Classificatiecriteria van de DSM-IV

 De Stoornis van Asperger is opgenomen in de Diagnostic and Statistical Manual (DSM-IV) (APA, 1994). Hieronder volgt de officieele vertaling van G.A.S. Koster van Groos, overgenomen uit de Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV (Uitgeverij: Swets & Zeitlinger).

299.80 Stoornis van Asperger
(F84.5)
(Asperger's Disorder)

A. Kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie, zoals blijkt uit ten minste twee van de volgende:

(1) duidelijke stoornissen in het gebruik van veelvoudig nonverbaal gedrag zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking, lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interactie te bepalen.

(2) er niet in slagen met leeftijdgenoten tot nij het ontwikkelingsniveau passende relaties te komen.

(3) tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen (bijvoorbeeld het niet laten zien, brengen of aanwijzen van voorwerpen die van betekenis zijn)

(4) afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid.

B. Beperkte, zich herhalende en stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteten zoals blijkt uit tenminste een van de volgende:

(1) sterke preoccupatie met een of meer stereotiepe en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal is in ofwel intensiteit of aandachtspunt

(2) duidelijke rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele routines of rituelen

(3) stereotiepe em zich herhalende motorische maniëerismen (bijvoorbeeld fladderen of draaien met de hand of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam

(4) aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen

C. De stoornis veroorzaakt in significante mate beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

D. Er is geen significante algemene achterstand in taalontwikkeling (bijvoorbeeld het gebruik van enkele woorden op de leeftijd van twee jaar, communicatieve zinnen op de leeftijd van drie jaar.

E. Er is geen significante achterstand in de cognitieve ontwikkeling of in de ontwikkeling van bij de leeftijd passende vaardigheden om zichzelf te helpen, gedragsmatig aan te passen (anders dan binnen sociale interacties) en nieuwsgierigheid over de omgeving.

F. Er is niet voldaan aan de criteria van een andere specifieke pervasieve ontwikkelingsstoornis of schizofrenie.

Opgemerkt moet overigens worden, dat de omschrijving van de Stoornis van Asperger zo nauw die van de Autistische stoornis volgt, dat de criteria voor de eerste zelden gehaald kunnen worden (Jessurun & Verhagen-Redtenbacher, 1996). De auteurs bepleiten dan ook dat het vooral belangrijk is om diagnostisch te kijken (in de betekenis van door zien), en niet louter classificerend. Overigens mag niet onvermeld blijven dat voor goed wetenschappelijk onderzoek classificatiecriteria van groot belang zijn. Zoals u hierboven kunt zien, zijn de criteria toch vrij subjectief.


Author: J.H. Jessurun
e-mail: jhjess@adear.IAEhv.nl
version: 1.00
last revised: 10 April 1998
url: http://ww.IAEhv.nl/users/jhjess/dsm_crit.htm