ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ



Homepage

mijn Nederlands-IndiŽ links

INDEX  (bottom)

VOCvlaggaruda

Poncke Princen

......Poncke Princen (1995).......


Wie is Poncke Princen



Reeds lange tijd was het aangekondigd op mijn site, verschillende mailen vroegen, wanneer komt het, wel nu dus.
Echter, alleen die aankondiging al heeft al eens hate mail opgeleverd, wil je dus reageren, prima hoor, alle reakties zal ik, zo mogelijk en mits relevant, op deze pagina erbij zetten, mits niet beledigend en niet anoniem.
Anonieme reakties worden automatisch door mij gedelete, nog voordat ik ze open om te lezen, dus....




Wil je weten waar ik mijn kennis allemaal vandaan heb, lees dan eens de boeken zoals die te vinden zijn op mijn pagina

book covers

Speciaal aanbevolen o.m. de volgende boeken:

  • van den Doel
  • van Goor
  • de Jong
  • van Liempt
  • Meijer
  • Schouten
  • en natuurlijk de biografie van Poncke Princen




  • Samenvatting:

    Poncke Princen werd eind 1946 als militair tegen zijn wil, net als vele anderen, en ook in strijd met de toenmalige grondwet, naar het toenmalige Nederlands-Indië verscheept. Na enige tijd deserteerde hij op Java uit het Nederlands leger, zoiets komt in iedere oorlog voor, maar het bijzondere aan Poncke was dat hij na enige tijd de kant koos van de Indonesiërs en hen ook militair hielp en daarbij niet schuwde om ook zelf tegen het Nederlandse leger te vechten. Tot op de laatste dag voor de uiteindelijke wapenstilstand werd getracht Poncke te liquideren.

    Poncke kon uiteraard niet terug naar Nederland en bleef in Indonesië, waar, o ironie van de geschiedenis, hij zich uiteindelijk ging inzetten voor de mensenrechten.

    Poncke Princen als advocaat


    Advocaat Poncke Princen in zijn funktie als voorzitter van de organisatie voor de rechten van de mens,
    de Priok affaire (1984)


    nog steeds wordt in Indonesië de Nederlandse advocaat kleding gebruikt

    Diverse keren werd hij persoonlijk bezocht door Nederlandse ministers (Kooijmans, van Mierlo, Pronk) die zich graag door hem lieten informeren over bijvoorbeeld de situatie destijds op Oost-Timor.

    In de jaren '70 kwam Poncke, op rondreis door Europa i.v.m. zijn mensenrechtenwerk, ook op familiebezoek naar Nederland, blijkbaar was dat toen geen probleem.

    In de jaren '90, in de periode van de diskussie of Beatrix nu wel of niet op 17 augustus 1995 (de dag dat Indonesië, 50 jaar ervoor de onafhankelijkheid had uitgeroepen) Indonesië met een bezoek moest vereren, liepen de diskussies hoog op, toen bekend werd dat eind 1994 van Mierlo "persoonlijk" Poncke een inreisvisum naar Nederland had beloofd.

    Enige jaren ervoor moest Poncke nog noodgedwongen net over de Duitse grens zijn familie (w.o. zijn in Nederland wonende kinderen) ontvangen.
    Voor een TV reportage heeft Poncke toen met 1 been over de Nederlandse grens gestaan......

    "Mijn leven staat in het teken van mijn beslissing in 1948 me aan te sluiten bij de IndonesiŽrs in hun strijd voor de onafhankelijkheid en niet mee te doen met het Nederlandse leger, dat gekomen was om *rust en orde te herstellen*, als je tenminste de militaire voorlichtingsdienst moest geloven.
    Daar is om begrijpelijke redenen nogal wat misbaar over gemaakt. Het is ťťn ding met aan een oorlog mee te willen doen, het is iets anders je wapen op je eigen landgenoten te richten. Niet alleen door de Nederlandse oud-strijders word ik daarom als landverrader gedoodverfd, maar waarschijnlijk door de hele conservatieve helft van het volk. Kreten als 'ze moesten die vent een kogel door zijn kop schieten' getuigen van een diepgewortelde rancune, die in vijftig jaar niet is verminderd. Als olie op het vuur komt daar nog bij dat ik niet ben gestraft voor mijn laakbare daad, terwijl de militairen in 1950, bij terugkomst in Nederland, nauwelijks een gebaar van erkenning hebben gekregen voor hun heldhaftige optreden. Als de regering zelf al niet goed raad wist met de blunders die er waren gemaakt en verkoos de zaak maar snel onder het tapijt te vegen, wat voor een genuanceerd oordeel valt er dan te verwachten van de jongens die daar hebben moeten vechten en die zesduizend kameraden in de strijd hebben verloren?

    Dat ik een eenling ben, daarvan ben ik me wel bewust. Er waren talloze militairen die dezelfde afkeer hadden van oorlog. juist omdat we die zelf net hadden meegemaakt, maar er zijn er slechts 26 overgelopen, van wie alleen ik actief met de guerrilla's heb meegevochten.

    Ik heb altijd geweigerd me schuldig te verklaren en ik heb nooit ergens spijt van gehad. "



    KNIL vs KL:

    Vaak wordt gesuggereerd dat Poncke Princen deel uit maakte van het KNIL, absoluut ONJUIST!

    Poncke Princen werd als Nederlandse dienstplichtige in dienst van de KL (Koninklijke Landmacht) tegen zijn wil verscheept naar IndonesiŽ.

    Citaat en enkele dokumenten uit dit verhaal op onze site:

    De geschiedenis van het KNIL en Rotterdam




    Op woensdag 1 december 2010 organiseert Kwestie in samenwerking met Atelier de Werkvloer de thema-avond:

    Poncke Princen
    Vechten tegen je vaderland

    INLEIDING

    Poncke Princen is in IndonesiŽ een verzetsheld maar wordt in Nederland vaak beschouwd als landverrader.

    Zelfs nu, ruim acht jaar na zijn dood, blijft Poncke Princen de omstreden figuur die overliep uit het Nederlandse leger om voor de onafhankelijkheid van de vijand te vechten.

    Om zijn principes te volgen, moest Poncke Princen Nederland verraden. Een keuze met grote persoonlijke gevolgen.

    Kwestie duikt in de geschiedenis van Poncke Princen.

    Vechten tegen je vaderland: wat zou jij doen?

