ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL



Homepage

INDEX  (bottom)




slavenhandel

Geschiedenis van Suriname


Op veler verzoek ben ik ook een pagina gestart met foto's van Suriname uit de periode 1930-1960





De Geschiedenis van Suriname zo kort mogelijk omschrijven, dat is natuurlijk bijna onmogelijk, de Geschiedenis van Suriname is daarvoor te tragisch. Al die mailen die daarom vragen, kunt U a.u.b. de Geschiedenis van Suriname wat korter maken i.v.m. (meestal) een werkstuk of zoiets over de Geschiedenis van Suriname, helaas, daar beginnen we niet aan. Ons verhaal over de Geschiedenis van Suriname breiden we zelfs geregeld uit....

kaart1677

Kaart uit 1677

In 1935 verzuchtte premier Colijn in de Tweede Kamer :

"Alles wat in Suriname is beproefd, het is alles eenvoudig mislukt. De dingen zijn niet gemakkelijk. En daarom wilde ik wel, dat er eenmaal in Nederland iemand opstond die wel wist wat er gedaan zou kunnen worden. Ik doe het mogelijke."

Suriname werd altijd beschouwd als iets achter de hand, mocht het eventueel mis gaan in Nederlands-Indië. En dus werd er nooit echt iets struktureels opgezet.

Bovendien werkte men elkaar altijd tegen : de planters werkten niet samen met het plaatselijke koloniale bestuur, wat op zijn beurt weer niet samenwerkte met het moederland.

Ook een kopie van het Indische bestuursmodel, kompleet met voor Nederlands-Indië geschoolde bestuurders werkte niet, het is altijd pappen en nathouden geweest en hopen dat het maar goed gaat, ooit, misschien.

Door zo nu en dan wat extra geld (uit de Indische baten) en mankracht ging het steeds eventjes weer wat beter.

Men heeft nooit doorgehad dat Suriname heel iets anders was dan Nederlands-Indië. In Nederlands-Indië woonden al mensen, een echte immigratie (m.u.v. Europeanen) heeft hier nooit plaatsgevonden. In Suriname woonden van oorsprong alleen "indianen", alle andere bewoners kwamen (niet altijd vrijwillig) van buiten.

Door het uitblijven van economische successen werden ambitieuze plannen steeds bijgesteld, steeds werd gehoopt dat met de "aanvoer" van nieuwe mensen het wel weer beter zou gaan, helaas........




Hoe is het begonnen ?

Suriname (Mama Sranam) werd na de periode Columbus de 'Wilde Kust' genoemd. In het begin van de 16e eeuw was men nog steeds op zoek naar "Eldorado", het land, ergens in Zuid en /of Midden Amerika, waar het goud voor het oprapen zou liggen. Om deze reden werd ook de 'Wilde Kust' diverse keren verkend.

Reeds tijdens het Twaalfjarige bestand (1609 -1621) werd er door Hollandse kooplieden al een factorij gesticht met als doel handel drijven met de 'indianen'. Ook toen al vele mislukkingen...


wic1650

WIC handelsplaatsen in 1650

In 1621 werd de West Indische Compagnie (WIC) opgericht met o.m. als doel het veroveren van zoveel mogelijk Spaanse schepen ("kaapvaart") met, reeds in 1628, als bekendste wapenfeit Piet Heijn. Met de opbrengst werd de belegering van 's-Hertogenbosch in 1629 gefinancierd.

De tegenhanger van de WIC, de in 1602 opgerichte VOC, had een heel ander doel : handel drijven. De WIC had echter aanvankelijk als belangrijkste doel, het dwarszitten van de vijand Spanje (en Portugal, maakte toen deel uit van het Spaanse koninkrijk) Maar na enkele jaren brak al het inzicht door dat de suikerteelt ook best aantrekkelijk kon zijn.

In 1629 werd een gebied in Brazilië op de Portugezen veroverd. Onder leiding van graaf Johan Maurits van Nassau Siegen kwam het gebied tot grote bloei. Het tekort aan slaven was echter groot en dus besloot de WIC dit zelf te gaan organiseren. In 1637 werd fort Elmina aan de Goudkust (het huidige Ghana) veroverd, het bleef Nederlands bezit tot 1872....... Helaas voor de WIC, moest men de gebieden in Brazilië in 1654 weer overdragen aan de Portugezen. De lukratieve inkomsten uit de suikerteelt en vooral de slavenhandel moesten ergens anders vervolgd worden.......

