ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ



Homepage

mijn Nederlands-IndiŽ links

INDEX  (bottom)

VOCvlaggaruda

WEKKER



De agressie oorlog tegen Atjeh, kritiek van Wekker





Hoe beschaafd Nederland in de twintigste eeuw vrede en orde schept op Atjeh.

Door WEKKER

Oud-Maréchaussée-Officier van het Nederlandsch Oost-Indisch leger.

Overdrukken uit het haagse dagblad "de Avondpost", Avondpostdrukkerij, 's-Gravenhage, 1907.


WAARSCHUWING : er staan schokkende passages in..... dus wees voorbereid...


Het vroeger zoo geprezen en zoo gerenommeerd Van Heutsz-pacificatiestelsel" (zooals het nu geringschattend in de Tweede Kamer genoemd werd), kan als leiddraad n o g goed zijn en n o g voldoen. - Let echter wel: ik bedoel hier het stelsel, zooals het in den beginne door Van Heutsz gegeven en ook b e d o e l d was, n i e t het tegenwoordige systeem; men zou dit laatste kunnen noemen een ontaard Van Heutsz-stelsel", als tenminste nog van stelsel" gesproken mag worden ; beter nog ware de benaming Van Daalen-stelselloos-stelsel" of V a n d a l i s m e".

Alsnu terugkomende op de redevoeringen van de heeren Thomson en De Stuers, lees ik, dat zij het Atjeh - beleid op de volgende punten aanvallen :

  1. Het Atjehstelsel, zooals dat de laatste jaren gevolgd wordt, is een wreed stelsel.
  2. Zwakheid heeft geleid tot een wreed stelsel.
  3. Wij zijn onmachtig de bevolking bescherming te geven.
  4. Gedurende de laatste jaren lijdt de toestand op Atjeh door gemis aan wijze bestuursmaatregelen, gebrek aan vertrouwen in de hoofden en achteruitgang in gematigd optreden.
  5. Het politioneel karakter werd aan de patrouilles ontnomen; haar optreden werd uitsluitend zuiver bestraffend.
  6. De pacificatie gaat niet verder dan den kring, dien gij maken kunt, wanneer gij als straal gebruikt de draagkrachtlengte van onze karabijn.
  7. De Atjeher kan geen vrede hebben met onze regeeringsmethode.
  8. Van een vermindering der partij van verzet is geen sprake, wel van het tegendeel.
  9. Het boetestelsel heeft geheel en al fiasco gemaakt.
  10. Onderschrijvende de rede van den heer Van Deventer (Nov. '06

  11.   - Tweede Kamer St. G.) verdient het stelsel van heerendiensten afkeuring.
Waarna de afgevaardigde van Leeuwarden tot de conclusie komt:
  1. De op Atjeh aanwezige troepenmacht is beslist onvoldoende om haar een andere dan uitsluitend bestraffende taak op te dragen.
  2. Momenteel bezuinigt men ; op den duur moeten de militaire uitgaven belangrijk stijgen, daar de Atjeh-krijg onder het tegenwoordig régime nog weer met lange jaren zal worden verlengd.


Op Atjeh toch wordt, sinds jaren een guerilla gevoerd. Is in het algemeen de guerilla de wreedste wijze van oorlogvoeren, zelfs bij beschaafde natiën, hoeveel te meer moest dit het geval worden tegen den inlandschen vijand, in casu den Atjeher, met zijn bekenden anar- chistischen aanleg en bloeddorstigen aard, en waar de eigen troepen eveneens voor het grootste deel bestaan uit inlanders.
Deze waarheid op den voorgrond stellende, rust op elk pacificator de dure plicht alle middelen in het werk te stellen om den omvang dier wreedheden tot een minimum te beperken. Eigenbelang en humaniteit eischen dit van elke beschaafde natie.
  Op Atjeh echter worden dit eigenbelang en die humaniteit niet betracht; daar spant men zijne krachten niet in tot beperking der dierlijke hartstochten, Wreedheid en ruwheid tieren daar welig op een bodem van verzet, haat en wrok. De laatste jaren is de toestand daar van kwaad tot erger geworden, waardoor wreedheid en ruwheid ten slotte zijn ontaard in vandalisme en bestialiteit. Het geheele stelsel draagt het, kenmerk dier barbaarschheid. Men moet zelf jaren lang tot de pacificatie meegewerkt hebben om dit te weten, te voelen en er van te rillen. Ik verwar geen persoonlijk gepleegde wreede daden met beginsel-fouten in het beleid. Ik verwar geen uitingen van karakterweeedheid van den enkeling met gevolgen van insinueerende orders en wreede bestuursmaatregelen, als zoovele dagblad-correspondenten doen. Persoonlijke wreedheid is b.v. de daad van een patrouille-commandant, die een vreedzaam kampongbewoner uit zijn huis haalt en gelast in een klapperboom te klimmen om voor hem en zijne manschappen klappers 1) te plukken om bij het vallen van de eerste geplukte noten naar den man in den boom te wijzen en te roepen; loh, ada badjing, nanti akoe pasang!" 2) om de daad bij het woord te voegen en den armen drommel met zijn karabijn dood te schieten... (historisch). De civiel- gezaghebber verbood dezen patrouille-commandant ooit een voet in Pedir te zetten en de vijandelijke hoofden hadden op zijn dood een hooge geldpremie gesteld. Waar ik echter het pacificatie-stelsel op Atjeh aanval, op vandalisme en terrorisme, heerscht dit tengevolge van onmacht en verkeerde bestuursmaatregelen. Gedenk hier de gevolgen van :
onmacht - wreedheid - verbittering !"
macht - humaniteit - achting !"
Het klein-kaliber mantelprojectiel M. '95 is onmachtig den vijand buiten gevecht te stellen, ergo... wordt er naar een ander middel gezocht,... de dum-dums; zij slaan groote gaten in het menschelijk lichaam, werken dus afdoend... maar wreed. De kleine troepenmacht is onmachtig den vijand ten onder te brengen, ergo... wordt er naar een ander middel gezocht... de afschrikwekkende geweldmaatregelen ; zij slaan groote gaten in 's vijands bevolking, werken dus afdoend... maar wreed.



Bij de periodieke verwisseling der munitie bleek een groot deel, te veel om ongemerkt vernietigd te worden, te bestaan uit zelf gemaakte dum-dums, naar aanleiding waarvan de commandant van het leger in de circulaire no. 4159/154 van 1905 zich officieel bij den gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden beklaagde, dat van éen millioen uit Atjeh te Batavia ingeleverde scherpe patronen er een groot aantal, waren, die door inkerving en afvijling veranderd waren in dum - dums.

Ik was toen op Atjeh. Wat deden de bivaks hun best om de geschonden kogels te begraven of aan de rivieren kwijt te raken ; enkele bivaks echter zaten zóo dik in de dum - dums, dat deze wel ingeleverd moesten worden.

De laatste zinsnede, behelzende de 'aanbeveling aan den gouverneur van A. en O. om tegen het maken van dum - dums te waken, werd door dezen laatste niet ernstig opgevat ; ik en vele bivakcommandanten met mij kregen althans nooit een dergelijk verbod onder oogen ; met het gevolg, dat het gebruik van dum - dums even ongestoord voortging als voorheen.

In het bivak, waar ik tweede-officier was, was door den commandant voorgeschreven, dat de manschappen allen voorzien moesten zijn van 15 dum - dums om mee uit te rukken en de ongeschonden munitie moest worden gebruikt voor inspectie en officiëele gelegenheden, en zoo was het in bijna alle bivaks in 't Meulabohsche, Lho Seumawesche en Poeloe Rajasche.