    PROGRAMMA

    Woensdag 1 december 2010, 19.45 uur, Atelier de Werkvloer

    19.45 uur    Ontvangst
    20.00 uur    Documentaire: 'Poncke Princen, held of landverrader'
    20.30 uur    Toelichting op de documentaire, door Bart Nijpels, documentairemaker
    20.45 uur    Column: 'Een kwestie van kiezen', door Arend Steenbergen:
                      scenarioschrijver en regisseur van film met inhoud in wording over Poncke Princen
    21.00 uur    Pauze
    21.10 uur    Nederland en de politionele acties, door Stef Scagliola, militair-historica
    21.30 uur    Reacties van direct betrokkenen, doorKees Princen, oud-IndiŽ-ganger en broer van Poncke Princen
    21.40 uur    Vragen en discussie, m.m.v. o.a. Hans Couzy,oud-generaal Koninklijke Landmacht
    22.00 uur    Afsluiting

    DEELNAME

    Stuur vůůr 27 november 2010 een e-mail naar info@kwestie.net. De toegang bedraagt Ä 5,- p.p.

    LOCATIE

    Atelier de werkvloer
    Brigittenstraat 7
    3512 KJ Utrecht

    info@atelierdewerkvloer.nl

    http://www.atelierdewerkvloer.nl/




    Het eigen verhaal van Poncke Princen :

    Poncke (zijn eigenlijke voornaam was Jan) werd in 1925 in Den Haag geboren. Hij groeide op in een anti-oorlog, anti-Hitler en anti-Franco milieu. Zijn grootouders van moeders kant waren katholiek en woonden vlakbij de Heilige Landstichting bij Nijmegen. Ondanks het feit dat zijn vader atheist was en zijn moeder niets van 'zwartrokken' moest hebben, besloten Poncke en zijn broer Kees naar een seminarie te gaan.

    Poncke's overgrootvader was de deserteur uit het boek 'Dorp aan de rivier' van Anton Coolen. In het gebied van de Maas boven Oss is jarenlang jacht gemaakt op Poncke's overgrootvader.

    De broer van zijn moeder, Oom Cor, was ooit op de fiets naar Rome geweest en als een held weer thuis onthaald. Poncke trok veel op met deze Oom Cor die echter op het eind van WOII werd doodgeschoten door de Duitsers. Hij was binnen bezig een fiets te repareren en door het raam leek het net of hij met een geweer bezig was.

    Vlak voor de oorlog zat Poncke met broer Kees op het seminarie in Weert. Op 10 mei 1940 werden ze geevacueerd richting Rotterdam, maar kwamen niet verder dan de Moerdijk.

    Weer terug in Weert kreeg Poncke problemen met de paters vanwege een vriend Theo die later bij Buitenzorg op Java zou sneuvelen. Poncke ging terug naar Den Haag en werd aktief in de plaatselijke parochie, waar hij zich uitleefde in het opstellen van anti-Duitse teksten.

    Vanzelfsprekend kreeg ook Poncke een oproep voor de arbeidsdienst, waarop hij niet reageerde. Hij stond op de tram te wachten toen de Duitsers hem oppikten, want zijn moeder had hen verteld dat hij daar stond.....Hij werd met een fikse waarschuwing weer naar huis gestuurd en moest bij de volgende oproep wel reageren. En dus nam hij de benen met het idee om naar Spanje te gaan.

    Vol goede moed reisde hij via Weert naar Maastricht en vroeg 'heel naief' aan de eerste de beste kapelaan hoe je ongemerkt in België kon komen. Tegen het vallen van de avond ging Poncke op weg en liep recht in de armen van een Duitse patrouillle.... Als reden dat hij de grens over wilde, vertelde hij dat hij zich wilde aansluiten bij zijn eigen leger (!) en dus belande hij als 17-jarige in een cel van de SD in Maastricht. Hij werd veroordeeld wegens 'het bevoordelen van de vijand'

    Begin 1944 werden alle gevangen vanuit Maastricht overgebracht naar het concentratiekamp Vught, waar hij, net als alle anderen, een nummer en een streepjespak kreeg. Op de dag van de invasie werd hij overgebracht naar de Utrechtse strafgevangenis, waar bij voor het eerst in aanraking kwam met mensen die in Indië hadden gewerkt. In deze gevangenis heeft hij zijn bijnaam Poncke gekregen naar een boek van de Belgische schrijver Jan Eekhout met als titel 'Pastoor Poncke'.

    Vanuit de cellen naast hem werden mensen weggevoerd om geëxecuteerd te worden, dat maakte natuurlijk en terecht een onuitwisbare indruk op Poncke, het heeft zijn verdere leven beinvloed.... In deze entourage moest ook hij op een dag voor hetzelfde Heeresgericht komen waar ook tegen hem de doodstraf werd geeist met de woorden die Poncke nu nog steeds weet:

    '....und deshalbe verantrage ich die Todesstrafe....'

    Twee dagen later werd hij door de rechter tot 2 jaar Zuchthaus veroordeeld. Via Amersfoort, waar hij van Kotalla, een van de Drie van Breda, direkt na aankomst een schop tegen zijn kruis kreeg, werd hij getransporteerd naar Beckum. Net als de andere gevangenen moest hij loopgraven aanleggen, samen met o.m. Duitse deserteurs. Poncke herinnert zich het einde als volgt: 'Meine Herren, die Stadt Beckum hat sich kampfloss an die Alliierten übergeben', aldus de leider van het kamp.

    Terug in Nederland meldde Poncke zich als vrijwillger aan voor de Stoottroepen, eind 1945 werd hij gedemobiliseerd. Naar de ervaring van Poncke werd het nieuws toen al beheerst door berichtgevingen over de toestand in Indië.

    In maart 1946 werd Poncke opgeroepen als dienstplichtige, volgens Poncke had hij er onderuit kunnen komen omdat hij al vrijwilliger was geweest, maar had hier niet aangedacht....Hij werd ingedeeld bij de Eerste Hulpverbandplaatsdienst (Hupva) in Ede.

    "De regering had besloten dat IndonesiŽ nog niet in staat was tot zelfbestuur en na de tweede lichting vrijwilligers werd besloten dienstplichtige militairen overzee te sturen.
    De werkelijke reden was natuurlijk dat ons land aan de grond zat en van de rijke kolonie nog wilde profiteren. Daarom was het van groot belang het Nederlandse gezag te herstellen, liefst goedschiks maar desnoods kwaadschiks. Onderhandelingen met de leiders van de nieuwe republiek mislukten. De timing was dan ook uiterst ongelukkig. Het was april en de eerste na-oorlogse verkiezingen waren in voorbereiding.

    Met generaal Kruls, de toenmalige bevelhebber van het leger, was overeengekomen dat alle dienstplichtigen een oproep zouden krijgen voor uitzending naar IndonesiŽ, 110.000 man in totaal.