In Suriname waren al nederzettingen gesticht door vooral Zeeuwse kooplieden. Aangezien echter de slavenhandel meer opleverde dan de suikerteelt, werden de nederzettingen (reeds toen dus al) op de meest goedkope manier tot ontwikkeling gebracht. In Nederlands-Indië werd door de VOC een ander beleid gevoerd !

Het was dan ook niet verwonderlijk dat de ook aanwezige Britten veel succesvoller waren. Gouverneur Bryan liet zelfs Fort Willoughby (Willoughby was toen gouverneur van West-Indië) bouwen ter bescherming tegen Indianen en Zeeuwen.


NieuwNederland

Nieuw Nederland (nu Manhattan) 1650



Tijdens de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667 : bekend van de tocht van Michiel de Ruyter naar Chatham-met-de-ketting) sloegen de Zeeuwen (o.l.v Abraham Crijnssen), toe en veroverden Fort Willoughby. Beladen met waardevolle buit keerde Crijnssen terug in Zeeland.

Bij de Vrede van Breda mocht iedereen houden wat veroverd was en dus behielden de Britten Nieuw-Nederland, het huidige Manhattan en de Zeeuwen Suriname, destijds vond men dit een goede ruil !

kaart1700

Kaart uit 1700 met de vermelding "Joods Dorp en Sinagoge"

Niet alleen Britten hadden zich gevestigd in Suriname, ook een grote groep Joodse planters hadden zich er gevestigd, iets heel bijzonders in die tijd. Op de bovenstaande kaart kun je ergens "Joods Dorp en Sinagoge" vinden... Kort na de komst van Crijnssen kwamen de Britten nog een keer terug en werden de suikermolens vernield en werd alles flink geplunderd. De eis van de Engelse koning (bang voor Michiel de Ruyter) aan Willoughby om de schade te vergoeden werd genegeerd. Veel Engelsen trokken ook weg naar Barbados en namen alles mee, ook hun slaven. Tot overmaat van ramp brak ook ruzie uit binnen de WIC over het bestuur van Suriname (toen dus al). De Zeeuwen wilden de kolonie voor zichzelf behouden en daar was Amsterdam het niet mee eens. Crijnssen bleef gouverneur, de Hollanders mochten ook wel komen en dat alles onder het oppergezag van de Staten-Generaal die zich niet te veel wilde mengen in die ruzie, de VOC was nu eenmaal veel lukratiever.

Na het vertrek van de Engelsen braken diverse "opstanden" uit onder de Indianen. De opvolger van Crijnssen, Heinsius, arriveerde in 1678 in een chaotisch Suriname. Als snel kwam er een verbod : niemand mocht de kolonie meer verlaten en pas na een jaar praten lukte het om de Staten-Generaal zo ver te krijgen dat er 100 (!) extra soldaten werden aangevoerd. Door rondom Paramaribo een houten wal te bouwen lukte het om de Indianen op afstand te houden.

In 1682 al probeerden de Zeeuwen het bewind over het rampzalige Suriname met succes over te doen aan de Hoogmogende Heeren der Staten-Generaal, die het dagelijks bestuur in handen legden van de WIC. Helaas kon de WIC de overname prijs niet betalen, uiteindelijk werd Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck bereid gevonden om bij te springen. Als beloning werd hij benoemd tot de nieuwe gouverneur, zijn erfgenamen zouden voorrang krijgen bij volgende benoemingen.

van Sommelsdijck pakte de zaak echter volledig verkeerd aan : binnen de kortste tijd had hij met iedereen in Suriname en in Nederland ruzie. Ook was hij nogal corrupt en dreef ook (slaven)handel voor eigen rekening en met succes. Al snel was hij zo ongeveer de rijkste man van Suriname...De WIC probeerde hem te ontslaan, tevergeefs, want hij beriep zich op zijn bijzondere rechten hem destijds verleend toen hij zoveel geld voor de WIC had uitgegeven. In 1688 werd van Sommelsdijck echter bij een muiterij gedood en dat loste heel wat problemen op. Zijn erfgenamen werden eenvoudig afgekocht.