In Pedië was het gebruik van dum - dums extra verboden ; dit nam niet weg, dat de maréchaussées elk van minstens éen houder dum-dums voorzien waren, welke zij bij uitrukken in hunne broek- of jaszakken dan wel onder den helmhoed verborgen hielden, om ze te goeder tijd in het magazijn van hun karabijn te stoppen.
Deze maréchaussees namen bij het uitrukken steeds vijltjes mee, teneinde den voorraad dum-dums op sterkte te kunnen houden.

Neemt de kaart van Atjeh en Onderhoorigheden vóor u. Het te pacificeeren gebied bedraagt pl.m. 1100 G. M². Dit land wordt bewoond door een anarchistisch, oorlogszuchtig, bloeddorstig, krachtig, zelfbewust, woest, vrijheidlievend, verbitterd, wanhopig volk; solidair in zijn haat tegen den "kafir" ; geoefend en gehard tegen ontberingen door een dertigjarigen oorlog, opgegroeid in het streven de Compeuni  met alle mogelijke en onmogelijke middelen te bestrijden; zonen van moeders, die hare echtgenooten te wreken hebben ; zonen van een eertijds rijk en machtig land, dat nu door den gehaten kafir verarmd en verwoest wordt.



Verfoeilijke onmacht is het ook, die onze patrouilles d w i n g t den vijand kwartier te weigeren en het maken van gevangenen te vermijden of dezen te dooden, als zij ze ondanks zich zelf toch maken.

Een patrouille gaat met acht dagen vivres op excursie, overvalt onderweg een vijandelijke bende en maakt vijf gevangenen, onder wie een grijsaard, die nauwelijks loopen kan, 2 zwaar gewonden en vrouw met, een zuigeling. De patrouille is vier dagen van het naaste bivak verwijderd en is 2 groepen sterk. Wat moet nu de patrouille-commandant met zijne gevangenen doen?

Teruggaan en de gevangenen naar 't bivak brengen mag niet, omdat aan de opdracht nog niet is voldaan.

De gevangenen meevoeren kan niet, omdat zij niet loopen kunnen, de voorraad meegevoerde levensmiddelen te beperkt is en tandoedragers ontbreken, gesteld althans dat het ageeren met tandoes  in de wildernis al mogelijk ware.

Achterlaten mag en kan niet, omdat verraad en het mislukken der excursie hiervan het gevolg kunnen zijn.

Rest één mogelijkheid, nl. een gedeelte van de patrouille met de gevangenen terugsturen en met de rest doorgaan.

Dat is echter onmogelijk door de geringe sterkte der patrouille en den grooten afstand van het naastbijgelegen bivak.

Ergo.... d o o d t de gevangenen òf m a a k t a l l e n a f gedurende den overval en.... opgelost is de moeilijkheid.



Alléen patrouilles, die op één, twee of driedaagsche excursiën, niet, te ver van honk, gevangenen maken, zijn in de gelegenheid deze gevangenen mee te voeren. En dit gebeurt op Atjeh ook wel eens. Maakt zulk een patrouille een djahat gevangen, die niet of moeilijk loopen kan, dan geeft zij zulk een persoon gewoonlijk over aan het dichtsbij wonend kamponghoofd met opdracht en onder de vreeselijkste bedreigingen van boete of vrijheidsstraf en een borgstelling, den gevangene door zijn zorg te brengen naar het bivak, van waar werd uitgerukt. Het is en blijft hooge uitzondering, als men in de maandverslagen leest van gearresteerde kwaadwilligen bij excursiën, die ten doel hadden ladangs op te ruimen. Steeds leest men: "neergelegd zooveel man, waaronder zooveel vrouwen en kinderen". Krijgt men aan eigen zijde een gewonde, wat zelden gebeurt, dan eerst is het tegenover de hoogere chefs verantwoord terug te keeren met den gewonde in de tandoe.  Neemt den Gajoetocht. Dezelfde onmacht; het gebrek aan troepen, voldoende voor bezetting van étappen langs den verbindingsweg met één onzer bivaks is oorzaak, dat bij de verovering van Koeto Reh zijn afgemaakt 313 mannen, gevangen genomen geene;
in gampong Likat 220 mannen gedood, gevangen genomen geene;
in gampong Koeto Lingat Bar(i 344 mannen gedood, 1 gewond, gevangen genomen geene; enz.enz.
Tien tot veertien dagen verwijderd van onzen naastbijgelegen post, met een handjevol soldaten - wat had de bevelhebber moeten doen met gevangenen ????
Van kwartiergeven kon geen sprake zijn, onze onmacht verbood dit. Een ander voorbeeld.
De bezetting van gampong Tampeng had hare munitie zoo goed als verschoten. nadat zij 5 uren de onzen had weten terug te slaan na elke bestorming. Eerst nu gelukte het den marechaussées de wallen te beklimmen en vluchtten de belegerden, verstoken van munitie, achter kleine borstweringen in de benting zelf. De vrouwen, kinderen en weerloozen vluchtten in drommen in 'groote, vierkante kuilen, in de hoop dekking te vinden tegen de projectielen uit onze karabijnen. Nu kregen de brigade-commandanten den last om beurten met hunne brigades van den wal te springen, naar die kuilen op te rukken, daar een salvo in af te geven en in een ren weer terug te loopen naar de wallen, omdat van af de wallen geen vuur gebracht kon worden in die kuilen. Sprongen enkelen in doodsangst uit de kuilen, dan stonden andere marechaussées klaar hen met hunne karabïjnen op te vangen en zoo werden allen tot den laatste afgemaakt. Eén dier brigade-commandanten vertelde ons na afloop: Luitenant, mijn kerels maakten er gewoon een lolletje van".

Ziehier een doorgevoerd weigeren van kwartier, als gevolg van een door den bevelhehber gevoelde o n m a c h t, wàt met gevangenen aan te vangen

S ch a n d e de regeering, die zulke b l o e d b a d e n noodzakelijk maakt<.

Uit een bivak te Meulaboh was maanden gepatrouilleerd door zeventig man. De streek was eerst sedert kort bezet. De commandant voelde na die drie maanden zich onmachtig, de bevolking, die bij de komst onzer troepen hare gampongs verlaten had en zich in het gebergte schuilhield, te dwingen naar hare gampongs terug te keeren. Daarom liet bij door spionnen den uitgewekenen aanzeggen, dat er nog 14 dagen gewacht zou worden op den terugkeer in de gampongs; daarna zouden de patrouilles den last krijgen een ieder, dien zij tegenkwamen, onverbiddelijk neer te schieten. - Er meldde zich niemand, de opdracht werd volvoerd en na die 14 dagen werd weer geproclameerd, dat twee weken gewacht zou worden met doodschieten. Meldde zich dan weer niemand, dan zou gedurende een maand alles neergeschoten worden wat den patrouilles in den weg kwam. - De schrik beving de bevolking en waarlijk meldden zich velen. Toen echter deze bivak-commandant wegging, liepen verscheidenen weer over naar den vijand.

Een andere uiting van die o n m a c h t, hiervoren even aangestipt, is, dat bij alle overvallen van ladangs zonder vooraf te sommeeren al wat, leeft wordt neergeschoten.

Sommeeren wordt zelden of nooit gedaan. Herhaaldelijk leest, men, dat vrouwen en kinderen werden doodgeschoten, die dan in dejourna-len df worden verzwegen òf bij de gemaakte dooden worden opgeteld, dan wel officieel heeten den troep te hebben aangevallen" of bij ongeluk" zijn neergeschoten ; wàt immers moet een patrouille met die lastige gevangenen doen ! ?

