Het einde van de wereld
Franz Josef Glacier - Jackson Bay - Wanaka - Queenstown
Klik op een foto om te vergroten. Toelichting verschijnt dan in de titelbalk. Deze bladzijden tonen maar een kleine selectie van de 250 Nieuw Zeeland foto's. Bestel de CD om alle 250 foto's schermvullend (800 x 600 pixels) te bekijken! Tevens op de CD: diashows met authentieke muziek en het complete interactieve verhaal, ook geschikt om te printen.
De
zon schijnt en de hemel is stralend blauw als we wakker worden in ‘Hoki’. Na
alle regen van afgelopen week heb ik niet zo’n vertrouwen in de stralend blauwe
hemel van Nieuw Zeeland en verwacht ieder moment een donderbui. In de camping
keuken ontmoeten we een man die op zijn zevende met zijn ouders mee geëmigreerd
is van Nederland naar Nieuw Zeeland. Zijn vrouw en twee kinderen spreken ook
Nederlands, zijn vrouw, een echte ‘Kiwi’, spreekt het zelfs beter dan haar man.
De beide kinderen zijn moeilijk te verstaan. Maar ze compenseren dit ruimschoots
met hun enthousiaste verhalen over ‘Puzzling World’
in
Wanaka, dat we absoluut moeten bezoeken. ‘En vergeet vooral niet naar de wc
te gaan!’, voegen ze er grijnzend aan toe. Hun moeder raadt ons aan een paar
dagen in Wanaka te blijven. Wanaka is prachtig gelegen naast een groot meer
en is heel rustig. Nieuw Zeelanders prefereren Wanaka als vakantieoord volgens
haar, overzeese toeristen voelen zich meer aangetrokken tot het spectaculaire
Queenstown. OK, dan zullen we dus zowel Wanaka als Queenstown moeten bezoeken!
De man – zijn Nederlandse afkomst is hem totaal niet aan te zien – vertelt ons
dat veel Nederlanders naar Nieuw Zeeland geëmigreerd zijn, na de tweede
wereldoorlog om economische redenen, maar ook vanwege de prachtige natuur, de
ruimte en het gevoel van vrijheid. De meeste Nederlanders keren echter vroeger
of later weer terug naar Nederland. Vooral de culturele verschillen veroorzaken
problemen en persoonlijk denk ik dat je, om in Nieuw Zeeland echt te aarden,
erg zelfstandig moet zijn en het niet erg vinden om geheel op jezelf aangewezen
te zijn. Als hobby heb je de keus uit vissen, oldtimers of bowlen. Verder
ben
je in Nieuw Zeeland ver van de rest van de wereld verwijderd, zowel letterlijk
- naar het dichtstbijzijnde vliegveld in buurland Australië is het altijd
nog 2000 kilometer vliegen - als figuurlijk. In Nieuw Zeeland interesseert men
zich nauwelijks voor de rest van de wereld, de Nieuw Zeelandse TV stations brengen
voor het overgrote deel alleen nationaal nieuws, waaronder meldingen van weggelopen
katten en een inspecteur van politie die interessant doet over de meest recente
moord. Je zou bijna de indruk krijgen dat Nieuw Zeeland nummer 1 staat op moordgebied
in plaats van het tegenovergestelde: er gebeurt zo weinig dat reporters zich
vol enthousiasme storten op de sporadische geweldsmisdrijven. Normaal lees ik
geen kranten, maar toch begin ik op een gegeven moment de continue nieuwsstroom
die in Nederland over je uitgegoten wordt te missen. Had ik niet verwacht.
Voor het geval je even de draad kwijt bent: we zitten nog steeds
in de camping keuken in Hoki. Zoals gezegd schijnt de zon en als ik mijn twijfels
over de standvastigheid van het goede weer uitspreek, kijkt de vrouw van de
Nederland
se
immigrant onderzoekend naar de hemel en verklaart dat het vandaag mooi helder
weer blijft. We hebben net verteld dat we op weg gaan naar de Franz Josef gletsjer
en ze voorspelt ons fantastisch uitzicht op de gletsjer en de omringende bergen.
Ze is oprecht blij voor ons en al heb ik weinig vertrouwen in haar voorspelling,
haar enthousiasme is aanstekelijk. Ik krijg opeens haast om te vertrekken in
de hoop eventuele donderbuien te vlug af te zijn. We nemen uitgebreid afscheid
van de Nederlandse Kiwi’s en rijden in de richting van de gletsjers. Onderweg
zien we prachtige meren: lake Mahinapua, heel stil water omringd door bossen
en lake Ianthe, wat we plots fel blauw in de diepte voor ons zien liggen. Het
meer lijkt heel dichtbij, half verscholen achter donkergroene bomen, besneeuwde
bergen in de verte spiegelen zich in het water.