In 1712 werd Paramaribo door Franse piraten geplunderd en moest de kolonie een grote 'brandschatting' betalen. Veel geharrewar natuurlijk toen men dit tevergeefs probeerde te verhalen bij de WIC.

Tot overmaat van ramp maakten veel slaven van de gelegenheid gebruik om te vluchten. De kolonie beleefde z'n zoveelste crisis. Het ene plan na het andere werd opgesteld, men bleef ruzien over de schadevergoeding, maar het belangrijkste struikelblok bleef het punt wie heeft het in Suriname nu voor het zeggen, wie draait op voor de kosten voor bijvoorbeeld de defensie en waar zouden de eventuele winsten aan besteed kunnen worden. Het spreekt vanzelf dat de animo om in Suriname te investeren en om er te wonen minimaal was .


slavenroutes

............de slavenroutes...........



De weggelopen slaven, ook wel de Marrons genoemd, veroorzaakten na 1770 zelfs echte oorlogen, de zogenaamde Boni oorlogen, genoemd naar de aanvoerder Boni. Andere overgeleverde namen van aanvoerders zijn Jolicoeur, Baron, Asikan-Sylvester en Aloekoe. De successen van de Marrons hadden natuurlijk hun uitwerking op de aanwezige slaven. De aanvallen waren zo succesvol dat er paniek uitbrak. Slaven werden door het bestuur vrijgekocht en omgeschoold tot soldaat : het zogenaamde 'Neeger Vrijcorps' dat met groot succes werden ingezet tegen de Marrons en dus verraders werden genoemd.

Uiteindelijk kwamen er ook 500 huurtroepen uit Europa over die met slaande trom (zo was men dat gewend in Europa) de oerwouden ingingen en dus een gemakkelijke prooi waren voor de Marrons. Het trommelen was snel over. Onder leiding van een officier met de naam Stoelman werd een strategisch eiland bezet, vandaar de naam Stoelmanseiland. De Boni oorlogen brachten het land bijna tot een faillissement, het is hier eigenlijk niet meer bovenop gekomen, al waren de Marrons uiteindelijk verdreven naar de buurlanden.

Fort Zeelandia

Fort Zeelandia

Tijdens de Franse tijd werd in 1799 het bestuur over Suriname overgenomen door de Britten en die voerden al snel vele hervormingen door. De belangrijkste was de verbeterde behandeling van de nog aanwezige slaven. Met onmiddellijke ingang werd ook de handel in slaven verboden. Na 1814 werd door de Britten zelfs een gemengd Engels-Nederlands gerechtshof afgedwongen met als taak het bestraffen van de handel in slaven. In 1833 werd voor de Engelse koloniën de slavernij afgeschaft, in het revolutie jaar 1848 schafte ook Frankrijk de slavernij af. Beide landen hadden koloniën die grensden aan Suriname, dus ontstond er grote onrust onder de planters en hun slaven, van wie velen nu konden vluchten.

Pas na 10 jaar vergaderen en plannen maken werd ook door Nederland op 1 juli 1863 de slavernij afgeschaft. De uiteindelijke doorslag gaf de financiele compensatie uit de Indische baten, ethische overwegingen bleven op de achtergrond !

1 juli 1863 wordt in Suriname KETI KOTI genoemd oftewel "Dag van de Verbroken Ketens". Keti Koto wordt zowel in Suriname als in Nederland gevierd.


Huis 19e eeuw

Huis 19e eeuw

De vrijgelaten slaven moesten nog wel 10 jaar op de plantages blijven werken, alleen kregen ze er nu een beetje geld voor. In 1873 hielden de ex-slaven er mee op. Ze werden vervangen door Hindoestani uit de omgeving van Calcutta. De Hindoestani konden kiezen wat ze wilden na afloop van hun kontrakt : blijven of op kosten van de overheid terug. Mahatma Ghandi heeft er in 1916 voor gezorgd dat er geen nieuwe Hindoestani meer werden geronseld : totaal zijn er ca 40.000 Hindoestani in Suriname werkzaam geweest.

Daarna werd het geprobeerd met (vooral) Javanen uit Nederlands-Indië. Ruim 30.000 Indonesiers werden uiteindelijk overgebracht tussen 1900 en 1940.