Bij een overval van een ladang aan de kroeëng Tadoe in midden 1904 door 2 brigades marechaussée werden daarom 2 vrouwen en 1 zuigeling neergeschoten (niet gemeld in het journaal).
Zoo leest men, dat een patrouilie van 16 - 26 Januari 1907 negen vijanden onschadelijk maakte en één vrouw en één kind werden gedood.
Bij de affaire te Samoeitie op 9 Nov. 1905, waarbij 1 oude en l jonge vrouw werden gedood en respect. gewond.
Aan den Boven-Woyla in November 1905 bij ongeluk" één vrouw gedood.
In Mei 1904 bij een overval van de ladang van Pang Adam sneuvelden eenige vrouwen (maandverslag).
Op 29 Juli 1905 vielen bij Mandjing (Meulaboh) 9 dooden w.o. 4 vrouwen.
Op een andere patrouille, door den civiel-gezaghebber van Meulaboh gemaakt, werden bij het opruimen van ladangs in Augustus 1905 20 dooden gemaakt w. o. 6 vrouwen.
Van 11 t/m 15 November 1905 vielen in het Meulabohsche bij het opruimen van ladangs weer 15 dooden, w. o. 4 vrouwen, en zoo leest men herhaaldelijk in de maandverslagen van gedoode vrouwen en kinderen.

Gebrek aan voldoende troepen leidt dus ook hier weer tot wreedheid en barbaarschheid.

Daar wij onmachtig zijn de Gajoe en Alas-landen, Serbodjadi en de andere onderhoorigheden behoorlijk te bezetten, doet het Atjehbestuur uit deze omstandigheid nog zijn voordeel en "fokt" als 't ware opzettelijk broeinesten van verzet. Zoo b. v. het dichtbevolkte Geumpang; Beroeksah, Serbodjadi, Anoï, Samarkilang enz. enz, worden alleen dan bezocht door patrouilles, als vermoed kan worden, dat zich daar weer een flinke bende kwaadwilligen heeft gevestigd, die door den 'langen tijd van afwezigheid van de Compeuni" wat zorgeloos geworden is. Dan worden deze klepkooien" plots overvallen en sneuvelen natuurlijk ettelijke djahats, waardoor weer geseind kan worden : neergelegd... roovers".

Men noemt dit in Atjeh "listig" en "practisch", maar voor wie verder ziet, is dit dom en immoreeL

Maar het grappigste van al is nog, dat de patrouillecommandanten van die afgezonderde bevolking, die de Compeuni" niet anders dan moordende en brandende kent, verwacht en eischt, dat zij niet zal heulen met den vijand en ons berichten omtrent schuilplaatsen der kwaad-willigen zal geven, om bij weigering hooge boeten, lijfstraffen en vrij-heidsstraffen op te loopen.

Behalve, dat dit gebrek, aan troepen leidt tot die wreedheid, zijn wij bovendien onmachtig de bevolking bescherming te geven.



Niets van dit al! Wij eischen alles en geven niets; kunnen niets geven ; zijn onmachtig iets te geven ! !

Ja toch! wij geven wel wat.

Zware boete, lijfstraf, vrijheidstraf, ja zelfs de doodstraf krijgt hij, die heult met den vijand. Boete krijgt de gampong, die een djahat herhergt of voorziet van fourages. Boete of vrijheidstraf krijgt het gamponghoofd, indien zich in zijn gampong een djahat bevindt., verbanning is de straf voor den hoeloebalang, indien zijn streek onrustig is. Dit stelsel, doorgevoerd tot in alle consequentiën, voert tot de schromelijkste misstappen en dwaasheden. En dit geschiedt op Atjeh !

Hoe toch is de toestand? Een bende djahats heeft gebrek aan levensmiddelen. Het hoofd stuurt naar verschillende gampongs leden zijner bende uit om te fourageeren. Van de bevolking hooren deze lieden, dat zich in de gampoog geen "Compeuni" bevindt. Nu kloppen zij aan elk huis aan om wat rijst en ieder, behalve de vriendjes, brengt zijn offer; want wagen zij het zich te verzetten, dan verschijnt den een of anderen dag het hoofd met de geheele bende en huis en haard van den weigerachtige wordt geplunderd en verbrand. Bericht sturen en hulp vragen aan de bezetting van het, op 4, 6, ja 12 uur ver gelegen bivak is nutteloos, daar dan het werk dier roovers toch reeds gedaan is en de gampong in haar geheel nog maar kans loopt beboet te worden, omdat zij niet tijdig genoeg waarschuwde. En hierbij komt nog de vrees voor de wraak der bende.

Is het wonder, dat de bevolking haar bericht sturen als nutteloos en gevaarlijk voor zichzelf nalaat?

De gevolgen wreken zich echter dan weer op die bevolking. Valt nu eene patrouille onverwachts in eene gampong en ontdekt zij zulk een fourageerenden djahat, dan wordt onmiddellijk het gamponghoofd ontboden en hem aangezegd, dat de geheele gampong met f 1. per man en hij zelf met f 10 beboet is voor het tolereeren van kwaadwilligen in zijn gampong.

In Meulahob, Pedië, Lho Seumawé zag ik vaak dat hoofden van gampongs, ja, hoeloebalangs, z. a. Teungkoe Brahim Njong, Teungkoe-Pang Sawang e. a. hierom bij het bestuur hun ontslag aanvroegen, wat hun met strenge berispingen van te weinig ambitie e. d., ja, zelfs boeten, geweigerd werd. *)

De gewone klacht was: maar mijnheer, hoe kan ik nu weten, dat er een djahat in mijn gampong is; zij komen er even binnen sluipen. Mijn gampong telt een paar honderd gezinnen, die mij uit vrees voor wraak van de djahats geen bericht durven sturen. De Compeuni" kon me niet helpen. Mag ik dan zelf patrouille loopen? Geef me dan een paar geweren, dan kan ik tenminste ook optreden tegen de gewapende djahats."

Bescherming kunnen wij der bevolking niet geven, zich zelf verdedigen kunnen zij niet, daar zij ontwapend zijn en per gezin twee blanke wapenen voor het verdrijven van wilde varkens uit de sawahs mogen bezitten. Geen hunner waagt het echter met één dier blanke wapenen zich buiten de deur van zijn huis te vertoonen, om niet de kans te loopen door een onverwachte patrouille voor djahat aangezien en neergeschoten te worden of wel boete te krijgen voor het zonder vergunning loopen met wapenen (minimum f 25 of 50 dagen werken voor den kost zonder loon).



Hun vroolijkheid ten koste van ons is dus zeer begrijpelijk en niettegenstaande hier dus vrouwen en kinderen, grijsaards en vreedzame bewoners doodgeschoten waren, werd door de twee hoogste chefs van dien luitenant naast dezen maatregel als kantteekening op het journaal geschreven : Heel goed !! Flink zoo!!



Het bivak Matang Gloempang Doewa werd vooral in het eerste half jaar van 1905 minstens twee keer per week vrij hevig onder vuur genomen door de bende van Pang Bodiman. Als contra-maatregel, omdat men de schutters nooit in handen kon krijgen, gingen de ter achtervolging uitgezonden groepen naar de bijgelegen gampongs, waaruit echter nooit schoten vielen op het bivak en gaven eenige salvo's af dwars door de gampong-woningen, natuurlijk, o ! wreed spel van het toeval, juist zieken, vrouwen of kinderen treffende. Bovendien werden de gampongs voor het niet tijdig sturen van bericht nog zwaar beboet à f 10 het schot, dat op het bivak viel.

