Arend ter Maten†, E. Jan W. ter Maten |
In de Database van Nederlandse Familienamen
van het Meertens Instituut, te Amsterdam, vinden we:
Erve bij Langen, Lochem, in 1356 Herkinc, 1688 Harckinck, 1734 Harekink.
Voornaam Harko, ouder Harik, dim. van Hari [Hekket-1975].
Variant: Herkink.
Harkink betekent: "(plaats behorend aan) Harko en zijn familie".
[Zie ook B.J. Hekket: Oost Nederlandse familienamen, Enschede, W.G. Witkam, 1975, 1983.]
In 1947 woonden van de 170 naamdragers er 100 in de provincie Gelderland en 41 in
de provincie Zuid-Holland [Nederlands Repertorium van Familienamen]
Opmerking van de auteurs:
Een telefoonlijst uit 1998 vermeldde echter geen Harkinks
meer in Delft. De lijst bevatte 75 naamdragers waarvan nog geen 15
behoren tot de oorspronkelijke Delftse familie (naar schatting).
Een lijst uit 2003 geeft 94 naamdragers (waaronder ook enkele vrouwen), maar nog
steeds wordt het aantal dat bij de Delftse tak behoort op hoogstens 15-20 wordt geschat.
Vóór 1920 woonde de familie voornamelijk in Delft, 1 tak woonde in Gouda,
2 gezinnen gingen naar Vlaardingen, 2 andere gezinnen gingen naar Leiden,
1 tak ging naar Amerika. Na 1920 gingen er mensen naar Amsterdam,
's-Gravenhage, Tilburg, België, Engeland en Denemarken. Verschillende Harkinks
hebben ook in Nederlands Oost-Indië gewoond. De gezinnen waren niet groot en
het aantal zonen was ook niet groot.
Richterambt Enschede/buurschap Usselo 1710 mei 21 (OH fol 166v)
Gerhard Wilhelm van Hoevel toe Nienhuis, na de dood van zijn vader.
* [Den tynden over] Haarkink, groff ende smal, gelegen in 't carspel van Enschede.
[Usselo ligt in de gemeente Lonneker ten zuid-westen van Enschede:
zie de Gemeentekaart van 1867 (Kuijpers)]
De Nederlandse Leeuw 1940 p. 283, 1944 pp. 63-64, 1948 pp. 28 en 63:
Talle Broersema trouwde vóór mei 1569 met Roelf ten Holte,
zn van Johan ten Holte en Margriet Harkinge. De ouders van Margarita Harking
heetten ... Harkinge en ... Sukinge. De twee familiewapens kwamen voor op rouwbord 16
in de kerk te Zeerijp (Groningen). Op dat rouwbord stonden de 16 kwartieren
van Nicolaas van Bork, die leefde van 1619-1682.
Herman Egberts Wissinck, van Noorden (Vorden?), linnenwever, 29 jr, op de Baangragt, ouders dood.
Annetje Gerrits Harkingh, van Vreeden, 29 jr, ouders dood.
Arnoud Meyboom, van de Ham, suykerbakker, 29 jr, ouders dood.
Femmetje Harkings, van Lagel..(?), 25 jr, ouders dood, geass. met suster Jacobje (?).
Hendrik Schreuder, van Schulterhof, smit, 27 jr, op de NZ Kolk, ouders dood.
Geertruit Willems Harkinck, van Laagh, 39 jr, ouders dood.
Barent Harrekinck, van Lage, smit, 26 jr, won. in de Egelantierstr, geass. met zijn vaders consent.
Jacoba Maas, van Amsterdam, 19 jr, op de Keysersgraft, geassisteerd met moeder Sofija Houtmans.
Barent tekent met: barent harkinck.
Willem Haldoorn, van Amsterdam, 30 jr, won. in de Vinkestr., geass. met zijn moeder Marretje Roos.
Christina Harkink, van Vreede, oud 25 jr, in de Goudblomstr, ouders dood, geass. met Harmanus Wassink.
Interessante namen uit Duitsland en België (tussen 1700-1750) zijn (hier komen duidelijk ook Rooms-Katholieke Harkings voor - dit maakt een Duitse afstamming zeer wel mogelijk: een Duitse naam Bernd kan in Delft snel tot Barent zijn vervormd):
Interessant is dat in Altenrheine in de Gemeente Rheine zich een boerderij
Herking bevond (nu Wullenherker).
Met de twee Nederlandse boerderijen Harkink in de Achterhoek en Haarkink in Twente
zijn hiermee drie onafhankelijke naamgevingen aan families mogelijk.