Al deze oplossingen bleken uiteindelijk toch veel te duur, bovendien was de suikerteelt niet meer aantrekkelijk genoeg. Men ging over op koffie en cacao. De Tweede Wereldoorlog betekende het definitieve einde voor de plantages : van de bijna 100 suikerplantages uit 1863 waren er in 1940 nog slechts 4 over, bovendien werd het transport naar de afnemers onmogelijk ....

Tijdens de Duitse inval in Nederland lag in de haven van Paramaribo een Duits schip. De opvarenden brachten het schip zelf tot zinken, vlak voordat de lokale overheid het schip in beslag wilde nemen. De resten van dit schip liggen nog steeds in de haven van Paramaribo.

Voor, tijdens en direkt na WOII leefde de economie sterk op t.g.v. de bauxiet produktie. De stationering van een paar duizend Amerikanen tijdens WOII in Suriname deed eindelijk de economie weer wat opleven. Veel winsten vloeiden echter niet in de Surinaamse kas, want de regering in Den Haag had de bauxiet concessies veel te goedkoop overgedaan aan de Amerikanen die hier dankbaar gebruik van maakten.

"Alles wat in Suriname is beproefd, het is alles eenvoudig mislukt. De dingen zijn niet gemakkelijk. En daarom wilde ik wel, dat er eenmaal in Nederland iemand opstond die wel wist wat er gedaan zou kunnen worden. Ik doe het mogelijke.", aldus nogmaals Colijn.

Suriname : altijd stiefmoederlijk behandeld, altijd zeer zuinig bestuurd, altijd ruzies over hoe het verder moest : om moedeloos van te worden ??

schildoud

Het oude schild

Wapenschild Suriname

Het nieuwe schild



Na de onafhankelijkheid op 25 november 1975 werd een zeer symbolisch wapenschild gekozen : links een slavenschip, rechts een palmboom, symbool voor het heden. Een vijfpuntige ster verbeeldt de 5 continenten waar de huidige inwoners van Suriname vandaan komen. Het geheel wordt gedragen door twee Indianen, de oorspronkelijke bewoners van Suriname.



Tot slot :

Wist je dat Nederland voor het "eerst" kennismaakte met Surinamers via een tentoonstelling ??

Het is nu niet meer voor te stellen........


toegangsbewijs_1883



Via deze link krijg je toegang tot de Wereldtentoonstelling gehouden in Amsterdam in 1883. Met bovenstaand kaartje kreeg je toegang tot de afdeling Suriname.

"In de zuidwesthoek van het Museumplein was plaats gemaakt voor een belangrijk onderdeel van de koloniale tentoonstelling: de expositie van de 'Surinaamsche Inboorlingen'. Er was een grote tent neergezet, de rotonde, waar men op vertoon van een speciaal bewijs van toegang naar binnen kon. En hoewel de extra entreeprijs van een kwartje aan de hoge kant was, bleek de belangstelling overweldigend. Het was dan ook voor het eerst dat er in Nederland een groep inwoners van Suriname bewonderd kon worden."





    Op de Volksuniversiteit Geldrop start op woensdagavond 6 oktober 2010 een cursus van 10 avonden over de geschiedenis van de Nederlandse KoloniŽn. Ook wordt dan natuurlijk de geschiedenis van Suriname besproken!

    Docent: Aad 'arcengel' Engelfriet, cultureel-historisch reisleider, stadsgids en geschiedenis docent. Webmaster van deze grootste Nederlandstalige geschiedenis website, een erkend specialist op het gebied van de Nederlandse koloniale geschiedenis.

    Voor meer info:

    klik dan HIER




    Geinteresseerd in een historische rondleiding voor uw eigen groep(je) door Aad 'arcengel' Engelfriet, webmaster van deze grootste Nederlandstalige geschiedenis website, door o.m. een stad of streek in bijv. Nederland, BelgiŽ, Duitsland, Groot-BrittanniŽ, Ierland en/of een historische lezing, publicatie, recensie:

    Voor meer vrijblijvende informatie

    aad@engelfriet.net

    Wilt U eerst meer weten over Aad Engelfriet:

    klik dan HIER







Van een van de lezers van dit zeer populaire verhaal ontvingen we het insigne van de Nederlandse troepen in Suriname:

surinameinsigne

Op deze pagina ook een verhaal over de Nederlandse troepen in Suriname

Op het internet vond ik ook nog een link met een keurig chronologisch jaartallen overzicht :