De tramlijn in Peusangan werd aanhoudend opgebroken en de telefoondraad doorgesneden en geroofd. Niets kon de "Compeuni" hiertegen doen. Nu werd den hoeloebalang gelast op afstanden van 50 tot l00 M. langs de baan wachthuisjes te laten bouwen en te doen bezetten door minstens twee wachters per huisje. Aldus geschiedde. - De troep behoefde nu niet meer om te kijken naar de baan, de bevolking bewaakte haar zelf, maar mocht geen wapenen dragen of bij zich in het wachthuisje bergen; ongewapend moest zij bewaken. Met gevolg, dat de eerste weken, dan hier dan daar vreeselijk verminkte lijken in de wachthuisjes aangetroffen werden.

De djahats vermoordden doodeenvoudig de wachters, totdat deze slimmer werden en met den vijand in stilte gemeene zaak maakten, zoodat men nu bijna niet meer van zulke moorden hoort, maar wel van opbreken enz. leest.

In Pedië had de baan ook veel te lijden van opbreken of losschroeven der bouten. Ook hier voelde de civiel-gezaghebber zich onmachtig er een eind aan te maken en moet toen de order hebben uitgevaardigd, dat elke gampong langs de baan gelegen, aansprakelijk gesteld werd voor de schade aan baan of telefoon, voor zoover betrof het gedeelte gelegen in de buurt dier gampong, en dat voor elken meter opbraak van de baan, van de gampong, waar zulks geschied was, éen man zou worden gedood en elke Atjeher, die zich binnen 20 M. der spoorbaan bevond, onverbiddelijk zou worden neergeschoten. Deze order, bekend op Atjeh onder den naam van "bloedorder", werd bij kennisname door den toenmaligen gouverneur onmiddellijk ingetrokken.

In Lho Seumawe, Sawang, Samalanga, Bireuën werden de gampongs langs de baan verantwoordelijk gesteld voor schade aan baan of telefoon door djahats aangebracht; ieder kreeg een bepaald lijnvak. Gewapende patrouilles mochten de gampongs er niet op na houden ; zij moesten en moeten nòg op andere wijze des nachts de baan maar zien te beveiligen.

Zware boeten zijn dan ook reeds ter zake aan de vaak onschuldige bevolking opgelegd. Als dan, zooals in Sawang, de baan vijf uur en verder van het eerste bivak afgelegen is, komt immers een waarschuwing toch te laat. - Dit moet verbittering wekken !

Uit alle handelingen spreekt gebrek aan troepen op Atjeh en dit wordt door den gouverueur zelf ook gevoeld. Hij tracht aan de ontoereikende bezetting van zijn gebied tegemoet te komen door van uit Kota-Radja z.g. mobiele colonnes naar de onderhoorigheden te sturen. Dit is en blijft echter lapwerk en heeft absoluut geen nut. Aan het hoofd dier colonnes staan hoofdofficieren, die hunne geschiktheid voor den hoogeren rang door zulk een excursie moeten bewijzen. Totaal ongeroutineerde patrouillecommandanten dus, wien het meer te doen is door het afleggen van den geheelen opgegeven afstand hunne geschiktheid te toonen, dan behoorlijk te patrouilleeren, d.w.z. met overleg zoeken en opsporen. - Om nu zulk een hoofd-officier-patrouillecommandant nog in de gelegenheid te stellen een gevechtsrapport in te dienen, wordt de colonne gewoonlijk gedirigeerd naar een der vele klepkooien als Samarkilang, Geumpang e.a., waar per sé djahats zitten en dus.... dooden  gemaakt kunnen worden.
- Nuttelooze, voor onze hoofdofficieren deprimeerende tochten zijn het.

Eén onzer oversten bedankte dan ook, een dergelijke proeve van geschiktheid af te leggen en verkoos zijn eervol ontslag, met de woorden, dat hij geen overste geworden was om nu nog aan het hoofd van 40 man zijn geschiktheid voor kolonel te moeten toonen.

Waar nu nog de uit onmacht voortspruitende wreedheid en barbaarschheid wordt aangemoedigd door gemis aan wijze bestuursmaatregelen, insinueerende orders enz. daar ontstaat  vandalisme.

Waar toch reeds door den guerilla tegen een bloeddorstigen, Inlandschen stam alle factoren zeer ongunstig werken op het zedelijkheidsgevoel vooral van den Inlandschen soldaat en aanvoerder, daar dient de bevelhebber door strenge, besliste, humane orders en nauwgezette, voortdurende contrôle daarop alle uitingen van het bestiale in de kiem te verstikken.

Gewoon aan het gezicht van talrijke lijken en gewonden, steeds klaar te staan om te dooden en te verminken, zullen de zachtere gevoelens overschaduwd en tot zwijgen gebracht worden.

Volgens het oorlogsrecht is het nemen van represailles in dezen strijd geoorloofd, zichtbaar verschil tusschen strijder en niet-strijder bestaat niet, bijna de geheele bevolking neemt zoo niet actief dan toch passief deel aan den krijg ; de humane bepalingen omtrent krijgsgebruiken te land, vastgesteld bij de verschillende conventies, gelden niet voor den buiten het contract staande, in casu den Atjeher; klachten van 's vijands zijde over door onze troepen bedreven wreedheden dringen nooit tot ons door, integendeel, doen wel vaak sterk overdreven verhalen van 's vijands bloeddorst en barbaarschheid bij het groote publiek de ronde.



Deze stelling huldigde ook de oud-gouverneur van Atjeh en Onder-hoorigheden Van Heutsz, die er op stond, dat zijne officieren niet te lang aan één stuk in de rimboe bleven. Om de drie maanden éen of een paar weken verlof naar een hoofdplaats om daar in een andere omgeving, in gezelschap van dames, weer wat te beschaven", vond deze eminente aanvoerder noodzakelijk, en terecht. Ik zelf en met mij de anderen, die jarenlang in de rimboe  zwierven, weten hoe hoog noodig zulke periodieke beschavingsbaden zijn; zij kweeken bovendien een aangenamen geest.

Vandaar ook het vaak wel wat te optimistisch streven van dien gouverneur om toe te staan, dat de dames hunne echtgenooten naar de bivaks buiten volgden. "Te optimistisch", omdat we ons herinneren het onverantwoordelijk verblijf van eene dame met haar twee kleine kinderen te Peureumeue (Meulaboh) in 1904, dat nog in een zeer woelige streek lag, en van een andere moeder met haar twee kinderen te Malang Gloempang Doewa, welk bivak herhaaldelijk meermalen per week zwaar beschoten werd. Door inhouding van de f 85 toelage voor elke luitenantsvrouw, die haar man niet volgt op excursie, werden deze dames gedwongen haar man naar die gevaarlijke bivaks te volgen, waar zij en hare kinderen elk oogenblik getroffen konden worden door een vijandelijk projectiel.



Eentonig werk maakt suf, bloedig werk maakt bloeddorstig; laat de gouverneur dit niet vergeten.



Geheel ook in den geest van den toenmaligen chef van den staf bij de troepenmacht in Atjeh en Onderh., den kolonel W. C. Nieuwenhuyzen, die in zijne verhandeling over de politiek van den oorlog in Atjeh zegt: "In onze oorlogen tegen den Inlandschen vijand is men niet onvoorwaardelijk aan de beginselen van het oorlogsrecht onderworpen". Klemmender dus nog wordt de noodzakelijkheid in deze leemte te voorzien. Wat tot nu toe bestaat zijn vage, schuchtere aanmaningen van humaniteit.