    De belangstelling van de soldaten in mijn onderdeel voor de kwestie ging in het algemeen niet veel verder dan de vraag of zij er heen wilden ja of nee, alsof ze wel of geen zin hadden in een schoolreisje. Voor mij stond in ieder geval vast dat ik niet meeging. Er werd ons verteld dat we er heen moesten om de orde en rust te herstellen en de door terroristen bezette gebieden te bevrijden. Hoe anders kon dit bereikt worden dan met wapens op de lokale bevolking te schieten? We waren juist bevrijd van de Duitse onderdrukking en nu gingen WIJ hetzelfde in IndonesiŽ doen door het land bezetten. Het was te idioot voor woorden.

    Ik was woedend en vertelde tegen iedereen die het horen wilde 'Jullie laten je maar wat wijsmaken. Jullie worden gebruikt om Nederland weer aan de macht te helpen.. We moeten weigeren mee te gaan'. Het heeft me waarschijnlijk de promotie gekost die ik al vrijwel in mijn zak had, ik was en bleef soldaat tweede klas. Eerst dacht ik dat ik zo ongeveer de enige was die protesteerde, maar later bleek dat er verenigingen en comitťs waren opgericht met dit doel. Ook principiŽle dienstweigeraars en linkse minderheidspartijen verzetten zich tegen onvrijwillige uitzending van dienstplichtigen.. "

    Poncke besloot, net als anderen, te deserteren. In een Duitse gevangenis was hij bevriend geraakt met een Parijzenaar, al liftend in uniform (!) kwam Poncke in Parijs aan. Vanuit Parijs begon een zwerftocht door Frankrijk.

    Op een dag hoorde hij dat zijn moeder ernstig ziek was geworden en dus lift je dan weer terug. Poncke kreeg tot zijn ontzetting, per toeval, een lift van een lid van de Commissie van Goede Diensten Indonesië die hem bij de grens overdroeg aan de marechaussee. Via de 'Koepel' van Breda werd hij naar Rotterdam overgebracht met de bedoeling hem op een schip richting Indonesië te zetten. Maar eerst moest hij nog naar Schoonhoven, naar het Depot Nazending Nederlands-Indië om 'gedrild en gehersenspoeld' te worden. Daar hoorde Poncke dat op 24 september 15% van de eerste lichting dienstplichtigen niet was komen opdagen.

    "In Schoonhoven werd ik weer op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen van de afgelopen maanden. De regering Beel was in haar besluit tot militair ingrijpen in Indonesie gesteund door de meeregerende PvdA en de Nederlandse pers, maar de bevolking was verdeeld: 43% van de ondervraagden was het ermee eens dat er troepen naar IndiŽ gestuurd werden, 42,5% was er tegen en 14,5% had geen mening .

    Een zichzelf professor noemende uitvinder, J W Pootjes, had flink wat stof doen opwaaien nadat hij, bij de bestudering van de grondwet, had uitgevogeld dat een militaire actie in de voormalige Indische kolonie in strijd was met artikel 192 van de grondwet, dat luidde

    'Dienstplichtigen te land mogen niet dan met hun toestemming naar overzeese gebieden worden uitgezonden'.

    Met een vooruitziende blik had de regering echter in juni 1944 dit artikel met een Koninklijk Besluit buiten werking gesteld, maar Pootjes redeneerde dat die maatregel haar geldigheid had verloren met de capitulatie van Japan. De regering dacht deze pijnlijke zaak af te kunnen doen door te insinueren dat Pootjes geestelijk gestoord was, maar formuleerde toch snel een nieuw artikel 192 :

    'Dienstplichtigen te land mogen zonder hun toestemming niet dan krachtens een wet naar Nederlands-Indiť, Suriname en de Nederlandse Antillen worden uitgezonden',

    een handeling die weliswaar enige aandacht trok van de pers, maar niet tot de verbeelding sprak van het grote publiek. Overigens werd het gewijzigde artikel pas in 1947 in de Staatscourant gepubliceerd. Pootjes werd in oktober gearresteerd.

    De protesten en politieke debatten duurden onverminderd voort en in Amsterdam werden grote demonstraties en stakingen georganiseerd.

    Om desertie te voorkomen waren door de ministeries van Oorlog en Justitie en de legerleiding hoge straffen bedacht :
    onder dwang naar IndonesiŽ via het nazendingskamp in Schoonhoven, waar wij nu zaten, of een gevangenisstraf die minstens zo lang was als de tijd die anders in IndonesiŽ zou worden doorgebracht.

    Achteraf is gebleken dat er vele duizenden soldaten zijn gedeserteerd, waarvan het grootste deel gedwongen naar IndonesiŽ is gestuurd.
    Ook ik moest kiezen voor de krijgsraad wegens desertie of alsnog naar IndonesiŽ. Ik heb het laatste gekozen, niet alleen onder invloed van mijn nieuwe existentialistische overtuiging dat het beter was daadwerkelijk iets te doen dan af te wachten, maar vooral omdat ik er niets voor voelde om jaren van mijn leven te verknoeien in een strafkamp.

    Nadat ik beloofd had me niet meer aan de dienst te zullen onttrekken, kreeg ik inschepingsverlof om afscheid te nemen van mijn familie Thuis was de stemming bedrukt, mijn moeder lag nog in bed, maar haar toestand was al flink verbeterd. Na mijn verdwijning waren ze vreselijk ongerust geweest .

    Ik gebruikte mijn verlof om alsnog afgekeurd te worden, ik had last van bronchitis en was nogal gespannen sinds mijn Duitse gevangenschap. Maar ze waren niet van zins mijn klachten serieus te nemen, iedereen moest en zou naar IndonesiŽ ....... "

    Die, laten we maar zeggen, grondwetswijziging achteraf wordt door een andere bron als volgt omschreven:

    "Om grootschalige operaties te kunnen uitvoeren had legercommandant Spoor uiteraard ook voldoende troepen nodig. Hierbij kon hij rekenen op eenheden van het KNIL en op Nederlandse oorlogsvrijwilligers, die zich vanaf 1944 hadden aangemeld om Indie te bevrijden.

    In november 1945 besloot de regering om ook dienstplichtigen naar de Oost te sturen, waartoe begin oktober 1946 artikel 192 van de Grondwet - dat bepaalde dat dienstplichtigen niet dan met hun toestemming naar de overzeese gebieden mochten worden gezonden - werd gewijzigd. Kort daarvoor waren al de eerste onderdelen van de eerste divisie dienstplichtigen naar Indie vertrokken - een divisie die door minister Jonkman de Zeven December-Divisie was gedoopt, ter herinnering aan Wilhelmina's rede van 1942.