1492 "Discovery" of the New World by Christophorus Columbus. Start of the enslavement of the Americans.
1499 "Discovery"of the Nothern coast of South America by Amerigo Vespucci. In case you didn't know: The continent America was named afther this discovery traveller.
1613 Establishment of 50 Dutch families along the Corantijn river, the present West border of Suriname.
1630 The first English colonizers arrive.
1640 First slave transports by the West India Company (W.I.C.).
1650 - 1667 Suriname becomes the property of Sir Francis Willoughby of England.
1667 Conquest by the Zeelander Abraham Crijnssen. Zeeland is a province in the Netherlands.
1674 Revolt of the Indigenous and the Maroons under the leadership of Kaaikoesi and Ganimet.
1683 Zeeland sells Suriname to the West India Company (W.I.C.), the Sommelsdijck family and the city of Amsterdam.
1688 Mutiny in Suriname. Governor Van Sommelsdijk was Murdered.
1749 Peace Treaty with the Maroons of the Saramaccan tribe.
1765 - 1793 Guerrilla wars and the slave revolts under the leadership of Baron, Boni and Joli Coeur.
1804 - 1814 English interim Government.
1808 Prohibition of the slave trade by the English.
1836 Slave revolt in Coronie, a present province in Suriname.
1853 Start of the Chinese immigration.
1863 Official abolition of slavery on July 1sth of that year, 15 to 20 years after the English and the French stopped slavery in their colonies. The former slaves got contracts to work on the estates with payment for 10 years.
1873 Start of the British Indian immigration. Nowadays there a lot people living in Suriname, whose ancestors came from what is nowadays India.
1894 Start of the Javanese immigration. At first they would stay in Suriname for five years. Some of the Javanese people got the chance to move back. Other people was promised that they could go back to Indonesia, but that promise never was fulfilled.
1917 Establishment of the Surinaamse Bauxiet Maatshappij, the Suriname Bauxite Company.
1922 Suriname becomes part of the Kingdom of the Netherlands.
1931 - 1933 Hunger and labor revolts in Paramaribo.
1940 - 1942 Occupation by the U.S. Army to protect the strategically important bauxite industry from the Germans. The Germans came to Suriname in a ship called the Goslar. Someone got the chance to open a hatch of the ship. As a result of that the Goslar capsized and sank. The wreck still lies in the Suriname river in Paramaribo as a memory of this historic event.
1948 General suffrage.
1954 Establishment of the Statute for the Kingdom of the Netherlands. The first Suriname flag was introduced: The white flag with the five stars on it, each one representing one of the minority groups. The stars were connected with a ring to symbolize the unity.
1965 Hydro-electric power central at Afobaka in the province of Brokopondo.
1968 Establishment of the University of Suriname.
1975 Independence of Suriname on November 25 of that year.
1980 25 February: Coup d'etat.
1981 Establishment of the Staatsolie Maatschappij, the State Oil Company.
1982 December 8: Some people murdered as a result of a bad situation during that time.
1986 Guerilla warfare in the interior.
1987 First elections in years.
1990 The so called "Telephone coup".
1992 Framework Treaty signed between Suriname and the Kingdom of the Netherlands.
1995 The Republic of Suriname becomes a member of the CARICOM, The Caribbean Community.
1997 Suriname becomes a member of the Islamic Development Bank. Remember, that there are a lot of Islamic people living in Suriname.
2000 The Completition of the Bridge across the Suriname river.


Op veler verzoek ben ik ook een pagina gestart met foto's van Suriname uit de periode 1930-1960



survlag survlag

  Alles wat je verder wilt weten over Suriname, kun je vinden via deze Suriname link






Maar het verhaal is hiermee natuurlijk nog lang niet afgelopen, maar het is zoo al wel lang genoeg, en over wat er na is gekomen, daar is zooveel overbekend, alhoewel, dankzij Piet Reckman, ontvingen we nog dit historische dokument, Piet schrijft erbij:

Op 14 December 2004 is het 50 jaar geleden dat het STATUUT VOOR HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN tot stand kwam en dus zal daar het komend jaar aandacht aan worden besteed:



Wist je dat er op onze Rotterdam site ook een verhaal is over

De geschiedenis van de Nederlandse Antillen



Uit ons verhaal op onze Rotterdam site over de geschiedenis van het KNIL

De geschiedenis van het KNIL en Rotterdam

voegen we nog dit toe, waarbij natuurlijk deze prent weer goed van pas komt:

surinameinsigne

Geschreven in 1960:

Ofschoon de vestiging van het Nederlands gezag in Suriname en de Antillen niet het werk is ge≠weest van het KNIL, hebben toch in latere jaren veel KNIL militairen deel uitgemaakt van de aldaar gelegerde troepen. De uitzending van deze troepen werd door Nederland geregeld in die zin, dat KNIL militairen naar genoemde gewesten werden gedetacheerd.