De
Franz Josef gletsjer en zijn buurman de Fox gletsjer zijn beroemd. Nergens ter
wereld op deze breedtegraad komen gletsjers zo dicht bij de zee als hier. Je
kunt een duik nemen in de oceaan en een half uurtje later wandelen in de sneeuw.
Australië heb ik eerder een land van extremen genoemd, maar dat geldt zeker
ook voor Nieuw Zeeland. Beide landen demonstreren de oerkracht van de natuur.
Nieuw Zeeland heeft niet die eindeloze ruimte die Australië heeft, Nieuw
Zeeland met zijn hoge bergen en talrijke meren is veel compacter. Als je auto
rijdt in Nieuw Zeeland kan de bijrijder niet eens een tijdje relaxen met de
ogen dicht, het landschap verandert continu. In Australië kan zelfs de
bestuurder wel een oogje dicht doen, de oversteek over het Nullabor Plain bijvoorbeeld
kan je half slapend afleggen. Geen wonder dat in Australië overal waarschuwing
staan tegen achter het stuur in slaap vallen – nergens in Nieuw Zeeland zijn
we een dergelijk bord tegen gekomen!
We rijden naar een uitzichtplaats, vanwaar we goed zicht hebben
op de Franz Josef. Het weer is zowaar nog steeds prima, de voorspelling van
de vrouw vanmorgen is toch uitgekomen. Ik maak mooie foto’s van de gletsjer,
maar zou graag nog
wat
dichterbij willen komen. De gletsjer ziet er tegen de blauwe lucht bijna onecht
uit. De gletsjer heeft zich de afgelopen eeuwen vele kilometers teruggetrokken,
alhoewel de gletsjer de laatste dertig jaar weer anderhalve kilometer dichterbij
de uitzichtplaats gekomen is. De volgende dag besluiten we naar Roberts Point
te wandelen, vanwaar we een mooi uitzicht over de gletsjer hopen te hebben.
’s Ochtends hebben we rustig aan gedaan, onze kleren gewassen, gekletst met
andere kampeerders. Zodoende is het al drie uur ’s middags als we aan de wandeling
van vijf uur beginnen. De wandeling valt volgens Jac in de categorie ‘Prestatie
Wandeling’, alhoewel naar mijn idee erg veel wandelingen volgens hem in die
categorie vallen. Ik stel Jac gerust dat we alleen maar naar het eerste punt
vanwaar we uitzicht over de gletsjer hebben zullen wandelen en dan weer terug
gaan.
De
wandeling voert door dicht regenwoud. Overal groeit mos waar water vanaf druipt.
Het is donker onder de bomen en het pad is moeilijk, we moeten steeds over grote
gladde stenen klimmen. De wandeling voert over drie hangbruggen, rustig heen
en weer slingerend boven hoge ravijnen. Eén van de drie bruggen mag maar
door één persoon tegelijk genomen worden. Jac, midden op de brug
moedig poserend, maakt zich zorgen als ik me ten behoeve van de foto een klein
eindje op de brug waag. Ik roep dat we samen lichter zijn dan één
echt zwaar persoon maar Jac is niet overtuigd. Na de derde hangbrug overgestoken
te hebben, zouden we volgens mijn interpretatie van de kaart de gletsjer moeten
kunnen zien. Maar we zijn omgeven door regenwoud en kunnen
zelfs nauwelijks de hemel zien. We komen een paar mensen tegen, zij zijn op
de terugweg met uitzondering van één jonge man, die ons inhaalt
en na de eerstvolgende bocht uit het zicht verdwenen is. Het wordt laat, de
klim is zeer zwaar en we hebben geen idee hoe ver we gevorderd zijn na de derde
hangbrug. We overwegen of het verstandiger is terug te gaan. Natuurlijk willen
we allebei graag door, maar Jac maakt zich zorgen dat we overvallen worden door
het duister. En het is bepaald niet de eerste keer dat we ons zorgen moeten
maken over op tijd voor het donker terug zijn van een wandeling… We besluiten
om door te lopen tot de volgende bocht. Daar blijkt het pad gewoon verder omhoog
te lopen. Nou, nog tien minuutjes dan, zegt Jac zuchtend en dan gaan we echt
terug. Een half uur later draait het pad naar het licht en plotseling zijn we
op een uitzichtplaats, de zon schijnt fel in ons gezicht en de jonge man die
ons twee uur geleden inhaalde begroet Jac: ‘You made it!’. Hij is heel blij
aangezien hij een uur op ons heeft zitten wachten, zodat we een foto van hem
kunnen maken met de gletsjer als bewijsstuk op de achtergrond. Jac moet even
op adem komen
en
het ergste zweet van z’n gezicht vegen, ik maak een foto van de jonge man en
dan maakt hij een foto van Jac en mij voor de gletsjer, mooi! Het uitzicht is
prachtig, zeker de moeite van de klim waard. Helaas is de terugweg zo mogelijk
nog lastiger dan de weg naar boven, het pad is zeer glad door de druipende mos
en de kleine stroompjes die het pad kruisen. Als we bijna beneden zijn wordt
Jac een tikje nonchalant en glijdt uit op een onverwacht spekgladde steen. Zijn
achterwerk is zwart en hij heeft pijn in zijn rug, toch al zijn zwakke plaats. De
val draagt bepaald niet bij tot verbetering van zijn uitzonderlijk slechte humeur.
