Jaartal |
Tijdperk |
Klimaat |
Onderverdeling |
Commentaar |
1.6 miljoen jaar geleden |

|
|
|
Het Pleistoceen, de 1e periode van het Kwartair,
begint reeds 1.6 miljoen jaar geleden. Voorkomen van de
Homo Erectus |
240.000 v.C. |
Paleolithicum
|
Het tijdperk der ongepolijste stenen. Ook wel
de "Oude Steentijd" genoemd. Er zijn reeds
sporen van bewoning in Wallonië |
200.000 v.C. |
Saalien |
De Saale-ijstijd, de 3e van de ijstijden.
Ook wel Riss-ijstijd genoemd. Deze ijstijd heeft landijs
van Scandinavië gebracht tot aan de lijn Haarlem - Nijmegen.
Met name deze periode heeft het reliëf gevormd van ons land.
Het materiaal dat door de gletsjers is afgezet behoort tot de formatie
van Drenthe. Het bestaat vooral uit keileem en zwerfstenen.
Voorkomen van de Neanderthaler. |
130.000 v.C. |
Sporen van bewoning in de toenmalige Nederlanden.
Dij zijn Neanderthalers geweest. |
130.000 v.C. |
Eemien |
Het Eemien, de interglaciale periode tussen
het Saalien en het Weichselien. |
100.000 v.C. |
Begin Weichselien |
Het begin van de Weichsel-ijstijd, de 4e en
laatste. Ook wel Würm-ijstijd genoemd. Het ijs bereikt
Nederland niet tijdens deze ijstijd, maar het klimaat verandert
in dat van een pooltoendra. Ontstaan van erosiedalen. Rondom
deze tijd verschijnen de eerste bewoners in ons land. |
80.000 v.C. |
Eerste sporen van de Homo Erectus in Europa. |
75.000 v.C. (- 10.000) |
Vervolg Weichselien |
De koudste periode van het Weichselien. Deze
periode loopt door tot ± 10.000. |
± 50.000 v.C. |
Er vindt bewoning in Drenthe plaats. De Neanderthaler begint uit te sterver |
35.000 v.C. |
De Cro-Magnon mens verschijnt. |
± 14.000 v.C. - ± 10.000
|
Bewoning in Nederland, België en Scandinavië.
Behorend tot de Hamburger cultuur, beschaving der Magdaleniën.
Het waren rendierjagers, die in Noord-Spanje en Frankrijk de beroemde
rotsschilderingen hebben vervaardigd. |
10.000 v.C. |
|
Pre-boreaal |
Het klimaat is nog vrij koud. Begin van het Holoceen,
de 2e periode van het Kwartair |
± 9700 v.C. |
Radicale temperatuursverandering. Binnen enkele tientallen
jaren stijgt de gemiddelde zomertemperatuur met 5 °C. |
± 8000 v.C. |
Mesolithicum
|
Het tijdperk der kleine stenen voorwerpen. Ofwel
de "Midden Steentijd" |
|
In Voor-Azië wordt voor het eerst graan
verbouwd en vee gebruikt. In Mesopothamië vond men reeds
koper. De eerste diersoorten worden gedomesticeerd (schapen
en geiten).
|
7500 v.C. |
Boreaal |
De temperatuur en de vochtigheid nemen langzaam toe. |
7000 v.C. |
Bouw van de ommuurde stad Jericho
|
6800 v.C. |
Datering boomstamkano, gevonden te Pesse (Drenthe). |
|
Atlanticum
|
Vochtig en warm klimaat De zeespiegel stijgt drastisch
door het smelten van de ijskappen. Engeland komt los van het
vasteland door het stijgen van de zeespiegel. Ierland komt los van
Schotland. Zeeland begint zijn huidige vorm te krijgen. |
6000 v.C. |
Bouw van de ommuurde stad Çatal Hüyük
(Anatolië).
|
± 5500 v.C. |
Er is sprake van landbouw in de Balkangebieden
|
|
|