De eerste contacten met West-IndiŽ dateren reeds van vůůr 1600, toen onze koopvaarders handels≠factorijen wisten te stichten in het gebied rond de Caribische Zee. Een analoog proces als met de VOC in Oost-IndiŽ, doch hier is het de West-Indische Compagnie die de veroveringen tot stand brengt, na veel strijd tegen de Spaanse, Engelse en Franse concurrenten.
In 1613 hadden we reeds een factorij aan de Suriname rivier. In 1634 viel het oog op Curaçao, dat met behulp van een strijdmacht, bestaande uit 44 schepen en 200 man op de Spanjaarden ver≠overd werd.

Behalve Suriname waren het vooral de Antillen waarop de handelscompagnieŽn het oog gevestigd hadden. En evenals in de Molukken, was het hier een stuivertje wisselen om het bezit van de z.g. boven- en benedenwindse eilanden (Saba, St. Maarten, St. Eustatius; Aruba, Curaçao, Bonaire). Het was vooral de bekende energieke Petrus Stuijvesant, die in dienst van de West-Indische Compagnie, als Gouverneur van Curaçao groot werk heeft verricht. Maar hij had in toenemende mate te kampen met de Indianen en de fel concurrerende Engelsen.
Door gebrek aan strijdkrach≠ten moest hij in 1664 zwichten voor deze laatsten, in welke strijd Nieuw Nederland - dat Nieuw Engeland en Nieuw-Amsterdam, dat New-York werd - verloren gingen.

Het belangrijkste deel van de uit verschillende troepensoorten bestaande krijgsmacht waarover de West Indische Compagnie beschikte, vormde de uit Nederland voor de koloniale dienst bestemde "staande armee vrijwilligers" of "militie", die op dezelfde manier werden aangeworven als het krijgsvolk van de VOC. De eerste geregelde troepenmacht die in Suriname optrad bestond uit een detachement van 225 man onder kapitein Maurits de Rama, met als doel Engeland te gaan be≠vechten in Amerika.
Het kwam op 26 februari 1667 op de Suriname rivier en veroverde het fort bij Paramaribo. Weldra had de nieuwe bezetting het hard te verantwoorden. In oktober 1667 kwamen de Engelsen terug, die het nu Nederlandse fort "Zeelandia" heroverden, doch in mei 1668 waren de onzen weer aan bod en capituleerden de Engelsen.

Ook tegen de Fransen had men herhaaldelijk te strijden, doch men wist zich toch te handhaven. Aanvulling van troepen uit Europa liet veel te wensen over en het gehalte was bovendien zeer slecht.

In 1799, toen de kolonie onder protectoraat kwam van Engeland, bestond de sterkte uit 3 bataljons (ca 1.200 man) en een afdeling artillerie. Na de vrede van Amiens werd overgegaan tot de oprich≠ting van 4 West-Indische Jagerbataljons en 4 compagnieŽn artillerie. Deze troepen bleven echter deel uitmaken van de landmacht in Nederland. Voor de werving van troepen voor West-IndiŽ bestond gedurende de Bataafse Republiek een werfdepot, aanvankelijk te Enkhuizen, later in Naarden.

In de loop van de 19e eeuw werd de sterkte herhaaldelijk gewijzigd en langzamerhand inge≠krompen tot 1 bataljon Jagers.
In 1868 had opnieuw een reorganisatie plaats, waarbij het laatste Jagerbataljon werd opgeheven en vervangen door 3 compagnieŽn infanterie en 3 compagnieŽn artillerie, alleen op Suriname en Curaçao in bezetting.

Volledigheidshalve zij vermeld dat er behalve de hierboven genoemde beroepsmilitairen nog twee korpsen bestonden van inheemse en Afrikaanse landaard, n.l. het Korps Vrij Negers en het Korps Jagers (dit laatste niet te verwarren met de genoemde Europese Jagerbataljons).

