Criteria volgens Gillberg

Hieronder volgen de classificatiecriteria voor het Asperger Syndroom, zoals gebruikt door Gillberg & Gillberg (1989), en nader gespecificeerd in Gillberg (1991):

Een belangrijke handicap op het gebied van wederzijdse sociale interactie, zoals blijkt uit minstens twee van de volgende:

Een allesomvattende nauwe interesse, bijvoorbeeld Griekse mythologie, meteorologie, astronomie, welke interessen overigens door de jaren heen wel mogen verschuiven, maar opvallend blijven, zoals blijkt uit minstens één van de volgende:

Het opdringen van routines en interesses, minstens een van de volgende:

Spraak- en taalproblemen, minstens drie van de volgende:

Non-verbale communicatieproblemen, blijkende uit minstens een van de volgende:

Een motorische onhandigheid, zoals naar voren komt uit ontwikkelingsneurologisch onderzoek.

De Gillberg criteria doen expliciet geen uitspraak over het IQ.
Gillberg & Gillberg (1989) schatten dat ongeveer 1 a 2% van de kinderen met een mentale handicap lijden aan het Asperger Syndroom en dat het per 10000 normaal intelligente kinderen ongeveer 10 a 26 keer voorkomt (0.1 tot 0.3%).


author: J.H. Jessurun
http://www.IAEhv.nl/users/jhjess/gil_crit.htm
version: 1.00
last revised: 10 April 1998
e-mail: jhjess@adear.IAEhv.nl