|
De eerste landbouwers worden in Zuid-Limburg aangetroffen.
Ze komen uit het oosten, en ze verbouwen alleen op de Löss-gronden.
Ze horen tot de groep der Bandkeramiker. Ze bouwden huizen
van wel 35 meter lang. In Groningen en Friesland vindt
men bewoners op natuurlijke hoogten (zandgronden, heuvels, etc). |
5300 v.C. |
Neolithicum
|
Het tijdperk van de gepolijste stenen: de "Nieuwe
Steentijd" . De nieuwe steentijd vormt het begin van
een compleet nieuwe ontwikkeling. Naast landbouw en het telen van
gewassen vindt er veeteelt plaats en domesticatie van huisdieren.
Er worden uitvindingen gedaan op het gebied van gereedschap en er
vindt handel plaats in mineralen, gereedschappen, voedsel en dieren.
In Nederland begint de nieuwe steentijd omstreeks 5.300 voor Christus.
In Oost-Europa al veel eerder. |
± 5000 v.C. |
Op de Balkan wordt reeds op grote schaal
koper gewonnen.
|
4900 v.C. |
De boeren op de Lössgronden in Zuid-Limburg
verwijnen. |

|
Ontstaan van de Swifterbandcultuur. Vissers
met enige kennis van landbouw bouwen een bestaan op aan de mond
van de Overijsselse Vecht, in de buurt van het huidige Schokland.
Ze maken aardewerk met een typisch puntige bodem en houden kleine
koeien. Het lijkt een tussenvorm van jagers/verzamelaars en
landbouwers, wat op die lokatie een goede combinatie is. |
4700 v.C. |
Datering van het oudste in ons land gevonden aardewerk.
Het behoort tot de Swifterbantcultuur. |
4500 v.C. |
Algemeen voorkomen van de Swifterbandcultuur in het
gebied van de huidige Flevopolders, Drenthe (Bronneger), Overijssel
(Mariënberg), Zuid-limburg, het dal van de Overijsselse Vecht
en de Betuwe. |
Er vindt nu landbouw plaats in Midden- en West-Europa. |
4500 v.C. - 4000 v.C. |
Oudste dateringen van de Trechterbekercultuur
in Sleeswijk-Holstein. De naam "Trechterbeker" is
afgeleid van de typische trechtervorm van hun aardewerk. Het
was een half-nomadisch volk en ze beheersen landbouw en veeteelt.
|
|
Uruk (oudste stad in Irak) wordt gebouwd.
|
3900 v.C. |
Voorkomen van langwerpige grafheuvels in
streken tussen Denemarken en Polen.
|
± 3800 v.C. |
Voorkomen van de Trechterbekercultuur in Scandinavië
en Polen. |
3700 v.C. |
Verdwijnen van de Swifterbandcultuur. De bewijners
zijn "uitgewaaierd" langs de hogere oeverwallen van de
Overijssdelse Vecht en de hogere zandgronden in Drenthe. |
3600 v.C. |
|
Voorkomen van de eerste megalithische graven
( 'hunebedden') in Scandinavië en in Duitsland langs de Beneden-Elbe.
|
3500 v.C. |

|
De Trechterbekercultuur is doorgedrongen in
de Nederlanden. Het TRB-volk heeft zich gesetteld op de hogere zandgronden
in Drenthe. Het zijn tevens de bouwers van de Hunebedden.
Er vindt een heuse omslag plaats op het gebied van landbouw
en ontwikkeling. |
In Limburg vindt mijnbouw plaats. Er wordt vuursteen
gedolven. |
3400 v.C. |
Datering van het oudste in een hunebed gevonden aardewerk. |
3300 v.C. |
De tijd waarin Ötzi heeft geleefd. |
± 3200 v.C. |
|

|
In het Westen vindt men mensen die ook de kunst van
het pottenbakken en de veeteelt kenden. Ze leefden voornamelijk
van de jacht en het vissen. Men noemt ze de steurvangers ,
en ze kwamen voor bij Vlaardingen, Hekelingen (Putten), Haamstede
(Schouwen).
|
In geheel Europa vindt nu landbouw plaats. |
± 3100 v.C. |
Datering van met palen omheinde nederzetting bij
Anloo (Drenthe). |
± 3000 v.C. |
Ten zuiden van de Kaukasus en de Kaspische
Zee is de kunst ontwikkeld om brons te smelten. Bronzen voorwerpen
komen via de handel vanuit Egypte en Mesopothamië terecht in
Europa
|
|
|