Het Korps Vrij≠ Negers (opgericht in 1770) was samengesteld uit kleurlingen en vrije slaven. Het had tot taak om aan het optreden der weggelopen slaven paal en perk te stellen en bestond uit 2 compagnieŽn. In 1803 werd dit korps opgeheven en de soldaten ingedeeld bij de bataljons Europese Jagers en der≠halve door het Rijk overgenomen.

Het Korps Jagers (opgericht in 1772) had eenzelfde taak als dat van het Korps Vrij Negers. Het bestond uit door de kolonie aangekochte slaven. De prijzen der negers wisselden af tussen f 800,- en f 3400,-. De sterkte van het korps bedroeg 300 man, zodat men genoodzaakt was daarvoor een lening van f 700.000,- in Holland af te sluiten. Deze jagers droegen aanvankelijk een groene muts, die echter vervangen werd door een rode, toen enige van deze groene mutsen in handen waren gevallen van bosnegers. In de volksmond werden ze daarom "redi-moesoe" d.w.z. "roodmutsen" genoemd.

Evenals de inlandse hulptroepen op Batavia, werden ze alleen betaald als ze dienst deden. Buiten dienst moesten ze zelf in hun onderhoud voorzien en kregen daartoe een "grondje" in de buurt van Paramaribo. Het kader werd geformeerd uit de Europese militie en het gold als een onderscheiding bij deze Jagers te dienen. Het korps had een goede naam en heeft zich herhaaldelijk onderscheiden. Ze waren uitstekende soldaten en beter dan de "Vrij Negers".

Stedman schatte een Negersoldaat van evenveel dienst als zes Europese soldaten. Dit zal wel een beetje overdreven zijn geweest, maar een feit is, dat hun fysiek ver boven dat van de Europese soldaten stond en daar men de beste Negers voor dit Korps uitkoos was, wat lichamelijke gesteldheid aangaat, dit Korps beter gerecruteerd dan het Europese leger, dat allerlei minderwaardige elemen≠ten, vaak verslaafd aan drank, in zich opnam.
Aan discipline waren deze Negers gewend, zodat het morele peil van het Korps Jagers op een hogere trap stond dan dat van de soldaten uit Europa.

Het Korps Jagers heeft lange tijd bestaan, terwijl de naam in 1834 werd veranderd in "Compagnie Koloniale Guides". In de laatste jaren van zijn bestaan werd het aangevuld door Negers recht≠streeks uit Afrika afkomstig, hetgeen goedkoper was, daar deze z.g. "Zoutwater Negers" op de markt niet zoveel kostten als de Negers die men op de plantages aanschafte. Het laatste suppletie-detache≠ment waarmede het Korps werd aangevuld arriveerde op 27 juni 1840 uit Afrika. Omstreeks 1860 heeft het Korps Koloniale Guides door gebrek aan toevoer vanzelf opgehouden te bestaan.

Reeds zagen we dat het laatste Europese Jagerbataljon in 1868 ophield te bestaan. De landmacht van West-IndiŽ kwam toen geheel op zich zelf te staan en had met het Nederlandse Leger niets meer te maken; ofschoon de kosten van deze troepen voor rekening bleven van het moederland.

Aanvankelijk werden de officieren speciaal voor West-IndiŽ benoemd, later volgde detachering van Nederlandse officieren om in het incompleet te voorzien.

Sinds omstreeks 1904 werden geen officieren van het Nederlandse Leger meer in West-IndiŽ gedetacheerd, doch de dienst aldaar vervuld door tijdelijk gedetacheerde officieren van het KNIL. Wat de soldaten en het overige kader betreft: tot aan het uitbreken van de 2e wereldoorlog werden deze uit Suriname zelf dan wel van het KNIL betrokken en voor een zeker aantal jaren in West≠IndiŽ gedetacheerd.
Na de oorlog is hierin tot februari 1951 geen wijziging gekomen. Behalve de aldaar gedetacheerde KNIL militairen, behoorden degenen die in de West dienden noch tot het Nederlandse Leger, noch tot het KNIL.
Na de opheffing van het KNIL gingen de Surinamers die in het KNIL dienden over naar het Nederlandse Leger en werden vervolgens naar Suriname teruggezonden.

