en/of openbaar te maken dmv druk, fotokopie zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van mij. Voor vragen, bijv. over links, kun je me altijd emailen.
Statestieken

De kleine blonde dood (Boudewijn Büch)

Boekbespreking 22-01-1997. Gemaakt door Walter ter Maten, Son en Breugel.


Auteur: Boudewijn Büch.
Titel: De kleine blonde dood.
Uitgeverij: De Arbeiderspers, Singel 262, A'dam, 1995.
Aantal pagina's: 213.
Omslagontwerp: Wim Mol.
Tijdsduur bespreking: 7-10 minuten.

Bespreking:

Autobiografisch? Iedere gelijkenis van figuren in dit boek met bestaande personen moet worden beschouwd als een gelukkig of ongelukkig toeval.

Büch: Vara programma "De wereld van Boudewijn Büch" over eilanden en over lokaties waar Duitsers een rol hebben gespeeld. King Atlasje (reeds in derde zin).

Het boek gaat over twee vader/zoon relaties: die van Boudewijn met z'n eigen vader en die van Boudewijn met zijn zoontje Micky. Zijn eigen vader is een oorlogsslachtoffer wat zich uit in impulsief agressief gedrag. Maar Boudewijn kan dit toch accepteren. Hier is sprake van een volwassen relatie. Boudewijn waardeert zijn vader. De relatie tussen Boudewijn en zijn zoontje heeft zich daarintegen niet echt kunnen ontwikkelen: het is hoogstens een vader/kind relatie, die vroegtijdig afbreekt. Zijn zoontje is gewoon een lief klein jongetje.
Een belangrijk aspect uit beide relaties is dat de buitenwereld het bijzondere van de relaties niet begrijpt en steeds bot reageert. Zijn vader is eigenlijk ook een oorlogsheld, maar het gezin Büch staat alleen voor het probleem hoe alles te verwerken. Voor hen heeft Boudewijn een gek als vader, die een medaille op zijn pyjama draagt. Ook als zijn zoontje sterft is het ziekenhuis heel koel in zijn reactie. Zie adviseren heel verstandelijk de knoppen om te draaien. En op de begrafenis is Boudewijn geheel alleen.
Het boek is een terugblik naar beide relaties, waarbij de verhalen over beide relaties elkaar steeds afwisselen. Toch stoort dit niet. In beide gevallen is het eigenlijk een vragen om begrip. Als de buitenwerld zou hebben geweten wat de problemen waren had ze zich mogelijk anders gedragen.

Naar mijn mening gaat het boek meer over de relatie van Boudewijn met z'n vader, dan over de relatie van Boudewijn met z'n zoontje Micky. Toch zal ik eerst wat zeggen over de tweede relatie. Opmerking: Micky heet naar Mick Jagger, voor Boudewijn de favoriete zanger van de Rolling Stones. De moeder van Micky, Mieke is een lerares Engels, die 15 jaar ouder is dan Boudewijn en waar Boudewijn niet mee getrouwd is, omdat hij homo is. Het feit dat hij homo zou zijn heeft verders geen enkele functie in het boek. Het is hoogstens modern om het te zeggen. Met Micky is Boudewijn meerdere keren naar Artis geweest. Hij heeft daar geleerd op zijn woorden te moeten passen. Als Micky bij het zien van een tijger vraagt of zijn poes ook zo groot wordt, zegt Boudewijn: "Als je hem maar genoeg te eten geeft." Het resultaat is dat Micky de poes bijna helemaal verhongert omdat Micky niet wil dat de poes zo groot wordt. Het is grappig, maar het is duidelijk dat een echt gesprek nog niet mogelijk is.
Mieke raakt aan de drank waarnaar Micky bij Boudewijn komt wonen. Het is schrikken als blijkt dat Micky een tumor heeft en naar het ziekenhuis moet. Het personeel is heel zakelijk als het jongetje in coma raakt. Zij adviseren er geen lijdensweg van te maken en vragen Boudewijn om toe te stemmen de knoppen om te draaien. Uiteindelijk gebeurt dit. Voor Boudewijn is dit een heel moeilijk moment. Hij moet zijn zoon laten sterven. Dit is een heel indringende passage in het boek.
Door Micky's vroege dood, ontstaat er nauwelijks een volwassen relatie vader/zoon. Het is hoogstens een vader/kind relatie. Tijdens de begrafenis wordt er een liedje van de Rolling Stones gespeeld. Boudewijn beslist alles. Het favoriete liedje van Micky is toch zijn eigen favoriete liedje. Er is geen toespraak en er zijn geen bloemen. Boudewijn is de enigste aanwezige. En dan weer zo'n treurig detail: de kist zakt te snel zoals de begrafenis ondernemer al gezegd had; er is maar één snelheid.