|
Krijgshaftige nomaden trekken Nederland binnen. Het
is het Strijdhamervolk, afkomstig uit Zuid-Rusland. Ze vertegenwoordigen
ook de standvoetbekercultuur, ook wel enkelgrafcultuur
genoemd. Ze vormen een bedreiging voor de relatief vreedzame
coëxistentie van de aanwezige volken. |
2850 v.C. |
Verdwijnen van de Trechterbekercultuur in Nederland |
2800 v.C. |
|
In heel Europa is de Trechterbekercultuur verdwenen.
Er is nu alleen nog maar sprake van de standvoetbeker-cultuur. |
2700 v.C. |
Ontstaan van de Klokbekercultuur in Midden-
en West-Europa. De naam "klokbeker" ontleent zijn naam
aan het elegante, flauw S-vormige profiel, waarin met enige
goede wil een omgekeerde kerkklok kan worden herkend. |
2500 v.C. |
|
In Drenthe treden door de te intensieve landbouw
de eerste zandverstuivingen op. Uit deze tijd dateren ook koperen
voorwerpen, gevonden in een aantal hunebedden. |
Bouw van de pyramide van Cheops
|
Kunst van ijzer uit ijzererts smelten is reeds bekend. |
2450 v.C. |
|

|
Algemeen voorkomen van de klokbekercultuur.
Langs de hele Atlantische kust tot aan Noord-Afrika, en ook op de
eilanden in de Middellandse Zee, hebben de andere culturen langzaam
plaatsgemaakt voor de klokbekercultuur. De vorm ven de beker in
deze "Europese Klokbekercultuur" is anders dan de oorspronkelijke
vorm in ± 2700. Op de Veluwe lijken de eerste metaalbewerkers
te horen tot deze cultuurgroep.. Zij zijn het geweest die de vele
grafheuvels hebben opgeworpen. De Standvoetbeker en Trechterbekerculturen
zijn nu geheel verdwenen. |
2100 v.C. |
Bronstijdperk
(vroeg) |
De intrede van het bronstijdperk in "ons
land". |
2000 v.C. |
Sub-boreaal
|
Temperatuur en vochtigheid nemen af |
|
Uiteenvallen en verdwijnen van de Klokbekercultuur.
Begin van de periode van het Wikkeldraad-aardewerk. |
< 2000 v.C. |
 |
Hittieten in Klein-Azië smeden ijzer
tot staal voor wapens.
|
|
Landbouwerscultuur in Wallonië en Noord-Frankrijk
|
1900 v.C. |
Brons werd aangevoerd vanuit Duitsland, Frankrijk
en Engeland / Ierland |
1800 v.C. |
Einde van de periode van het Wikkeldraad-aardewerk..
Deze cultuur wordt voortgezet als de Elp-cultuur in de midden bronstijd. |
1750 v.C. |
|

|
Voorkomen van Hilversum-cultuur in zuidelijke streken,
tot in België. |
±1600 - 1700 v.C. |
Veranderingen aan de sterrenhemel tgv draaiing van
de aardas. De zuidelijke ster van het Zuiderkruis begint achter
de horizon te verdwijnen. E.e.a. afhankelijk van de geografische
ligging van de plaats van waarneming.. |
±1500 v.C. |
midden bronstijd |

|
De imidden-bronstijd. Culturen: o.a. de Elp-cultuur
en in de zuidelijker streken de Hilversumcultuur. Deze laatste
cultuur had een sterke verwantschap met culturen in Engeland en
Frankrijk. |
Assur is de hoofdstad van het Assyrische
Rijk
|
|
Internationaal handelsverkeer: Hilversum-urnen (gevonden
in Utrecht, Gelderland, Kempen), de zgn Hilversumcultuur, tonen
sterke verwantschap met urnen uit Engeland. Er wordt o.a.
gehandeld in vee, graan, zout en sieraden, barnsteen en bont, tin,
koper en brons. |
1300 v.C. |
Halssnoer, gevonden te Exloo (Drenthe). Bevat tinnen
kralen (Engeland), barnsteen (Oostzee-gebied), kralen van faience
(Egypte) |
1200 v.C. |
late bronstijd |