Later noemt Jac deze wandeling als voorbeeld van een bijzonder interessante
en nog niet te zware wandeling. Maar nu maak ik me zorgen of we op tijd terug
zijn om nog ergens iets te eten. We lopen nu al zes uur en het wordt erg donker.
Niet zo vreemd aangezien het negen uur is. De restaurants in Nieuw Zeeland gaan
vroeg dicht. Flink doorlopen dus voor zover het nog gaat en we zijn nog net
op tijd in een restaurant. Jac had gelukkig een andere broek bij zich en kleedt
zich even om in de wc. Hij is heel moe en heeft pijn in zijn rug en überhaupt
overal in zijn lichaam. Ik voel me schuldig. Jac is zodanig van slag dat hij
zelfs tijdens het eten uitgebreid praat.
De volgende dag heb ik overal spierpijn. Ik kan nauwelijks de tent uitkomen. Jac voelt zich prima, alleen een beetje pijn in zijn voeten veroorzaakt door zijn waardeloze schoenen (zijn ‘wandelschoenen’ hebben minder grip en een dunnere zool dan zijn sandalen). Hoezo, vraagt hij, heb jij dan ergens last van?
Het
weer is zowaar nog steeds goed en we trekken verder naar het zuiden. Voordat
we landinwaarts gaan, rijden we langs de kust door naar het zeer afgelegen plaatsje
Jacksons Bay. We steken een grote rivier over. Het uitzicht is prachtig. Ik
stap uit de auto en loop terug over het smalle trottoir tussen de weg en de
reling van de brug. De reling is laag, net boven kniehoogte en ik heb het gevoel
dat ik zo weg kan vliegen, richting oceaan of naar de andere kant, naar de hoge
bergen. Jacksons Bay is zeer geïsoleerd. Eén cafetaria, tien huizen,
dertig boten en een lange pier. Een paar toeristen en vissers lopen over het
strand. Dit is echt het einde van de wereld.
We brengen een paar relaxte uren door in Jacksons Bay en op het strand en rijden vervolgens terug naar Haast, op 25 kilometer de dichtstbijzijnde plaats. Niet te hard rijden anders mis je hem nog. Van Haast rijden we landinwaarts via Mount Aspiring National Park naar Wanaka. Mount Aspiring is een imponerend gebied met mysterieuze donkere meren en hoge bergen waarvan de toppen verdwijnen in laaghangende bewolking.
Wanaka is een kleine plaats naast een groot meer,
lake Wanaka. We hebben een ruime keuze uit campings en gaan ze allemaal af,
om natuurlijk toch te kiezen voor de camping die we als eerste bezochten. Wanaka
is weinig indrukwekkend, het water is – zoals overal in Nieuw Zeeland – het
populaire deel. Mensen brengen de hele dag aan het strand door, zonnen, water
skiën, racen met hun speedboat, een
grote
rubberband met hoge vaart in wijde bochten achter zich aantrekkend. Kinderen
klemmen zich vertwijfeld vast aan de heftig op en neer springende band terwijl
pa een maximale bocht inzet met kennelijk als enig oogmerk ook het laatste kind
van de band te lanceren. Een andere hobby is duo para-gliding. Het tweetal,
bestaande uit een instructeur en een toerist, worden opgetrokken door een speedboat.
Leuk om te zien, in korte tijd zijn de para-gliders hoog boven het meer, waar
ze een kwartiertje rondzweven, waarna de landing ingezet wordt met vervaarlijk
zwaaiende manoeuvres. Men landt op een piepklein grasveldje niet groter dan
20 vierkante meter, dicht bij de startplaats waar nieuwe moedige klanten al
staan te wachten.