    Het vertrek van de troepen was overigens weinig glorieus. Zo bleek op de eerste avond na afloop van het inschepingsverlof maar liefst 38 procent van de manschappen te ontbreken, hetgeen de chef van de Nederlandse generale staf, luitenant-generaal Kruls, deed besluiten voor de radio te waarschuwen voor *de wrekende arm der gerechtigheid', die deserteurs zeker zou grijpen. Deze waarschuwing hielp, maar niet volledig. Het eerste troepentransport vertrok uiteindelijk uit de haven van Amsterdam met slechts 85 procent van de opgeroepen soldaten.

    De komst van de Zeven December-Divisie in Indie betekende dat legercommandant Spoor in 1947 de beschikking had over drie divisies op Java en ťťn op Sumatra, naast de troepen die op Borneo en in Oost-Indonesie actief waren (en daar overigens niet gemist konden worden)
    De legermacht op Java en Sumatra werd gevormd door de circa 5000 mariniers, circa 44.000 KNiL'ers en bijna 70.000 soldaten van de Koninklijke Landmacht. Zij stond tegenover een numeriek veel sterkere strijdmacht van de Republiek IndonesiŽ, die echter gebrekkig bewapend en slecht gedisciplineerd was. De Tentara NasionaŌ Ôndonesia (TNI), zoals de TRI zich vanaf 3 juni 1947 noemde, bestond op Java uit zo'n 110.000 en op Sumatra uit 64.000 militairen. "

    Op 28 december 1946 werd Poncke, onder politiebewaking, de loopplank opgestuurd van MS Sloterdijk, om 'mijn vaderland daarna nooit meer als Nederlander te betreden'.

    Op de boot ontmoette Poncke Piet van Staveren, lid van een ('communistisch') Comité voor Vriendschap met de Republiek Indonesië. Ook Piet was ondergedoken geweest, maar had zich na een 'generaal pardon' weer gemeld met de verzekering dat hij alleen ingezet zou worden voor vreedzame doeleinden en was prompt ingescheept.... Op zijn helm had Piet staan: 'we komen niet als vijanden, maar als vrienden'. Onderweg naar Indonesië hebben zij samen heel wat afgeboomd.

    In Indonesië aangekomen werden eerst de 'strafzaken tegen diegenen voor wie het noodzakelijk was', afgehandeld.

    'Maar ons was toch beloofd dat wij zonder straf naar ons onderdeel terug zouden kunnen?'
    'Ja, alleen voor hen die niet vrijwillig afwezig zijn geweest'

    En dus zei Poncke dat hij onvrijwillig afwezig was geweest en mocht naar zijn Hupva onderdeel in Buitenzorg vertrekken. Zij, die dit niet verklaarden, werden op het eiland Onrust, voor de kust van Batavia, geinterneerd om een morele herscholing van 3 maanden te ondergaan.....

    Een aantal maanden later was Piet van Staveren overgelopen en werkte daar bij de gewondenverzorging. In september 1949 werd hij door 2 Indonesische officieren verraden en naar Nederland overgebracht en daar tot 7 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Vijf jaar daarvan zat Piet in de strafgevangenis van Leeuwarden tesamen met NSB'ers en oud-SS'ers......

    Volgens Poncke zijn er in totaal 24 Nederlanders overgelopen. Hoe ging dat bij Poncke?

    Een van de aanleidingen was het zinloos vermoorden van een meisje dat 's avonds de kazerne had bezocht en niet wilde ingaan op de avances van de Nederlandse wachtpost, aldus Poncke....

    Ook moest Poncke zich alsnog verantwoorden voor z'n desertie in 1946, hij deed hierbij een beroep op artikel 192 van de Grondwet, maar de mond werd hem gesnoerd met de mededeling dat hij voor een militaire rechtbank stond en niet in het parlement.
    Op 22 oktober 1947 werd Poncke alsnog veroordeeld wegens 'desertie waarbij de schuldige zich naar het buitenland verwijderd, gepleegd in tijden van oorlog'. De straf was 12 maanden cel, waarvan 4 onvoorwaardelijk met een proeftijd van een jaar....

    Poncke Princen strafkamp


    Poncke Princen (2e van links) in het strafkamp Tjisaroea (1947)

    Bij binnenkomst werd hij 'net als bij de Duitsers weer kaalgeschoren'

    Tijdens Poncke's internering vonden allerlei akties plaats, de onderstaande foto zal lange tijd verboden zijn geweest:

    NL marinier ondervraagd


    Nederlandse marinier ondervraagt "gevangengenomen extremisten", aldus het officiële onderschrift

    Soerabaja, 1946

    Op 28 september 1948 neemt Poncke zijn historische besluit. Een lift bracht hem naar Batavia, de Nederlandse chauffeur zou later verklaren:

    "Als ik dat had geweten, had ik een heel magazijn kogels op die klootzak afgevuurd, hartstikke dood had ik hem moeten schieten"

    Uiteindelijk lukte het via Semarang om bij de TNI terecht te komen, daar werd hij diverse keren stevig aan de tand gevoeld. Uiteindelijk kwam Poncke in Djokja terecht, de hoofdstad van het Republikeinse gebied op Java. Voor de zekerheid werd hij ook hier in een gevangenis gestopt.

    Tijdens zijn gevangschap in Djokja voerden vanaf 19 december 1948 de Nederlanders "Operatie Kraai' uit, de 2e 'Politionele aktie'. Onder druk van de Veiligheidsraad en de USA, die dreigden de Marshall hulp te stoppen, moest "Opratie Kraai' beeindigd worden. Tijdens de akties werd Soekarno door de Nederlanders uit Djoka weggevoerd, Poncke werd in de verwarring vrijgelaten en trok mee met het TNI, voor een tocht van 500km dwars door Java en dat midden in de 2e Politionele Aktie, die door de Indonesiërs trouwens de 2e Nederlandse Agressie wordt genoemd, een veel betere benaming ??

    De tocht van 500km dwars door Java, uiteraard per voet, duurde 2 maanden. Tijdens de tocht werden ze geregeld door de Nederlanders beschoten en leerde Poncke dus ook de vuurkracht kennen van het Nederlandse leger. Hij ervaarde nu ook zelf wat het is om het doelwit te zijn van bazooka's en artilleriebeschietingen en moest ook geregeld vluchten, samen met de bevolking die hem dan ook geregeld bedreigde..... want ze dachten dat hij een spion of iets dergelijks was. Het TNI moest herhaaldelijk voor hem in de bres springen, zonder het TNI had Poncke het niet overleefd en dat alles schept natuurlijk een band.

    Om iets van de gespannen verhouding te leren kennen, als intermezzo het verhaal van Galoeng Galoeng op Zuid-Celebes, het Nederlandse My Lai. Mocht je niet weten waar we het nu over hebben:



    Maar Goedhart (PvdA kamerlid en Parool journalist) krijgt nog meer over zich heen: "Bepaald woedend was men over het bloedbad in Zuid-Celebes en men vroeg waarom de PvdA er niet voor zorgt dat de schuldigen voor de krijgsraad worden gedaagd."