Tot slot behoort ook een naam als Hartinck/Harting/Hartijn tot de mogelijkheden.
Delft OA 47 dd 25-01-1820
[1]
In het jaar een duizend acht honderd en twintig den Vijf en Twintigsten
der maand January des namiddags ten half Een uure zijn voor ons Mr. Pieter del' Esparil,
Burgemeester als ambtenaar van den Burgerlijken staat der gemeente van Delft,
verschenen Petrus Johannes van der Hargh, oud Zeven en Vijftig Jaren, Mr broodbakker
en Izac van Meeteren, oud Vier en Vijftig Jaren, Kuypersknecht, beide als bekenden
der natenoemen Overleedene en wonende alhier, welke ons hebben verklaard,
dat op den Vier en Twintigsten der Maand January van het jaar Een Duizend
acht honderd en Twintig des morgens ten half drie Uuren in het huis nr 86
Wijk 3 op de Koornmarkt alhier is Overleeden Johanna Harkink,
oud Negentig Jaren, zonder beroep, geboren en wonende binnen deze stad, ongehuwde
Dochter van Barend Harkink en Hendrina van Harten, beide overleeden.
En hebbende declaranten deze acte na voorlezing nevens ons onderteekend.
[Opm.: het genoemde huis was dat van Barend Harkinks kleinzoon Baarent/Barent/Barend. Harkink en
Yda/IJda/Eda Pauluszen/Paulissen/Poulissen/Poulisze/Paus/Pouwelis/Pauwelus.]
Delft Arch. Weeskamer na 1618, Nr 22, fol. 342
Op den 20 Janurary 1742 is ter Weeskamer vertoond den mutuele
testamenten bij Barend Harking en Hendrijntje van Harten, egtelieden, op
den 21 junij 1730 voor Mr Simon van der Heijden, Notaris, en seeckere getuijgen
binnen deze Stad gepasseerd, en door den testateur metterdood bekragtigt,
waarbij de Weeskamer is bevonden te zijn gesecludeerd.
Gedaan bij alle den Heeren Weesmeesteren.
Den 3 September 1757
Ferdinandus Harkink j.m. geboren alhier en wonende op de Lakegragt zijnde van de
Roomsche Religie, met
Anna Pellegroen j.d. meede geboren alhier en wonende in de Kerkstraat zijnde van
Gereformeerde Religie.
Tweede Gebod den 16 October 1757, derde en laatste gebod den 27 November 1757.
Ende werden deze geboden van ses tot ses weken afgekondigt ingevolge het placaat
van de Edele Groot Mogende Heeren Staaten van Holland ende Westvriesland van
dato 24-1-1755.
Op 10-11-1817 is om 12 uur in huis 36 wijk 3 aan de Koornmarkt, overleden Ferdinand Harkink, oud 84 jaar, van beroep kaarsmaker, geboren en wonende binnen de stad, zoon van Barend Harkink en Hendrina van Harte, beide overleden, weduwnaar van Johanna Pellegrim, overleden alhier.
Arend Klos, schoonzoon, oud 27 jaar, horlogemaker, verklaart dat op 22-12-1819, om 1.30 uur is overleden in huis no 86 wijk 3 op de Koornmarkt alhier, Barend Harkink, oud 59 jaar en 6 dagen, geboren en wonende binnen deze stad, van beroep meesterkuyper, zoon van Ferdinand Harkink en Johanna Pellegrim, beiden overleden, echtgenoot van Yda Paulusse, wonende alhier.
Juffouw Yda Paulissen, weduwe van Barend Harking, van bedrijf kuipster, wonende
Koornmarkt wijk 3 no 86, maakt een testament, waarin o.a. haar zoon Ferdinand Harking,
zoon van haar overleden man, ontvangt: 2000 gulden contant, alle klederen, stoffen
enz. van haar overleden man, een bed met toebehoren (genoemd worden peluw, 2 kussens,
6 lakens, 6 slopen, 1 katoenen en 2 wollen dekens), 1 ladetafel. Vermeld wordt, dat
betrokkene niet in staat is zichzelf een bestaan te verschaffen.
Haar 5 dochters krijgen al de klederen en sieraden, terwijl haar verdere bezittingen
tussen haar 7 kinderen worden verdeeld. Dit zijn: Johanna Harking, gehuwd met
Cornelis Hoets te Delft; Jannetje Harking, gehuwd met Nikolaas Hendrik (?) Hooykaas
te Rotterdam; Henderina Harking, gehuwd met Joseph Tresson te Rotterdam; Maria Harking,
gehuwd met Arend Klos te Delft, Berendina Harking, gehuwd met Dirk van Nieveld te
Delft; Ferdinand en Daniel Harkink.