Hier voelde dus de gouverneur Van Daalen zelf het verschil en gaf daarmee te kennen, dat tegenwoordig wel getracht moest worden mannelijke gevangenen te maken.

Dit goede streven van den huidigen gouverneur gaat echter weer verloren door den regel, dien deze bewindman ook thans nog huldigt op Atjeh.

"Hoe meer dooden, hoe verdienstelijker aanvoerder". Het is een feit, dat men tegenwoordig het succes, de verdienste en de kundigheden van den sergeant-patrouille-commandant tot den majoor civiel-gezaghebber afmeet naar het aantal dooden, dat hij na een patrouille of excursie" thuis brengt";  met dit noodlottig gevolg, dat òf het officieel aantal opgegeven dooden is onwaar òf er wordt jacht gemaakt op dooden, waarvan onschuldigen, zieken en grijsaards het slachtoffer worden.

In het eerste geval provoceeren de Atjeh-autoriteiten hunne officieren tot leugen; in het tweede geval tot moord en doodslag.

Op de Westkust werd door een bivakcommandant in 1904/05 enz. een premie uitgeloofd voor de brigade, die het grootst aantal dooden in éen maand gemaakt, had. En op excursiën werd op het hoofd van elken doode" eveneens een premie gesteld. - Deze regeling geldt in vele bivaks nòg.

De geest, door hoogerhand aangewakkerd, is : h o e m e e r d o o d e n, hoe meer eer, des te meer verdienste, des te beter en k u n d i g e r p a t r o u i l l e-c o m m a n d a n t, dus bruikbaarder officier. Het is dan ook een illusie van alle patrouille-commandanten om zooveel mogelijk dooden" in handen te krijgen en dat dit ook de bedoeling is der mannen van gezag op Atjeh, moge blijken uit de aanteekeningen op de journalen, voornamelijk van de bivaks Matang Gloempang Doewa, Panton Lebeuë, Paja Bacon, Goentji in Babah-Rot over het tijdvak van Mei 1905 tot heden.



De vijand weet dan ook zóó goed, dat hem geen kwartier wordt gegeven, dat hij door een vlucht liever een laatste poging waagt om het leven te redden, dan zich op genade of ongenade over te geven. Dàn heeft hij tenminste nog kans zich het leven te redden, al is die kans niet groot; in het andere geval is hij beslist verloren. Zoodat de laatste drie jaar ons optreden op Atjeh eigenlijk niets anders is, dan een jacht op opgejaagd menschelijk wild.



Mij overkwam drie keer, dat eenige soldaten in triomf de afgeslagen hoofden der vijanden ronddroegen en bij mij brachten, aan welk walgelijk bedrijf ik spoedig een einde maakte.

Het is in de Tweede Kamer der St. G. beweerd, dat in Europeesche oorlogen het getal gewonden tot dat der dooden staat als 3, 4 en 5 tot 1, doch dat in onze Atjeh-oorlog die verhouding is als 1 : 300 - en dit is de waarheid, waaruit voldoende gevolgtrekkingen te maken zijn. (Zie alle rapporten en verslagen.)

Dat op Atjeh de gewoonte bestaat alles af te maken, ook gewonden, verklaart ook de commissie van hoofdofficieren, belast met het onderzoek naar het gebeurde bij de landing te Badjoë op 28 Juli 1905, officieel in een 50 regels lang rapport.

In de instructie van den civielen gezaghebber te Meulaboh in 1903 staat een aanbeveling om met voorzichtigheid in te gaan op om "ampon"  roepende vijanden ; deze voorzichtigheid wordt wel in acht genomen, want ampon" vragend of niet, allen worden bij voorbaat gedood.

Ken civiel-gezaghebher van Pedië moet bij zijn optreden den brigade-commandanten hebben aangezegd, dat hij zeer ontevreden was over het geringe aantal dooden, dat de patrouilles thuisbrachten, en dat voortaan alle Atjehers, zelfs die met een aangepunt pinangmesje  liepen, beschouwd moesten worden als te zijn gewapend en,,als vijand behandeld" dienden te worden. De maréchaussées hebben den naam beter te kunnen patrouilleeren, dus.... meer dooden te kunnen maken dan de infanterie. Toen nu de infanterie als ongeschikt uit Peusangan weg moest, en de maréchaussees het land zouden komen schoonmaken, moesten deze laatsten dus ook toonen het beter te kunnen dan die infanterie. Welke in het oog loopende gebeurtenis greep nu plaats? Nauwelijks patrouilleerden de maréchaussées daar of men las in de berichten van tallooze door die patrouilles gemaakte dooden. Op 25 December 1905 - 31 vijanden en 2 vrouwen; op den tienden 5 vijanden; op 1 Januari 1906 nog eens 8", enz. In een maand tijd meer dooden dan in negen maanden door de infanterie konden worden gemaakt. Ik zelf patrouilleerde er maanden aaneen en weet, met allen, die de streek kennen, dat zulke cijfers òf overdreven zijn, òf.... dat een ieder, met," of zonder" pas, daar maar wordt neergeschoten ; dit laatste in volkomen overeenstemming met de berichten van een met ons bevriend hoofd en twee brigadecommandanten uit Leubo. Zonder verder commentaar zullen wij hier de in nota's neergeschreven ondervindingen aanhalen van den civielgezaghebber van Pedië, den overste K. van der Maaten, om u een blik te laten werpen op de toestanden in dat gewest; hoewel die overste werkelijk één der weinige gezaghebbers was, die wreedheid door strenge nota's den kop trachtte in te drukken.

  Nota van 2 December 1902.
  Het optreden van sommige patrouillecommandanten, waaronder zelfs officieren, tegenover de bevolking verdient in hooge mate afkeuring. Sommige patrouillecommandanten toch zijn veel te vlug met neerschieten van Atjehers! Dezer dagen werden mij gerapporteerd een geval van brandstichting en een geval van rampassen. Alleen voor het geval, dat, ook al is een Atjeher, voorzien van een gampongpas, hij de wapenen trekt of wel met een vuurwapen loopt, kan hij zonder vorm van proces door iedere patrouille of troep worden neergelegd.

Wat toch is het geval? Schandelijk genoeg zijn er commandanten van patrouilles of uitrukkende afdeelingen geweest, die in stede van behoorlijk aan te roepen en dien aanroep eenige malen te herhalen, onmiddellijk klaar waren met neerschieten ; ja er zijn mij van vroeger zelfs voorbeelden bekend, dat men pro forma aanriep en tegelijkertijd schoot.

Evenzoo is het gebeurd, dat zonder eenig motief Atjehers werden neergelegd.

Het is toch natuurlijk, dat waar zulke sujetten onder de patrouillecommandanten voorkomen ook menschen, die niets op hun geweten hebben, bij het zien eener patrouille op de vlucht gaan en niet blijven staan, wanneer zij worden aangeroepen. In hun vrees worden zij dan versterkt, wanneer hun weldra eenige kogels om de ooren vliegen. Het is daarom een dringende noodzakelijkheid, dat het neerschieten van onschuldige Atjehers in den vervolge een einde neemt."