De andere relatie is veel volwassener. De vader van Boudewijn, Rainer, is afkomstig uit Danzig in het voormalige Duitse Oost-Pruisen (nu Gdansk, Polen). Waarschijnlijk is hij van Joodse afkomst, maar dit wordt nergens in het boek echt bevestigd. Vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog is hij naar Nederland gevlucht. De moeder van Boudewijn komt uit Italië. In een jongeren kamp hebben zijn ouders elkaar leren kennen. Eigenlijk is Rainer een oorlogsheld. Hij heeft Nederland helpen verdedigen, maar moest daarna onderduiken. Van zijn familie zijn na de oorlog alleen nog hij en zijn broer Jobab over. Beide zijn getekend voor het leven. Onkel Jobab is heel kinderlijk geworden. Hij weet het niet meer zo precies. Zijn grapjes zijn die van een klein kind. Bij zijn vader heeft de oorlog heeft een trauma achtergelaten. Zijn vader heeft een grote hekel aan Duitsland gekregen, maar is zelf heel erg Duits in zijn manier van doen: veel Duitse zinnetjes, een gewoonte om te commanderen, heeft een passie om te marcheren. En hij spreekt nog steeds veel Duits. Thuis is vader nog steeds 'Vati'. Maar zijn probleem: "het was vroeger toch goed in zijn jeugd, maar later toch zo slecht" is hij nooit te boven gekomen. De kleinste herinnering aan de tweede wereldoorlog is voldoende om zijn vader steeds in grote woede uitbarstingen te brengen. Dit kon heel plotseling gebeuren. Alles in het gezin Büch staat in het teken om dit te voorkomen. En als het dan mis gaat dan is het goed mis: er wordt geslagen en het eten vliegt tegen de muur. De periode rond vier en vijf mei is steeds heel erg moeilijk in huis.
Toch is vader Rainer best aardig tegen Boudewijn, ondanks diverse botte momenten. Boudewijns moeder is zelfs jaloers op de band die Boudewijn met z'n vader heeft. Rainer neemt Boudewijn heel vaak ergens mee naar toe (in die tijd op de fiets). Bijvoorbeeld gaan ze een keer naar het Nederlands Leger- en Wapenmuseum in Leiden. Rainer is aardig en dan plotseling is het "Je bent met mij in het musuem en ik bepaal wat wel wat je moet zien". Daar wordt Rainer opeens kwaad omdat hij denkt dat een uniform van een Duitse soldaat niet kompleet is. Voor Rainer moet dit wel perfect zijn. Als Rainer door een portier bij de directeur wordt gebracht blijkt het om het uniform van een Nederlandse soldaat te gaan. Deze haat/liefde houding tegen Duitsland komt ook naar voren bij het vlindertje in het begin van het boek. Boudewijn is op schoolreisje naar de Duitse grens (zijn King-atlasje gaat op schoot mee). Alle kinderen mogen even over de grens heen, maar Boudewijn niet, van z'n vader. Hij ziet daar een bijzonder vlindertje (een landkaartje). Zijn vader is een vlinderverzamelaar. Boudewijn denkt dat hij hij zijn vader er veel plezier mee zal doen door het vlindertje voor hem te vangen. Hij holt er achteraan en komt ongemerkt toch in Duitsland, waar hij het vlindertje vangt. Thuis gekomen is zijn vader eerst heel blij ("en, hoe heet het op zijn Duits?"). Maar als hij hoort dat het over de grens in Duitsland gevangen is, wordt hij woedend en vertrapt het beestje. Thuis spreken vader en moeder Duits onderling. Zo Duits was vader dan wel weer. Maar vlak voor Kerstmis komt er weer een woede-uitbarsting nadat hij in zijn kamer heeft zitten huilen temidden van zijn gruwlijke verzameling documenten over concentratiekampen. "Jongens, we vieren dit jaar geen Kerstmis. We vieren überhaupt geen feest meer."
Het zit vol met deze voorbeeldjes die die tweeslachtige haat/liefde verhouding van zijn vader met Duitsland moeten aantonen. Bijv.: Vader was onderhoofd van de reserve-politie, die zomers hielp bij het regelen van het verkeer. Bij het oefenen leerde hij ze ook op z'n Duits marcheren, maar bonnen gingen vooral naar Duitse toeristen.
Het hoofdprobleem waar zijn vader mee zat is eigenlijk altijd actueel gebleven: waarom is er nooit iets gedaan aan de omstandigheden van oorlogsslachtoffers. Een keer komt dat heel duidelijk naar voren als Rainer de Gouden Koets bestormt in Den Haag (tijdens Prinsjesdag). Als echte Duitser heeft hij grote bewondering voor de Koningin (dat is de leider), maar hij verafschuwt Prins Bernard. Hij zegt: wat weten jullie wat wij hebben moeten doorstaan - jullie waren alleen maar in Canada. Maar nu: de boosdoeners worden gespaard en wij zitten nog steeds met de gevolgen. Wij worden zelfs belachelijk gemaakt. En ja, in de krant verschijnt later het bericht dat de labiele R.B. uit W. de koets heeft besprongen, maar dat de koningin en haar gemaal daar niets van hebben gemerkt.
Het hele gezin lijdt onder Rainers gedrag. Uiteindelijk scheiden zijn ouders en ook zijn broers beginnen te praten over die gek. Boudewijn houdt het langst zijn waardering in stand: hij heeft duidelijk zijn vader begrepen en vergeven. Maar ook hij trekt uiteindelijk een streep als zijn vader voor de 5de keer hertrouwt, met een vrouw die nauwelijks ouder is dan Boudewijn. Het boek is geschreven in precies de soort zinnen zoals Boudewijn Buch praat in zijn TV-verhaaltjes: veel korte zinnen, soms een beetje krom. Hij praat gewoon tegen je. Het is heel direct. Hij zou je kunnen aankijken en zeggen: zeg, weet je hoe dat komt. Je voelt dat de camera inzoemt. De problemen die hij schetst zijn, zoals gezegd, heel actueel: euthanasie, behandeling van oorlogsslachtoffers. Ook het onbegrip bij de buitenwereld komt heel goed naar voren. Dit alles wordt afgewisseld met heel tedere, emotionele momenten, die moeten aangeven dat het ook anders was.
Het boek heeft in ieder geval verder duidelijk gemaakt waarom Boudwijn zelf altijd in zijn TV-programma's en in zijn eilandenboeken zoveel bijzondere aandacht voor Duitsers ten toon spreidt.


Als je deze boekbespreking gebruikt stel ik het zeer op prijs als je dit even laat weten door middel van een emailtje.



Terug naar Boekverslagen-Homepage.