    Het bloedbad in Zuid-Celebes - daarmee bedoelen de IndonesiŽrs de zuiveringsacties die het Detachement Speciale Troepen, onder leiding van kapitein Raymond Westerling, daar tussen 1 december 1946 en 3 maart 1947 hebben uitgevoerd. Het elitekorps is erheen gestuurd door de legerleiding, onder volledige politieke verantwoordelijkheid van landvoogd Van Mook en de Nederlandse regering. De revolutionaire situatie in Zuid Celebes was zodanig geŽscaleerd dat blanken en aanhangers van het Nederlandse bewind er niet meer veilig waren. Westerling had de bevoegdheid meegekregen om standrechtelijk te executeren. Daar maakte hij gebruik van. Aanstichters van geweld liet hij publiekelijk doodschieten om de bevolking via afschrikwekkende voorbeelden aan zijn kant te krijgen. Volgens latere onderzoeken heeft Westerling de grenzen van die extreme bevoegdheid niet of nauwelijks overschreden. Maar dat ligt anders bij zijn tweede man, de onderluitenant Vermeulen, en een aantal andere ondercommandanten, ook sommige KNiL-lers, die dezelfde volmachten kregen of zich toeŽigenden.

    Over het aantal dodelijke slachtoffers dat Westerling en zijn Detachement op Zuid-Celebes hebben achtergelaten gingen in 1947 de wildste geruchten, tot 40.000 aan toe. Later onderzoek komt uit op een getal tussen de 3000 en 4000. Geen van de excessen die daar hebben plaatsgevonden is ooit voor een militaire of civiele rechter gekomen; ook niet het Nederlandse My Lai, de zogeheten "vuurpaniek van Galoeng Galoeng", waar op 1 februari 1947 364 ongewapende burgers werden doodgeschoten. De verantwoordelijke daarvoor, onderluitenant Vermeulen is nooit vervolgd.

    Eind jaren veertig was dit allemaal al bekend, men deed er niets mee...., hoe anders ging het na My Lai in de USA.

    In sommige boeken die je, bij wijze van spreken, nog per toeval bij de Slegte kunt kopen, ja, daar staat het in....



    Op de bijgaande foto zien we Westerling omgeven door verslaggevers, bij zijn aankomst op het vliegveld van Brussel, 24 augustus 1950.

    Westerling in 1950


    Gelukkig is over Westerling wel het een en ander te vinden op het internet: klik maar eens op deze link en/of op deze link.....

    Maar terug naar Poncke die dus tijdens zijn 2 maanden durende tocht, ondanks de bescherming van het TNI, terecht door de bevolking zeer gewantrouwd werd:

    Eind februari 1949 kwam hij in de omgeving van Bandoeng aan. Daar hoorde Poncke voor het eerst dat er driftig door de Nederlanders naar hem gezocht werd.



    In zijn biografie beschrijft Poncke enkele guerilla akties, tegen de Nederlanders, waaraan hij heeft deelgenomen. We vatten ze even samen en eindigen weer met een letterlijk citaat :

  • zijn voornaamste doel was zichzelf aanzien en inkomsten te verschaffen. De beste manier om dat te doen was zichzelf als Nederlander (!) uit te geven en op die manier aan wapens te zien komen. Hij riep dan in het Nederlands:

    Inspektie, iedereen aantreden.
    Ontlaad het geweer.
    Aan de voet het geweer

    Op deze manier werden heel wat wapens buitgemaakt en steeg ook bij het TNI zijn gezag
  • in het schemerdonker kwam hij bij een militaire post met slechts een paar TNI-ers. Men riep hem toe: "Wie is daar?" Poncke antwoordde:" Ik ben Princen van het TNI. Jullie zijn omsingeld door 200 man...."


  • De allereerste keer dat ik wist dat we Nederlandse soldaten hadden doodgeschoten, bleef ik me afvragen of ik misschien een van die jongens had gekend. Het liet me niet los. Ook al hield ik me voor dat het oorlog was, dat ik niet sentimenteel moest worden, dat het niet uitmaakte wie de trekker over had gehaald, dat het ging over een goede zaak, maar toch heeft mijn geweten me lange tijd parten gespeeld.

    Aan de Nederlandse kant laaide de haat tegen mij huizenhoog op. Vooral de overval op de onderneming Hardjasan op 17 juni, waarbij twee Chinezen werden gedood, zette kwaad bloed bij de Nederlanders en ze stuurden dagelijks patrouilles uit om me te pakken te krijgen.

    De overval op die thee- en rubberonderneming in Lampegan, ten zuiden van Tjiandjoer. was vrij groot opgezet. Aan de westkant had ik twee pelotons liggen en op de weg naar de Nederlandse post lag een peloton in hinderlaag. Op klaarlichte dag ben ik aan de noordkant met tweejongens en automatische wapens over een hoge bamboeschutting heengeklommen en liet lokaal van de wacht binnengestapt. De wachten waren Chinezen van de Pao An Tui-organisatie, die door de Nederlanders waren ingehuurd om de plantage te bewaken.

    Ik zei 'Ik ben van de binnenlandse veiligheidsdienst en ik kom de onderneming inspecteren. Voor de goede orde is het noodzakelijk dat alle wachten zich hier verzamelen. ' Dat deden ze. Ze waren met een man of 40, waarvan de meesten uit hun slaap moesten worden gewekt. De jongens die op buitenposten zaten heb ik maar laten zitten, om het niet al te gek te maken. Ik vroeg ze mee naar buiten te gaan. Ze hadden toen wel in de gaten dat er iets fout zat, we hadden onze wapens op hen gericht. Ik waarschuwde ze kalm te blijven.

    Wat ik niet had gezien was dat de eigenaar van de onderneming op een niet-gestarte motor van de helling was gereden, en zonder door het peloton te zijn opgemerkt de Nederlandse politiepost was gaan waarschuwen. Die kwamen snel m actie.

    Eťn groep kwam via de weg en liep op de hinderlaag, wat op een schietpartij uitliep. De andere groep kwam door de tuin vanuit het noorden en begon, samen met de inmiddels gealarmeerde posten, in onze richting te schieten. De Chinese wachten vielen daarop mijn jongens aan en veroverden hun wapens. Het enige wat ik kon doen was om me heen schieten en maken dat ik wegkwam. Ik stond op twee meter afstand dus er zijn er heel wat tegen de vlakte gegaan, de rest is weggerend. Drie Chinezen die stokstijf bleven staan hebben we als dekking gebruikt en gevangengenomen. We hebben zelfs nog een aantal wapens weten te bemachtigen. Met slechts een gewonde zijn we thuisgekomen, zijn neus was finaal van zijn gezicht afgeschoten.