Daniel blijkt reeds Fl. 300 te hebben ontvangen en Berendina Fl. 400. Verder heeft
Daniel een optie op het huis Koornmarkt, pakhuis Kromstraatsteeg en de gereedschappen
- nadat een en ander geschat zal zijn.
Tot slot bepaalt ze, dat ze net als haar overleden man in de Oude Kerk begraven wil worden.
Verdeling van de nalatenschap van Barend Harkink, overleden 22-12-1819.
1. Mejuffrouw Yda Paulissen, weduwe van Barend Harkink, particuliere, thans wonende
Botersloot, Rotterdam.
2. Cornelis Hoets, schoolmeester, gehuwd met Johanna Harkink, wonende Molenstraat
wijk no 365, binnen deze stad.
3. Nicolaas Johannes Hooykaas, metselaar, gehuwd met Jannetje Harkink.
4. Joseph Tresson, winkelier, gehuwd met Hendrina Harkink, wonende Botersloot,
Rotterdam.
5. Arend Klos, horlogemaker, gehuwd met Maria Harkink, wonende Oude Delft wijk 3
no 62, binnen deze stad, ter vijfder zijde.
6. Dirk van Nieveld, zeilenmaker, gehuwd met Berendina Harkink, wonende Rotterdamsche
Poort, wijk 1 nr 394, binnen deze stad.
7. Ferdinand Harkink, particulier, wonende Botersloot, Rotterdam.
8. Daniel Harkink, meesterkuiper, wonende Koornmarkt wijk 3 nr 86 binnen deze stad.
| Huis, kuiperij en erve, staande en gelegen aan de Oostzijde vande Koornmarkt binnen deze stad, belend volgens Gifte of Transport ten zuiden ..., ten noorden ..., strekkende voor van de straat tot agter tegen het huis van Jan van Ee en uitkomende met een eigen poort in de Kromstraatsteeg, in welke poort de buurman in- en uitgang heeft, bekend onder wijk 3 no 86, ... | Fl. | 1050, | -- | /a | |
| Pakhuis en Erve, zuidzijde Kromstraatsteeg wijk 3 no 108 | Fl. | 50, | -- | /a | |
| Meubels, inboedel, goud, zilver, kelding | Fl. | 303, | 50 | /a | |
| Contanten | Fl. | 1950, | 90 | ||
| Vorderingen | Fl. | 787, | 60 | /a | |
| Daniel Harkink | Fl. | 500, | -- | /a | |
| --- | ----- | -- | |||
| Fl. | 4642, | -- |
Yda Paulissen ontvangt Fl. 2321,-- plus 1/4 van de wederhelft ad Fl. 580,25, bestaande
uit alles aangegeven met "/a" plus Fl. 210,15 contant.
De overige krijgen ieder Fl. 165,78.
Yda Paulissen, particuliere, herroept gedeeltelijk vorige testamenten:
Ferdinand krijgt een kwart van mijn nalatenschap, boven het deel als medeerfgenaam.
Begraven "bijwijze van met eenen streek zoals bevoren hier gebruikelijk".
Yda Paulissen herroept vorige testamenten. Ze benoemt nu Arend Klos en Adrianus Rombout,
apotheker te Schiedam, tot uitvoerder, waarvoor ieder Fl. 25,-- zal krijgen.
Daniel, zoon, zal het zilveren horloge van zijn Vader krijgen.
Ferdinand, zoon van Daniel, het gouden horloge met gouden ketting, mitsgaders
zilveren tabaksdoos, afkomstig van de nalatenschap van zijn oom Ferdinand Harkink.
Yda Harkink, dochter van Daniel, mijn gouden ketting.
Cornelia Klos, dochter van Maria Harkink, mijn juweelen Boot, vrij van het regt van
successie en kortingen, te leveren na 3 maanden (aan kleinkinderen bij meerderjarigheid).
Verdere erfgenamen:
Barend Harkink, Ferdinand Harkink, Yda Harkink: kinderen van Daniel.
Yda Tresson, Barend Tresson: kinderen van Henderina.
Barend Hooykaas: zoon van Jannetje.
Barend van Nieveld: zoon van Barendina.
... uit te keren bij meerderjarigheid onder aftrek van 5% voor administrateur.
Daniel Harkink, zoon, keuze om te aanstaan: huis, pakhuis, kuiperij en erven
tegen taxatie-waarde.
Overige kinderen.
Yda Paulissen, in zieke toestand en bedliggend, wonende Koornmarkt no 86.
Aanvulling op vorig testament.