We bezoeken ‘Puzzling World’, inderdaad zeer de moeite waard.
Het gebouw op zich ziet
er al heel bijzonder uit en een snel drankje in het cafetaria kost een uur,
aangezien ik één van de puzzels die overal op de tafels liggen
poog op te lossen. Puzzling World is gespecialiseerd in allerlei puzzels en optische
illusies. We trachten rond te lopen in het huis waar de vloer niet parallel
is met de aarde, grote verwarring doordat je ogen je
vertellen
dat je in de ene richting moet leunen, terwijl je evenwichtsorgaan meldt dat
je juist in de andere richting moet leunen om niet direct te vallen. We dwalen
een uur rond in het 3D doolhof, uiteindelijk door dreigende wolken zeer gemotiveerd
om de ingang van de laatste van de vier torens en vervolgens de uitgang van
het doolhof te vinden. Voordat we vertrekken brengen we nog een bezoekje aan
de toiletten, de ‘must’ volgens de kinderen die we op de camping te Hoki spraken.
En inderdaad, ik zal de verrassing niet voor je bederven, maar de wc van Puzzling
World is bijzonder! En ik kan het weten, want ik bezoek vrijwel overal het toilet,
wat een extra dimensie toevoegt aan mijn reiservaringen…
Queenstown
is een zeer toeristische plaats, prachtig gelegen tussen hoge bergen aan een
langgerekt meer. We vinden een geschikte camping vijf kilometer buiten het stadje.
Het begint te regenen. Onder de bomen is de grond nog niet zo nat, dus kunnen
we de tent zonder problemen opzetten. Het gaat steeds harder regenen en de regen
stopt de komende 32 uur niet meer. We troosten ons met lekker uit eten gaan.
Om te beginnen in een prima pizza restaurant in het centrum van Queenstown waar
we genieten van de eerste goede pizza’s van het zuidelijk halfrond. De volgende
avond in een simpel café dicht bij de camping, waar we een smakelijke
lamsbout met mint saus verorberen. Jac raakt zelfs zo enthousiast dat hij verkondigt
nog nooit zo’n goede lamsbout gegeten te hebben, en dat terwijl er niet eens
friet bij geserveerd werd!
Als je van outdoor sporten houdt is Nieuw Zeeland een waar
paradijs. Het centrum
van
dit paradijs is Queenstown. De keuze van activiteiten is indrukwekkend: bungy
jumpen, para-gliden, parachute springen, waterskiën, jet boaten, white
water raften (als je er geen probleem mee hebt om op je kop tussen rotsen onder
water te belanden), duiken, bergbeklimmen, ‘scenic flights’ met helikopter of
vliegtuig, paardrijden en je kan zelfs wandelen, de enige activiteit die niet
schreeuwend duur is. We bekijken het bungy jumpen vanaf de Kawarau brug, de
beroemde A.J.Hackett Bungy. De sprong is maar 43 meter, echter zeer eng boven
de grote rivier met het wild stromende water ver in de diepte. Ik ben blij dat
een sprong zo duur is, zodat Jac en ik veilig kunnen zeggen dat het belachelijk
is 50 euro uit te geven voor een paar secondes plezier (plezier?!). We bespreken
dit met een ander Nederlands stel, dertigers, de man zou graag springen maar
heeft het helaas aan zijn rug, jammer hè? Later, op het noord eiland,
komen we ze weer tegen. Na twee maanden weg uit Holland te zijn, is het leuk
weer met Nederlanders te praten.
Tenslotte stopt de regen en wandelen we rond in het kleine
centrum van Queenstown, veel kleine winkeltjes en terrasjes, heel charmant.
Daarna rijden we omhoog naar de ‘remarkable ski area’. Al snel zijn we hoog
boven Queenstown en doorrijdend kunnen we steeds verder uitkijken over het lange
meer en de lagere bergen rondom. Verder
weg
zien we hoge bergen met besneeuwde toppen. Grote rivieren stromen ver beneden
ons. Zo uitkijkend lijkt het wel alsof we in een vliegtuig zitten. Wat best
handig geweest zou zijn overigens voor ons bezoek aan Milford Sound, een prachtig
maar niet erg gemakkelijk te bereiken gebied. Meerdere plaatsen op het zuid
eiland van Nieuw Zeeland kwalificeren kennelijk als ‘eind van de wereld’!
Terug naar Virtual Traveling home