    Later bleek dat ik twee Chinezen dodelijk had getroffen. Ōn de Preanger Bode van 4 juli 1949 werd 'deserteur Princen' genoemd als leider van de overval. De twee doden waren gevallen aan Nederlandse zijde en dat voerde de haatcampagnes op tot een persoonlijke hetze.

    Gemakshalve werd ik er ook maar meteen van beschuldigd acht Nederlandse soldaten te hebben vermoord bij een overval op 28 februari. Dat was nog voordat ik in Tjisaat aankwam. Ik heb er toen wel over gehoord. Het was een actie van de jongens van Bakhtiar. onder commando van een zekere Nuh. Ze hebben die soldaten gevangengenomen en ze de nek afgesneden, een volstrekt onaanvaardbare en beestachtige daad, die wel zeker valt onder de noemer 'oorlogsmisdaden'

    Ook begonnen geruchten te circuleren dat ik in een Nederlands uniform al liftend KL-militairen in een hinderlaag zou hebben gelokt om ze daarna hun eigen graf te laten graven en te vermoorden. Daar is niets van waar. Natuurlijk hebben WIJ OOK hinderlagen gelegd. Dat is een in de guerrilla gebruikelijke methode, die overigens ook door de Hollanders werd aangewend. Wat er tijdens de gevechten met Hollandse patrouilles is gebeurd, dat weet ik niet. Het verbaast me niet dat ze mij daarvoor aansprakelijk hielden, haat vraagt om een schuldige.

    Op 4 augustus 1949 werd door de Nederlandse Generale Staf het bevel gegeven om de deserteur Princen buiten gevecht te stellen. Er was haast bij, want op 10 augustus begon de wapenstilstand voorafgaande aan de soeveriniteitsovergave.

    Poncke werd inderdaad gevonden, maar wist op het nippertje via een tuimelraam te ontsnappen. Vijftien man in het huis, inklusief de toenmalige vrouw van Poncke, waren gedood....


    Het was uiteindelijk door druk van buitenaf dat Nederland het op moest geven. Het dreigen met het intrekken van de Marshall hulp en een resolutie door de Veiligheidsraad, zorgde er voor dat Nederland zijn gewapende strijd staakte. Bovendien kon het niet meer aan zijn NAVO verplichtingen voldoen, het overgrote deel van het leger was niet in Europa aanwezig en dat in de dagen van de Berlijnse blokkade en de daaruit volgende 'koude oorlog'

    Op 27 december 1949 werd in Amsterdam door Koningin Juliana namens de Nederlandse staat de soevereiniteitsoverdracht getekend. Een van de clausules was dat niet zou worden overgegaan tot vervolging van militairen die een andere keus hadden gemaakt of nog wilden maken. Deze bepaling was erin gekomen op verzoek van Nederland ter bescherming van de Indonesiers die aan de Nederlandse kant hadden gevochten. Uiteindelijk was het zelfs een tweezijdige bepaling geworden die dus ook voor Poncke zou hebben moeten gelden. Nederlandse militairen die niet meer terug wilden naar Nederland konden in Indonesie afzwaaien en, indien gewenst, bij de Indonesische politie in dienst treden. Ook de dubbele nationaliteit zou voor iedereen kunnen gelden die daarom zou vragen, alleen niet voor Poncke...

    Na de soevereiniteitsoverdracht werd Poncke kommandant bij de TNI.

    Poncke Princen als TNI kommandant


    Poncke Princen als TNI kommandant (1950)

    nog steeds voor velen een kontroversiële foto



    We maken nu een grote sprong naar de jaren '70. In de tussenliggende jaren heeft Poncke nog diverse keren in de gevangenis gezeten vanwege zijn inzet voor de mensenrechten, maar dat is een ander verhaal, want deze pagina is al veel te lang....

    We laten Poncke maar zelf weer vertellen wat er uiteindelijk in de jaren '70 gebeurde en hoe hij toen Nederland bezocht:

    Dat wilde niet zeggen dat ze de mensenrechtenorganisaties niet mochten helpen, wel moest vermeden worden dat IndonesiŽ in het buitenland een slechte naam kreeg. Ons bestaan werd waarschijnlijk alleen getolereerd om de schijn van vrije meningsuiting op te houden en om buitenlandse kritiek a pnori uit te sluiten.

    Aan deze min of meer gedwongen tolerantie kwam een eind met het bezoek in 1992 van de Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, die de ontwikkelingshulp wilde koppelen aan de mensenrechten. Hij bracht een bezoek aan mijn kantoor om zich op de hoogte te stellen van de vorderingen op dit gebied. Zijn paternalistische woorden schoten Soeharto in het verkeerde keelgat en hij verklaarde dat hij geen aalmoezen meer wenste te ontvangen uit het buitenland. Dat betekende dat ook voor ons de kraan werd dichtgedraaid en dat ik vanaf dat moment de lopende kosten van het instituut voor de mensenrechten van mijn pensioen moest betalen.

    De uitnodiging van de Novib in 1977 om een vergadenng in Nederland bij te wonen kwam op het juiste moment. Janneke had al eerder geschreven 'Als je je moeder nog levend wil zien moetje nu komen'. Die brief heb ik gebruikt om een uitreisvi-sum voor Nederland aan te vragen. Dat werd me verleend op voorwaarde dat ik na terugkomst geen publiciteit zou zoeken. Ook van de Nederlandse ambassade kreeg ik een visum met het verzoek me bij aankomst op Schiphol bij de vreemdelingenpolitie te melden. Die keken uiterst verbaasd, want ze wisten niets af van een speciale behandeling. 'U kunt gewoon doorlopen meneer,' zei de ambtenaar gemoedelijk.

    In 1978 kreeg ik bericht dat mijn moeder was gestorven. Om het met te moeilijk te maken, vroeg ik bij de Belgische ambassade een Benelux-visum aan zodat ik via BelgiŽ Nederland in kon.

    Poncke Princen in NL


    Poncke Princen en zijn zus ergens in Nederland, toen het nog blijkbaar kon (1978)

    Tijdens dat verblijf werd mij gevraagd een interview te geven voor de NCRV-radio. De tijd was er blijkbaar rijp voor. Nadat dr J E Hueting in het VARA-programma 'Achter het Nieuws' in 1969 had verklaard dat er oorlogsmisdaden waren begaan in IndonesiŽ en dat hij zelfs van enkele getuige was geweest, was eindelijk de discussie in gang gezet over de post-koloniale acties tussen 1945 en '49. Door deze verklaring, gevolgd door de Excessennota, waarin vertrouwelijke rapporten uit 1948 en 1954 over geweldsmisdrijven werden gepubliceerd, is er misschien meer begrip gekomen voor mijn standpunt.