|
Late bronstijd in de Nederlanden. Deze wordt gekenmerkt
door het cremeren van de doden ipv het begraven (de urnenvelden-cultuur)
en het toevoegen van lood aan het brons. |
800 v.C. |
De urnenvelden-cultuur in twee golven over de Nederlanden
(noordelijk deel: Germanen, zuidelijk deel Kelten ?)
|
700 v.C. |
Boeren trekken vanuit Drenthe naar het noorden om
hun vee te laten grazen. Steeds meer boeren bleven wonen in dit
weidegebied. Ze bouwden hun boerderijen op de hoogste plekken in
de kwelder. Dit zouden later (±300 v.C.) de eerste terpen
in Groningen en Friesland worden. |
650 v.C. |
Eerste geschreven taal op Amerikaanse continent
(Olmeken, Mexico).
|
600 v.C. |
IJzertijdperk
(vroeg) |

|
Het begin van de ijzertijd in ons land: Men leerde
de kunst van het ijzersmeden van uit het oosten afkomstige krijgers.
Zij verstonden de kunst van het ijzersmeden al veel langer. Het
ijzer werd gebruikt voor gereedschappen en bewapening. Versieringingen
waren simpele patronen. Dit wordt de Hallstatt-cultuur genoemd.
|
Op verschillende plaatsen ontstonden kleine
ijzerindustrieën, die in de lokale behoefte aan ijzer konden
voorzien. Een tweede vernieuwing was de grootschalige winning
van zeezout langs de kust. Een derde vernieuwing waren
de zogenaamde celtic fields, kleine vierkante akkertjes,
omgeven door lage aarden walletjes, dat tot in de Romeinse tijd
in gebruik zou blijven. |
± 500 v.C. |
Vele zandverstuivingen in Drenthe e.o. Bewoners gaan
zich vestigen in Groningen en Friesland, op natuurlijke hoogten
(zandheuvels, kleibanken langs getijde-stromen) |
450 v.C. |
La Tène
cultuur
(midden) |

|
De "midden-ijzertijd": Vormen en versieringen
van ijzeren voorwerpen veranderen, specifiek het afbeelden van gestileerde
mensen- en dierenhoofden is nieuw. Dit is de zgn. La
Tène -cultuur. |
400 v.C. |
Duidelijke sporen van bewoning in het huidige Noorbrabant
en België. Het betreft hier nederzettingen met zgn. twee-schepige
woningen. |
± 300 v.C. |
De zeespiegel begint te stijgen. Bewoners van Groningen
en Friesland richten terpen en wierden op. In de loop der tijd
werden de terpen en wierden groter. Men was welvarend. Het type
boerderij uit deze tijd stond model voor de Friese boerderijen anno
1500 |
250 v.C. |
Laat |
De laat-ijzerperiode |
221 v.C. |
Koning Ying Zheng verenigt China en laat
een terracottaleger maken
|
> 200 v.C. |
Gouden halsringen, voorbeelden van Keltische goudsmeedkunst.
Gevonden in België. |
150 v.C. |
In België is sprake van Keltische burchten en
nederzettingen. Sommige nederzettingen vormden stedelijke centra.
Vanaf 150 v.C. werden daar Keltische munten geslagen. Er was een
levendige handel met de mediterrane volkeren en de Etrusken. |
|
Germaanse stammen vestigen zich blijvend in onze
streken: Kaninefaten langs de kust, Tubanten in het oosten, Bataven
lin het rivierengebied, Friezen in het westen en noorden. |
± 100 v.C. |
Zilveren sierschijf, Keltische zilversmeedkunst.
Gevonden in Nederlands Limburg. |
58 v.C |
|
Verovering van Gallië door Julius Caesar. Dit
betekent het einde van de ijzertijd. |