In officieele bescheiden voeren wij op Atjeh geen oorlog meer tegen een vijand, doch zijn alle kwaadwilligen roovers en maraudeurs en hiermee vervallen voor hen dus alle aanspraken, die zij zoo mogelijk als krijgsgevangen nog zouden hebben op bij conventie der beschaafde natiën voorgeschreven behandeling.
Waar nu officieel, het bestaan van vijand" op Atjeh wordt ontkend en slechts gesproken wordt van "roovers en maraudeurs in de diepe binnenlanden en het oergebergte", zooals in de officieele toespraak van den Gouverneur-Generaal te Batavia op 31 Augustus 1905 de term luidde en zooals men herhaaldelijk in de maandverslagen over Atjeh lezen kan (b.v. in dat van Nov. 1905 enz.); daar komen deze roovers, als zij in onze handen vallen, bij gebrek aan nadere voorsclniften, onder de bepalingen, die ook in het oorlogsrecht bestaan en voorgeschreven zijn voor roovers.
Het betreffende werk van jhr. Den Beer Poortugael zegt op blz. 151:

 Roovers en maraudeurs zijn gewapenden of ongewapenden, die op eigen gezag uit geldzucht, uit wraak of uit haat plunderen, verwonden, den brand in huizen of gewas steken, rooven, moorden, bruggen en kanalen vernielen enz. Zij worden, wanneer zij in de macht der troepen vallen, als roovers en dus in ernstige gevallen met den dood gestraft".



Typisch is het volgend staaltje van openhartigheid van een algemeen, bemind, geëerd en zeer bekwaam maréchaussée-officier. In vol gezelschap van dames en officieren te Bireuën, antwoordde deze luitenant op de vraag van één der dames, hoe men toch djahats erkende : "wel, ik begin met den kerel neer te schieten, dan blijkt later wel of hij een soerat  heeft of niet". Welk antwoord met luide bijvals-betuigingen werd begroet. Zoo is de geest op Atjeh!
Er zijn in de jongste Atjeh-geschiedeuis voorbeelden te over om den regel bevestigd te zien, dat vreedzame gampongbewoners, ja zelfs vrouwen en kinderen, vaak beschouwd worden als vijanden, dat dus geen onderscheid gemaakt wordt tusschen strijder en niet - strijder.
Men leze slechts wat geschreven staat, in het journaal van den tocht van den kolonel Van Daalen naar de Gajoe - en Alaslanden op blz. 16. waar gezegd wordt, dat alle stamhoofden gearresteerd werden, omdat de kolonel vermoedde, dat degenen, die de colonne een paar onbeteekenende schoten nazonden, gampongvolk moesten zijn. En op blz. 14 "dat van de schuwe bevolking 4 mannen werden gearresteerd, omdat zij geen enkele inlichting gaven".
De kolonel Van Daalen maakte dus ook geen onderscheid tusschen vijand en niet-vijand, in een gebied nog wel, waarmee ons gouvernement op vriendschappelijken voet stond en dus zelfs niet in oorlog was, krachtens de officieele Gajoe - instructie. En hier zondigde kolonel Van Daalen tegen geen enkel reglement, voorschrift of order, want nergens staat een definitie van de beschouwing, wie vijand is, wie niet.

Het systeem is : Als wij onmachtig zijn de daders op te sporen van een oorlogsdaad, en dit gebeurt als regel, dan moet goed met kwaad lijden en wordt de goed gezinde bevolking verantwoordelijk gesteld voor de daden der kwaadwilligen.
Treuriger en duidelijker bewijs van onmacht gaven wij nimmer.

In het civiele zou men dit uiterst eenvoudig middel ook kunnen toepassen en b.v. den burgemeester van Amsterdam persoonlijk verantwoordelijk stellen voor alle diefstallen, moorden, rooftochten, bankbreuken enz. enz., die in Amsterdam gepleegd worden ; evenals men op Atjeh den hoeloebalang voor zijn landstreek, den patoeha of keutji voor zijn seneubo  of gampong, de geheele bevolking voor haar woonplaats verantwoordelijk stelt voor wat invallende rooverbenden daar verrichten. Aldus worden rustige gampongbewonqrs tegen wil en dank weer betrokken in den strijd en zullen zij niet eerder zich ten volle kunnen wijden aan hun gezin en sawah, vóórdat het Nederlandsch gouvernement hen niet meer noodzaakt deel te nemen aan den strijd en vóór dat deze taak overgenomen wordt door een voldoend sterk, krachtig leger of politiekorps.
Een fataal uitvloeisel van dit systeem is o.m. het afgeven van salvo's door vreedzame gampongs, een door ons toegepast middel, waarover boven al gesproken is en, dienend als wraakmiddel op de vaak onschuldige, rustige gampongbevolking.
Op een journaal van het bivak Loeng Poetoe (Pedië) werd door den bivakcommandant (1905) gemeld, dat bij ongeluk een gampongbewoner, voorzien van een "pas", werd doodgeschoten, doordat de patrouille vuurde op eenige vluchtende djahats in de naastbijzijnde gampong. Als kantteekening werd door een autoriteit uit Koeta Radja hiernaast geschreven : "Goed zoo, dan moeten de gampongs maar maken, dat geen djahats in de gampongs komen".

Dit gebrek aan onderscheid tusschen strijders en gezeten bevolking ; dit solidair verantwoordelijk stellen der goedgezinden voor daden der kwaadwilligen ; dit verkapte repraisaille-stelsel,; dit straffen van vaak onschuldigen voor de daden der schuldigen ; deze uiting van onmacht in den hoogsten graad, wordt getoloreerd door een verlichte natie; wordt gelast door een beschaafd bestuur; maar wekt o ! zooveel haat en verbittering en o! zooveel onrust, maar.... brengt veel geld in de boetekas en.... gebrek aan tuchtigingsmateriaal ontbreekt nooit.

 
Het hoofd is verantwoordelijk voor de bevolking; de bevolking is verantwoordelijk voor het hoofd ; het geheel is verantwoordelijk voor rust, orde en veiligheid. Het handjevol soldaten, dat hiervoor had moeten zorgen, controleert, zoo goed en kwaad als het gaat, int boeten, straft en gaat op jacht naar menschelijk wild in het gebergte."
Ziedaar het huidig Atjeh-pacificatiestelsel !

 Op nog andere wijze worden hoofden en bevolking vaak, ondanks zich zelven, in den strijd gemengd. Onschuldige gampong- bewoners worden vaak afgemaakt.
Zoo is op Atjeh algemeen bekend het verhaal omtrent, een luitenant der cavalerie, die aan het zeestrand in Pedië, alwaar hij met den troep een bivak had betrokken, op een nacht een klewangaanval kreeg en uit weerwraak den volgenden ochtend den haria keudé, in de buurt waarvan hij in bivak lag, het hoofd afsloeg, omdat deze den commandant niet in tijds had gewaarschuwd. Voor dit geval moet genoemde officier eenige dagen arrest gekregen hebben. In Pedië boete moetende innen in vijf gampongs, liet een patrouille- commandant de vijf keutji's komen en gaf hun 15 minuten tijd om de boete in geld in te leveren.
Na verloop van die 15 minuten was de boete nog niet ingeleverd en werd de eerste keutji neergeschoten, omdat hij niets had meegebracht; de tweede onderging om dezelfde reden hetzelfde lot, ; de derde, vierde en vijfde brachten eenige dollars.
Zoo gaat in Atjeh het verhaal van een civiel gezaghebber in Pedië, die, onmachtig het herhaald opbreken der rails van de trambaan in zijn gebied te beletten, eindelijk eenige kwaadwilligen, die hem in handen vielen, dwars over de rails heeft laten binden en een locomotief over hunne lichamen laten rijden.