    Wat te verwachten was gebeurde, de veteranen protesteerden tegen mijn komst, maar ook gingen er stemmen op die mij gelijk gaven en de naoorlogse regering ongelijk. Mijn bezoek ging zodoende gepaard met de nodige publiciteit, wat me eerlijk gezegd heel goed uitkwam. Mijn geldingsdrang kreeg een aai, maar wat belangrijker was ik kon die aandacht goed gebruiken voor mijn werk voor de rechten van de mens.

    Peter Schumacher had voor me geregeld dat ik een bezoek kon brengen aan de buitenlandcommissie van het parlement. Ik had een White Paper bij me van de studenten van de universiteit van Bandoeng om de aandacht te vestigen op de situatie in IndonesiŽ en dat overhandigde ik aan de commissie. Die actie haalde de kranten.

    Een paar dagen na mijn terugkomst m IndonesiŽ kreeg ik een aanzegging in de bus me te melden op het kantoor van de stadscommandant van Djakarta. Ik ging erheen en werd meteen gearresteerd en opgesloten. De aanklacht luidde dat ik het brein was achter het plan het congresgebouw in brand te steken. Het was vlak voor de zitting van het Volkscongres en die nacht hadden jongeren geprobeerd er de fik in te zetten, maar nog voor er een lucifer was aangestoken waren ze al opgepakt. Bij de verhoren bleek al gauw dat de beschuldiging uit de lucht was gegrepen. Ze waren gewoon pisnijdig omdat ik dat White Paper de wereld in had gestuurd en ze wilden weten wat ik verder nog op mijn kerfstok had. Het zat ze niet lekker dat ze maar geen vat op me konden krijgen en dat ik in mijn eentje opereerde. Ten slotte hebben ze me moeten laten gaan.

    En zo beschrijft Poncke de jaren '90:

    Mijn taak verschoof steeds meer in de richting van de internationale betrekkingen. In 1994 heb ik voor de subcommissie voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties in GenŤve rapport uitgebracht over de martelingen in Atjeh en Oost-Timor.

    In Atjeh werden met alleen mannen gedood, ook vrouwen en kinderen werden afgeslacht, alsof het leger slechts bestond uit de meest primitieve en sadistische lieden. Ter illustratie van de wrede ondervragingstechmeken, heb ik de aanwezige VN-vertegenwoordigers aan de hand van foto's een voorbeeld gegeven.

    Enkele commando's deden een inval in een huis, waarvan ze dachten dat de bewoners onderdak en voedsel hadden gegeven aan een 'verstoorder van de veiligheid', GPK genaamd. De vrouw ontkende en er werd haar gevraagd wat ze die middag gegeten had. Daarna werd ze meegenomen naar een politiepost. Ze bleef hardnekkig ontkennen.
    Een soldaat zei 'Als we hem te pakken hebben, kunnen we gauw genoeg zien of je liegt of met'. Hij haalde een gevangene uit zijn cel en sneed met een commandomes zijn buik open. 'Zie je,' zei hij, 'zo kunnen we zien wat hij gegeten heeft'

    Op die reis naar Europa ben ik ook naar Lissabon gegaan op uitnodiging van de Portugese vereniging voor de mensenrechten. Ik heb daar onder andere gesproken met president Soarez en de minister van Buitenlandse Zaken, Baroso. In Oslo had ik een ontmoeting met de sultan van Atjeh, die de toekomst met pessimisme tegemoet zag. Gezien de duizenden slachtoffers die de laatste jaren zijn gevallen, leek het hem vrijwel onmogelijk dat de bevolking nog tot een vreedzame oplossing bereid was.

    De wereld van de diplomatie is er een van woorden en om die reden werd ik er wel toe aangetrokken. Soms ook kreeg ik het idee dat de gepolijste suite van een regeringsambtenaar te ver weg ligt van een kamponghuis, dat wordt overvallen en waarvan de bewoners worden neergehakt, en dat die afstand nauwelijks met woorden te overbruggen valt.

    Ik had deze keer geen visum voor Nederland gekregen. Omdat ik naar verschillende landen wilde, had ik het aan het reisbureau overgelaten de visa aan te vragen. De juffrouw van het reisbureau liet me een paar dagen later weten dat de Nederlandse ambassade weigerde mij een visum te verstrekken. Ik belde op en kreeg te horen dat de ambassadeur, mr Van Roijen, na overleg met het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag, had besloten mij geen toestemming te verlenen Nederland te bezoeken, omdat mijn 'veiligheid niet gegarandeerd' kon worden.

    Ik vond het vreemd dat de minister van Buitenlandse Zaken Kooijmans, die ik kende in zijn functie van VN-rapporteur voor de mensenrechten, mij een visum zou weigeren. Wel wist ik dat Van Roijen de zoon was van de VN-vertegenwoordiger in 1949, die een rol had gespeeld bij de voorbesprekingen die tot de soevereiniteitsoverdracht hebben geleid.

    Naderhand heb ik gehoord dat een ondergeschikte van minister Kooijmans het besluit had genomen. Kooijmans was op dat moment m het buitenland.

    Mijn kinderen zou ik treffen aan de Duitse grens. De TV had een programma gepland waarin ik geconfronteerd zou worden met Indonesie-veteranen. De cameraploeg moest nu naar de grens komen om opnames te maken. Achteraf was het een beetje kinderachtig, ik moest met ťťn been over de grens stappen om te laten zien dat ik toch in Nederland was geweest.

    Begin '94 had ik in Djakarta een ontmoeting met Hans van Mierlo van D66. Hij zei naar aanleiding van die TV-uitzending 'Als ik 't ooit voor het zeggen heb, geef ik je een visum' Van Mierlo werd minister van Buitenlandse Zaken en bij mijn laatste bezoek aan Nederland, eind '94, heb ik inderdaad een visum gekregen .

    In 1995 voltooide Graa Boomsma de kameropera Westerling en een toneelstuk over Poncke Princen.Graa Boomsma was de schrijver die was vrijgesproken na zijn wat onbezonnen uitgesproken metafoor dat de daden van de Nederlandse soldaten in Indië te vergelijken waren met die van SS-ers. Een zaak van willekeur, want velen gingen hem hier in voor, w.o. Jan Wolkers die ooit beschreven heeft hoe hij in Leiden de muren bekalkte met de leus " Roofstaat Nederland" en de laatste letters van Drees als een SS teken uitvoerde....