Daniel krijgt bij vooruitgifte tevens erfdeel met vrijstelling van inbreng,
de volkomen vrijheid van keuze om het aan mij toebehorende huis, erve, pakhuis
en erve met aanhorigheden, Koornmarkt en Kromstraatsteeg te Delft, wijk 3 nr 86
en 108, de beide panden tesamen en verenigd tot uitoefening der kuipersaffairen,
door genoemde mijn zoon van mij gehuurd en door hem gebruikt wordende, voor een
somma van Tweeduizend gulden nederlands geld en deszelfs erfdeel te mogen aanstaan
en overnemen. Indien de anderen protesteren wordt hij algeheel erfgenaam.
Nieuw testament:
1. Zoon Daniel: zilveren horloge van Vader.
2. Cornelia Philippina Maria Klos, dochter van Maria Harkink: juwelen boot.
3. Ferdinand Harkink, zoon van Daniel: gouden horloge met gouden ketting,
zilveren tabaksdoos van nalatenschap oom Ferdinand.
4. Gerrit Verhulst en Anthonetta van de Broek, wonende binnen de stad: Fl 25,-- voor
genoten vriendenhulp aan mij bewezen.
5. Daniel, zoon, keuze en regt van huize, pakhuis en kuiperij, erve voor Fl. 2000,--,
binnen 1 jaar te betalen.
6. Vijf kindren in leven, t.w. Johanna, wonende te 's Hage, Jannetje te Rotterdam,
Maria Harkink, Barendina Harkink te Rotterdam, Daniel te Delft: ieder 1/6 gedeelte
en de kinderen van Henderina samen 1/6 gedeelte.
Nieuw testament:
1. Yda Tresson, één der kinderen van overleden Henderina Harkink,
mijn juwelen boot.
2. Yda Harkink, dochter van Daniel Harkink: mijn gouden halsketting.
3. Ferdinand Harkink, zoon van Daniel: het gouden horloge, de gouden kettingen en
de zilveren tabaksdoos van oom Ferdinand.
Tot uitvoerders van laatstgenoemd testament worden benoemd, ten eerste Daniel, ten
tweede Johannes de Kooy.
Op 03-03-1841 werd om 12 uur aangifte gedaan door Daniel Harkink, oud 39 jaar, meesterkuyper, zoon, dat op 02-03-1841 om 23.30 uur overleed op de Koornmarkt, Yda Poulissen, oud 78 jaar en 6 mnd, geboren en wonende alhier, dr van Daniel Poulissen, varensgezel, overleden op zee en Johanna Kouwenhoven, overleden, weduwe van Barend. Harkink.
Beschrijving ten behoeve van de verdeling ten gevolge van het overlijden van
Yda Paulussen op 02-03-1841.
Hieruit blijkt dat Henderina Harkink overleed op 02-06-1834 te Rotterdam. Van haar
kinderen zijn nog in leven Yda, oud 20 jaar, Barend, 16 jaar, Maartje, 14 jaar, en
Daniel, 13 jaar. Ingevolge de familieraad was besloten om Daniel Harkink tot voogd
te benoemen.
De dochters worden vertegenwoordigd door de notaris.
Over het horloge t.b.v. Ferdinand bestaat enige onenigheid.
Het lijfgoed wordt geschat door de stadsschatter, het zilverwerk enz. door een juwelier.
Verder is er aan contanten Fl. 144,09 en is er een inschrijving in het grootboek
via LaPortas Amsterdam.
Verdeling: er was in totaal Fl. 2481,78, waarvan ieder Fl. 413,63 ontving.
... Mejuffrouw Johanna Harkink, Huisvrouw van den Heer Cornelis Hoets,
schoolmeester, wonende in de Moolestraat, wijk 6 numero 365 binnen
deze stad, en zijnde aan mij notaris bekend ...
"Ik verklaar tot mijn eenigen Erfgenaam te noemen en
te stellen mijn man Cornelis Hoets ..."
... Mijnjuffrouw Maria Harkink, huisvrouw van Den Heer Arend Klos,
Mr. Horlogemaker, wonende te Delft, in Wijk 3 numero 59, mij notaris bekend ...
"Ik verklaar tot mijnen eenigen Erfgenaam of Algemenen Legataris te neemen en
te stellen mijn man Arend Klos ..."
... Mejuffrouw Barendina Harkink, Huisvrouw van Dirk van Nievelt,
Mr Zijlmaker, wonende te Delft, wijk 1 no 391 en zijnde aan mij notaris bekend ...
"Ik benoem en stel tot mijn eenigen en algeheelen Erfgenaam mijne Man Dirk van Nievelt ..."