Een ander vaak toegepast middel, ten einde berichten uit onwillige Atjehers te krijgen, is hun door pijnigen die berichten af te dwingen.
Het vertrouwen van hoofden en bevolking hebben wij niet, dank zij het afschrikkingssysteem. Berichten moet de commandant hebben, anders loopt hij kans door zijne chefs als ongeschikt om met de bevolking om te gaan afgelost en vervangen te worden, dus.... dan maar zijn toevlucht weer genomen tot geweld, - pijnigen en martelen.
Zagen we hierboven, dat de vreedzame bevolking vaak de dupe is van het slaan en ranselen, hier zullen wij zien, dat vooral gevangenen de slachtoffers zijn van dit pijnigingssysteem.
Voor zooverre ik zulks bijwoonde en hoorde, bestaat dit martelen uit het slaan met de rottan ; met de nerf van een klapperblad op het vlakke gezicht tot het bloed uit mond en neus loopt; het ophangen aan de met touwen gebonden polsen, zoodat de teentoppen even den grond raken; het aanleggen van een vuur, waarop de onwillige langzaam geroosterd wordt e.d.
En dit alles als gevolg van onze onmacht en de aanmerkingen op de journalen.

Op een dag in Juni 1904 werd door een patrouille een gevangene in ons bivak gebracht. Deze gevangene weigerde eenig bericht omtrent de schuilplaats der bende, waartoe hij behoorde, te geven. Daarom werd hij buiten het bivak aan een boom gebonden en kregen twee dwangarbeiders den last om beurten dezen Atjeher met een rottan zoo lang te slaan, tot hij zou spreken. Na 84 slagen viel hij bewusteloos, waarop eenige emmers water over hem leeggegooid werden, en toen hij weer bijkwam, werd de strafoefening voortgezet op last van den bivakcommandant, totdat de Atjeher na een honderdtal slagen begon te spreken. Doch nu kon de man zelf niet meegaan met de patrouille om deze den weg te wijzen, omdat hij niet kon loopen. Eerst na 2 dagen kon met de uitvoering van het bericht begonnen worden. (Het bericht bleek verzonnen te zijn).
In een ander bivak werd een jonge vrouw als gevangene binnengebracht. Deze vrouw moest naar ingekomen berichten de echtgenoote zijn van een berucht bendehoofd. Vóór den bivak-commandant gebracht, ontkende zij het bendehoofd te kennen ; werd daarom vastgebonden en door een dwangarbeider zoolang geslagen, tot zij bewusteloos inéen zakte en in dien toestand 7 uur achtereen bleef. Later bleek, dat de vrouw niets met de bende had uit te staan !
In een ander bivak werd een gevangeoe binnengebracht, die een bende had geholpen met rijstfourages. Vóór den bivakcommandant ontkende hij alles en werd daarom aan de polsen vastgebooden en opgehangen, zoodat de teenen even den grond raakten. In deze houding bleef hij ongeveer twee uren en gaf toen eenige berichten omtrent den vijand.
In Gloempang Doewa werd een gevangene zoolang geslagen, totdat de bivakcommandant er zelf onpasselijk van werd.
Als standaardverhaal wordt op Atjeh verteld, hoe zeker officier een gevangene roosterde om er berichten omtrent den vijand uit te krijgen.

Bij een affaire in Peusangan, waarin van een bende 12 man sneuvelden, werd door den patrouillecommandant een dwangarbeider gelast het huis, waarin de bende zich bevond, in brand te steken, daar de onzen niet in staat waren de bende uit het huis te verdrijven.
De affaire, waarbij de luit. der mareehaussée Burger sneuvelde, getuigt ook van het verbranden van den vijand met huis en haard uit wraak over het sneuvelen van dien kranigen aanvoerder. Enz. enz.

Het verminken en kerven van lijken. - Eén der patrouille-commandanten te Meulaboh had de gewoonte van de door zijn patrouille gedoode vijanden het hoofd te laten afslaan.
Een ander merkte de lijken met een kruis, middels de klewang in het vleesch van het voorhoofd of borst gesneden. Dit moest dan een herkenningsteeken voorstellen, dat zijn patrouille dezen doode gemaakt had.
Van éen der gesneuvelde kwaadwilligen bij een klewangaanval in 1905 te Teupin Blang Mane werd het hoofd in triomf het bivak B. binnengedragen.
Het hoofd van den doode Pang. Bodiman werd van de romp geslagen en van Gloempang Doewa naar Lho Seumawe en terug gezonden, terwijl m. i. het geheele lichaam best te vervoeren geweest zou zijn. Dit voorval werd door een officier op de sociëteit te Segli in tegenwoordigheid van den civiel-gezaghebber verteld, waarop deze autoriteit zeide : Houd je mond maar, ik heb niets gehoord."
Ik ken een officier, die een heele verzameling doodshoofden van gesneuvelde djahats bezat.
Men spreekt vaak van tjiang-tjangen" van onze lijken, zoo die in handen vallen van Atjhers; als men nu ook eens naar de bloederige vleeschmassa's kijkt, die door onze soldaten gemaakt worden van 's vijands lijken, dan hebben wij heusch den Atjeher niets te verwijten.

Het neerschieten van gidsen. - In een journal van een civiel-gezaghebber te Takengon werd officieel gerapporteerd, dat een gids, die een patrouille had misleid, werd neergeschoten.
Bij een excursie naar Toendjang werd eveneens een gids, omdat hij de patrouille misleidde en den commandant brutaliseerde, neergeschoten.
In een ander journaal uit de Lautstreek staat gemeld, dat een gids werd afgemaakt in tegenwoordigheid van een bevriend hoofd, omdat hij weigerde de patrouille den weg te wijzen. Waaruit blijkt, dat de gouverneur op de hoogte is van dergelijke feiten en ze stilzwijgend goedkeurt.
Door een kapitein te Meulaboh werd een hoornblazer gelast een als gids meegevoerden vreedzamen passerbewoner neer te schieten, omdat een eveneeus meegenomen vriend van dezen gids, de nabijheid van den vijand vreezende, onderweg het hazenpad naar huis had gekozen en de eerste voor de handelwijze van den tweede verantwoordelijk werd gesteld.
Op één der jonrnalen in het Lho Seumawesche (Panton Labeuë) schreef de huidige gouverneur als kantteekening bij een melding, dat de gids, die de patrouille vergezelde, door hoesten waarschijnlijk de aanwezigheid der patrouille trachtte te verraden : Deze man had onmiddellijk moeten worden neergeschoten".

  Gebrek aan troepen, systeemwreedheid en uitingen van persoonlijke hardvochtigheid knagen aan ons beleid op Atjeh.
Die wreedheid is sinds lang bekend bij den gouverneur van Atjeh en Onderhorigheden en de civiele gezaghebbers.
Niets deden deze autoriteiten om dit tegen te gaan ; op een enkele uitzondering na, moedigden zij integendeel zulk optreden aan. Deze autoriteiten stonden allen onder den invloed van een gevoel van onmacht.
Zij allen voelden, dat, niettegenstaande den vier-en-dertig-jarigen oorlog, wij nog niet het vertrouwen van-, laat staan een moreel overwicht op den Atjeher hebben.

Doodelijke haat, afschuw en minachting is al, wat wij in dien jarenlangen strijd van den Atjeher geoogst hebben.

De Atjeher kan geen vrede hebben met deze regeeringsmethode. Zijne despotische hoofden verkiest hij boven ons anarchistisch bestuur.



