De architect-stedebouwkundige:
Willem Marinus Dudok

`W.M. Dudok had een drukke praktijk, maar een klein bureau. Zelfs voor meer prestigieuze opdrachten was hij gewend om een deel van het werk uit te besteden aan derden.' [1]

Dudok valt niet onder een bepaalde stroming te klasseren. Hij stond echter niet geïsoleerd van vakgenoten uit zijn tijd. Zo was hij intensief bevriend met J.J.P.Oud die hij tijdens zijn verblijf in Purmerend (1910-1913) leerde kennen. Ook had hij in zijn jonge jaren contact met Berlage. Invloeden waren onder andere [2]: de handboeken van Reinhard Baumeister en Joseph Stübben; Theodor Fischer (bij wie Oud een tijdje heeft gestudeerd); De Amsterdamse school; Engelse theoretici zoals Raymond Unwin, die uitvoerig de opvattingen van Sitte besprak in het rijk geïllustreerde handboek Town Planning in practice (1909), en Patrick Geddes (Cities in evolution, 1915); Bruinwold Riedel (boek over tuinsteden); de Utrechtse Wethouder en jurist J.P.Fockema Andrae (De Hedendaagse Stedenbouw, Berlages artikelen waren van dezelfde strekking als het boek van Fockema Andreae); Duitse stedebouwers als Fritz Schumacher.

Dudok werkte van een hoog schaalniveau naar een laag. Van stad naar buurt, naar straat, naar gevels, naar plattegronden die logisch uit de vorm van het gebouw voortkwamen. Dudok respecteert de bestaande stad, zijn woonwijken sluiten aan op het eigen karakter van die stad. Om de natuur zoveel mogelijk te respecteren vormen zijn wijken veelal een afronding van de stad. Volgens Unwin moest `de levenskwaliteit worden verbeterd en tegelijkertijd moest het gebrek aan schoonheid worden opgeheven [3]. Om de explosieve groei van de moderne stad te kunnen bijbenen kon men zich niet meer op de bouw van afzonderlijke huizen concentreren, maar moest men met straten werken.' [4] De openbare ruimte staat dan ook centraal in Dudoks plannen.

Hij gebruikte monumenten als dragers van de wijken, en groene zones-door-de-wijk en pleinen om `het plastisch rythme' te verhogen. "Het wegenstelsel had het doel `de belangrijke punten op verkeersoeconomische wijze te verbinden. Daarom moest het `duidelijke vloeiende verbindingen' vormen. De voornaamste eis van de bouwblokken was `dat de vorm een oeconomische en fraaie bebouwing' mogelijk maakte. Daarom was het onderscheid tussen [brede] verkeerswegen en [smalle] woonstraten van cruciaal belang: `omdat men daardoor in staat is, ten aanzien van de verkeerswegen wat meer waarde te hechten aan de speciale verkeereischen, terwijl men bij het ontwerpen der daartusschen gelegen straten de belangen van de bouwblokken wat zwaarder kan laten wegen'." [5] Dudok gebruikte deze hiërarchie in het wegenstelsel alsmede de oriëntatie op de zon om zijn straten levendig te maken. Het instrumentarium hiervoor bestond uit verspringingen of kromming van gevelwanden, verhoogde bouwblokken, uitbouwen, maar ook wel poorten van onderdoorgangen of winkels op de hoeken van een belangrijk kruispunt. Veel van zijn bouwwerken vertonen bloembakken (ook hier spreekt zijn "liefde" voor de natuur), doorlopende ramen (vlak onder het dak) en ronde ramen.

`Het dak vertegenwoordigde voor Dudok een belangrijk gedeelte van het huis, het gedeelte dat bescherming en veiligheid moest uitdrukken. Het huis zelf is een belangrijk gegeven in het menselijk leven, herinneringen worden er direct mee verbonden. Het representeert, zoals Bachelard zegt `een hoekje van de wereld', `een eigen kosmos'. Of zoals Dudok het zou stellen, `een doelmatige, hygiënische, blijstemmende omraming .. van het familieleven, waarin de huisvrouw niet meer slavin van haar huis is'. Het huis is een spiegel van het eigen gezicht. Voor Dudok was het dak de hoed boven dit gezicht.' [6] Een gebouw met platte daken ontwierp hij derhalve slechts wanneer nodig: `de belangrijkste reden voor het gebruik van het platte dak is de afwisseling in contouren. Het heeft dus een zuiver esthetische en decoratieve functie. Het gebouw bestaande uit blokken met platte daken wordt tot contrapunt in een omgeving bestaande uit huizen met een steil dak. Het domineert het stadsbeeld en zet een ander accent.' [7]