Ofschoon het aantal Surinamers dat in het KNIL heeft gediend, over het geheel genomen, be≠trekkelijk gering is geweest, behoorden zij kwalitatief tot de beste militairen van het leger. In de oorlogsdagen hebben zij als voortreffelijke soldaten hun trouw aan de Nederlandse zaak be≠wezen.
Een subliem voorbeeld hiervan is de nog in leven zijnde onderluitenant van het KNIL, H. D. Rijhiner, die vanwege zijn uitstekende daden van moed, beleid en trouw, betoond op 13 mei 1940 tegen de Duitsers te Overschie, door een numeriek sterkere en beter bewapende vijand ern≠stige verliezen toe te brengen, ondanks het feit dat hij hierbij gewond raakte, werd beloond met de M.W.O. 4e klasse, zie deze link:

Wet, behoudende instelling van de Militaire Willemsorde, 30 april 1815

surinameinsigne

We kregen de volgende leuke reaktie van Iris Wijngaarden:

Het is een erg mooi stuk wat je over suriname heb geschreven. Een deel van jouw geschiedenis gebruik ik dan ook als inleiding van mijn werkstuk. Ik zag dat op jouw site stond:

Al die mailen die daarom vragen, kunt U a.u.b. de Geschiedenis van Suriname wat korter maken i.v.m. (meestal) een werkstuk of zoiets over de Geschiedenis van Suriname, helaas, daar beginnen we niet aan.

Daar heb je groot gelijk in hoor! Mensen moeten hun eigen huiswerk doen! Het is ook juist leuk dat er zoveel opstaat :)
Maar nu ikzelf toch een klein samenvattinkje heb gemaakt. Wat lang niet zo uitgebreid en volledig als jouw stuk is, maar wel korter ;) kan ik het je net zo goed sturen.

Dan kan je die zeurigere e-mails in elk geval snel beantwoorden ;).

Hier is het :
Je hoeft er niks mee te doen hoor ;)

Aad vond het zo knap in elkaar gezet, dat het een plaatsje verdiend op deze pagina. Meestal reageert Aad met deze link op al die werkstukverzoeken, maar voor Iris maken we graag een uitzondering!!

Werkstuk kielhalen

Van oorsprong woonde er in Suriname een soort Indianen. In de tijd van de kolonies en de oprichting van de West-Indische-Compagnie vestigde veel niet-Surinamers zich op Suriname. Dit waren voornamelijk slaven die vervolgens op de suikerplantage moesten werken. Ook waren er Nederlanders, met name Zeeuwen die zich vestigde in dit gebied om geld te verdienen met de slavenhandel.
De indianen kwamen regelmatig in opstand tegen hun nieuwe buren. Hun land werd immers ineens ingepikt door Zeeuwen, die daar eigenlijk niet veel te zoeken hadden.
Suriname werd in 1712 door de Fransen geplunderd. Hierdoor vluchtte vele slaven, deze weggevluchte slaven werden Marrons genoemd. Ook deze kwamen in opstand tegen de Zeeuwen die hen immers jarenlang hadden onderdrukt en hun volksgenoten nog steeds onderdrukte. De Marrons werden uiteindelijk verdreven, maar Suriname bleef nog armer achter, door de burgeroorlogen.

In Nederland werd in 1863 de slavernij afgeschat, terwijl dat in Frankrijk en Groot-BrittanniŽ al lang gebeurd was. Hierdoor was er een tijd veel onrust onder de slaven in de buurtlanden die in het bezit van Groot-BrittanniŽ waren, was de slavernij immers al afgeschaft. Dat wilden de slaven in Suriname natuurlijk ook.
De slaven waren nog verplicht 10 jaar voor een klein salaris te werken. In 1873 was er daardoor ineens een tekort aan arbeidskrachten.
Daarom nodigde de Nederlanders Hindoestanen uit. Echter werd hier door Ghandi een stop gezet, waardoor de Nederlanders maar Javanen naar Suriname lokte om te werken als gastarbeiders.
In de tweede wereldoorlog hield het echter helemaal op met de suikerplantages, die niet meer rendabel waren.

In 1975 werd Suriname onafhankelijk verklaard.






ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL Geschiedenis van Suriname ARCENGEL




Reakties  welkom

top






Back to the Surinam INDEX



Last update :

5 April 2010