Thans lezen we weer dat de havens Idi en Bajan gesloten worden. Waarom? Om de Atjeh - tram rendabel te te maken. Het gevolg is, dat die plaatsen thans wegkwijnen; tal van Chineesche toko's zijn gesloten en uit vrees, dat het welvarende Segli het zelfde lot te wachten staat, wordt de daar afgebrande keudé maar niet eens meer opgebouwd. Is dat handel en nijverheid bevorderen ? Is dat cultures opheffen?
Over de opvatting van dit laatste heerschen te Koeta Radja trouwens rare begrippen.
Der bevolking in Groot-Atjeh werd aangezegd klapperboomen aan te planten en er werd zeer geijverd voor den aanplant van een "tweede gewas". Hij, die aan den wil van den controleur of assistent-resident te Koeta Radja niet spoedig genoeg gehoorzaamde, werd kort en bondig opgevat door een patrouille en in de gevangenis gestopt - (begin 1907). - En zoo gebeurt het in geheel Atjeh.
Van een vermindering der partij van verzet in geheel Atjeh is dan ook geen sprake, wel van het tegendeel.

Alle verkeerde maatregelen wreken zich immers altijd direct op de bevolking, wier klachten toch niet gehoord worden in Buitenzorg of Den Haag.

Veel, zeer veel zouden wij nog kunnen schrijven over de heeren-diensten en het boetestelsel, de kanker en pest voor de pacificatie.

Wij zouden kunnen vertellen hoe een majoor, civiel-gezaghebber van Pedir, de bevolking in heerendienst liet verhongeren; wij zouden u kunnen aantoonen, dat de in heerendienst in wording zijnde Gajoeweg de oorzaak is van alle klewangaanvallen en beroering in Peusangan, zooals ook deze gouverneur beaamde in een gesprek met éen zijner luitenants te Bireuën en in spijt van de verklaring van den Minister, dat de onrust in Peusangan niets te maken heeft met het werken aan den grooten Gajoeweg, enz., enz., enz.

In verband met het boetestelsel zouden wij kunnen wijzen op de zg. kooien of toetoepans in de bivaks, waar wanbetalers moeten brommen; over duizenderlei dwaze boeteopleggingen, dank zij het gemeen-verantwoordelijksheidsstelsel"; over het z.g. "wegenfonds" zouden we het kunnen hebben; over de twee onnoodige vredesparken in Koeta Radja, het overdadig groote marechaussée-kampement te Lho Soekoeo, waar geen marechaussée ligt, de slechte gasverlichting te Lho Seumawe, de thans vervallen renstallen te Lho'Nja, enz., enz,, enz., alles opgebouwd uit geïnde boeten van den Atjeher, waaraan de Atjeher niets heeft.
Wij zouden een geschrift uitgebreider dan dit kunnen samenstellen zonder uitgepraat te raken over het vooze boete- en heerendienststelsel.

Voor den Atjeher wordt niet veel gedaan. Er is voor hem een moskee op Koeta Badja gebouwd, die bijna altïjd leeg staat ; voor landbouw en veeteelt wordt in de Onderhoorigheden niets noemenswaard gedaan ; voor cultures worden hier en daar door sommige civiel-gezaghebbers onbeduidende voorschotten gegeven, doch totaal onvoldoende en tegen zware borgstelling ; voor den handel wordt niets gedaan, hij wordt tegengewerkt, (sluiten der havens) ; rijke keudé's zijn er bijna niet meer; nijverheid bestaat niet, wordt ook niets voor gedaan.

Patrouilleeren, neerleggen, onschadelïjk maken, kosteloos wegen aanleggen, beboeten en verbannen vormen het huidig Atjeh-programma.

B r a v o,  M i n i s t e r  Fo c k ! ! Dan zou het geheele Nederlandsche volk, het geheele Nederlandsch-Indische leger en het geheele Atjeh-volk u dank verschuldigd zijn.
Doet een beroep op uw minister, gij Nederlandsch volk; vraagt uwen afgevaardigden met klem aan te dringen op vermeerdering van troepen op Atjeh. Nu duldt gij, dat daarginds een geheel volk langzaam, maar zeker vermoord en uitgeroeid wordt; dat uwe zonen moordenaarswerk verrichten: een ander groot deel in uitgestrekte vredesgarnizoenen geeuwt van verveling.
Vraagt uwen minister een eind te maken aan dat vandalisme op Atjeh, dat stelselloos dilettantisme in zijne uiting van onmacht barbaarsch.
Vraagt uwen minister er door overmachtig, krachtig optreden spoedig een einde aan te maken.
Vraagt uwen afgevaardigden eénstemmig momenteel eenige millioenen meer op de Indische begroting te brengen en troepen te zenden naar dat Atjeh ; zegt hun, dat deze geldbelegging over eenige jaren ruimschoots haar rente zal afwerpen, want Atjeh is een mooi en zeer rijk land!
Laat de schande van een vier en dertig jarig onvermogen om een primitief bewapenden onontwikkelden inlandschen stam ten onder te brengen niet nog langer onzen naam en geschiedenis bezoedelen. Ons nageslacht zal er ons voor danken.
Atjeh kán en móet gepacificeerd worden!"
 







Geinteresseerd in mijn andere verhalen over Nederlands- Indië ?
Er komen er nog meer......


Pramoedya_Ananta_Toer

Introduktie geschiedenis Nederlands-Indië



GG_sJacob

Governors-General of the Dutch East Indies



coen

Jan Pieterszn Coen en de uitroeiing van de bevolking op de Banda eilanden



raadhuis Batavia 1750

De moord op ruim 5000 Chinezen in 1740



Ambon_1817

Wie was Pattimura ?



Diponegoro

Wie was Diponegoro ?



Radja_van_Lombok

Het "verraad" van het huidige vakantie eiland Lombok en de "Schatten van Lombok"



Balinees monument ter herinnering aan de strijd tegen de Nederlanders

De pacificering van het huidige vakantie eiland Bali



Wilhelmus van Nassaue,
Ziet gij dien heldenstoet?
Zij schoten op de vrouwen
En drenkten 't land met bloed.
De kwasten der banieren
zijn darmen van een kind.
Licht dat ge aan hun rapieren,
nog vrouwenharen vindt.

De Atjehse agressie oorlog.

De grootste aanvalsoorlog ooit door Nederland gevoerd met als resultaat 100.000 doden en 1.000.000 gewonden



Bali in the 19th century

Book covers and references



Batavia harbour 1870 de kleine boom

Photos and images of the Dutch East Indies









ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ

            ......een roofstaat aan de Noordzee......
            .....dat spoorwegen bouwt van gestolen geld en tot
            betaling de bestolene bedwelmt met
            opium, Evangelie en jenever...

             Aan U durf ik met vertrouwen te vragen of het
            Uw wil is dat daarginds Uw meer dan dertig
            millioenen onderdanen worden mishandeld en
            uitgezogen in UWEN naam?


            Multatuli [1860] ...aan Nederland...Koning Willem III



Assistent_resident_Eduard_Douwes_Dekker_van_Lebak_Residentie_Bantam



....dat dorp stond in brand, omdat het veroverd was door Nederlandsche soldaten.......


Ja, 't dorp was veroverd door Nederlandsche soldaten, en stond dus in brand.

Op Nederlandsche heldendaad volgt brand.
Nederlandsche overwinning leidt tot verwoesting.
Nederlandsche krygsbedryven baren wanhoop.



Source

mijn Nederlands-IndiŽ links

top


Back to the Dutch East Indies / Nederlands-Indië INDEX



Last update :

4 November 2000