    De boodschap van deze (lange) pagina is hopelijk duidelijk: waarom zijn de feiten over het Nederlandse (de)kolonisatie beleid slechts bij een aantal mensen bekend? Waarom wordt maar steeds die diskussie uit de weg gegaan, zodat iedereen kennis kan nemen van de feiten die al heeeeeel lang bekend zijn, alleen je moet ze wel weten te vinden en er kennis van willen nemen.....

    Hopelijk dat deze site een bijdrage kan leveren aan die ontbrekende kennis. Eerst de feiten en de achtergronden, pas dan de mening en niet andersom.

    Trouwens als arcengel mailen krijgt over het waarom van deze komplete site over Nederlands-Indië, dan mailt hij altijd terug, klik a.u.b. ook eens op deze link.



    We ontvingen een aanvullende reaktie van Frans Reijnhoudt :

    Hartelijk bedankt voor de uitgebreide informatie over Poncke Princen op uw website. Geweldig dat er ook zoveel foto's bij staan. Zeer verhelderend.

    Ik wil daarom graag een kleine correctie doorgeven. U vermeldt dat hij zijn bijnaam heeft gekregen na het lezen van het boek Pastoor Poncke van Jan H. Eekhout. Dat is helemaal correct. Alleen Eekhout was geen Belgische, maar een Nederlands schrijver. Het boek is wel geschreven in een soort Vlaams, maar Eekhout komt van origine uit Zeeuws-Vlaanderen, dus daar was hij bekend mee.
    Pikant detail is dat Eekhout na de oorlog terechtgestaan heeft omdat hij (geloof ik) in de Kulturkammer zat, lid was van de NSB en (dat is zeker) fascistische denkbeelden had.

    Misschien is het een idee om ook een link op te nemen naar de digitale versie van Pastoor Poncke, namelijk http://www.win.tue.nl/~fransr/pastoorponcke.





    IN MEMORIAM PONCKE PRINCEN

    20 FEBRUARI 2002, JAKARTA


    Van deserteur tot dissident, maar altijd een belanda

    Poncke Princen, deserteur uit het Nederlandse leger, parlementslid onder Soekarno en dissident onder Soeharto, had een haat-liefde verhouding met zijn vijanden in Nederland. Hij is op 76-jarige leeftijd overleden in Jakarta, waar hij ondanks alles toch altijd een belanda was gebleven.

    Vijanden had hij te over, zowel in zijn tweede vaderland IndonesiŽ als in zijn eerste, Nederland. In IndonesiŽ zat hij zowel onder president Soekarno als onder president Soeharto jaren gevangen voor zijn politieke overtuiging en strijd voor de mensenrechten. In Nederland konden IndiŽ-veteranen zijn bloed wel drinken omdat hij in 1948 was overgelopen naar de vijand en de kant had gekozen van de strijders voor de Indonesische onafhankelijkheid.

    En met al die vijanden had Poncke Princen een eigenaardig soort haat-liefdeverhouding. Soms toonde hij begrip voor de IndiŽ-veteranen. 'Als de Nederlandse regering zelf al geen raad wist met de blunders die er waren gemaakt en verkoos de zaak onder het tapijt te vegen, hoe kun je dan een genuanceerd oordeel verwachten van de jongens die daar hebben moeten vechten en zesduizend kameraden in de strijd hebben verloren?', zei hij dan.

    Maar meestal was hij minder begripvol. 'Ik dacht dat hier tolerantie en verdraagzaamheid zouden zijn', zei hij in 1998 tijdens een van zijn zeldzame, fel omstreden bezoeken aan Nederland. 'Maar juist de IndonesiŽrs zijn verzoenlijker gebleken. Want geen van de oud-IndiŽstrijders is tijdens een bezoek aan IndonesiŽ ooit een strobreed in de weg gelegd. Terwijl daar juist de ergste dingen zijn gedaan door Nederlandse militairen.'

    Eigenlijk was hij wel een beetje trots op de onverholen haat van sommige oudstrijders. Die verwijten hem dat hij niet had hoeven overlopen naar de vijand - hij had ook gewoon dienst kunnen weigeren. Inderdaad is Princen in 1946 eerst gedeserteerd. Tijdens zijn omzwervingen raakte hij in Frankrijk bevriend met een overtuigd existentialist. Deze overtuigde hem ervan dat hij de grote conflicten in zijn leven niet uit de weg moest gaan, dat hij juist wel naar IndiŽ moest gaan om daar zijn eigen weg te vinden.

    Die door Poncke Princen zelf gegeven verklaring voor zijn vertrek naar IndiŽ klinkt doordachter en filosofischer dan eigenlijk in zijn impulsieve aard lag.

    Waarheidsgetrouwer lijkt het relaas over zijn uiteindelijke keuze over te lopen naar het Indonesische kamp, zoals opgetekend in zijn biografie Een kwestie van kiezen. Dat besluit viel toen een meisje met wie hij had staan vrijen direct daarop werd doodgeschoten door een schildwacht die haar ook wel eens had willen betasten.
    Het besluit viel letterlijk, in de gedaante van een luciferdoosje dat Princen opgooide: gele kant boven en hij zou blijven, blauwe kant boven en hij zou overlopen. Niks filosofisch, niks existentialistisch - het lucifersdoosje heeft het gedaan.

    Dit deel van Princens leven is in Nederland altijd het meest omstreden geweest. Dat hij Nederlandse soldaten had laten vermoorden sprak hij tegen, al wilde hij niet ontkennen dat bij schietpartijen ook oude strijdmakkers konden zijn gesneuveld.

    Maar bij het aanbreken van IndonesiŽs onafhankelijkheid had Princen het grootste deel van zijn leven nog voor zich. Dat leven lag van toen af aan noodgedwongen in IndonesiŽ, waar hij onder president Soekarno parlementslid werd ('in het parlement van 1955, het enige echt democratische parlement dat IndonesiŽ ooit heeft gekend', zei hij zelf). En waar hij zich tot zijn laatste snik bleef inzetten voor democratie en mensenrechten.

    In het IndonesiŽ van Soeharto was Poncke Princen een bekende dissident. Met vrienden, met vrouwen, met vijanden, en met een hoop onverschilligheid om zich heen. 'Hoe lang je hier ook woont, voor de IndonesiŽrs blijf je toch altijd een belanda', zei hij weemoedig op het erf voor zijn huisje in de kampong. Eigenlijk had hij toch het liefst in Nederland willen sterven.

    Volkskrant, 22-02-2002





    Uit de vele reakties kozen we deze van Gerrit Hissink :

    Op deze manier wil ik graag mijn medeleven betuigen in verband met het overlijden van Poncke Princen op 20 februari jl. Ik heb grote waardering voor hem en voor zijn akties in het "Nederlandse" Indie. Er zijn momenteel niet veel mensen die nog over een geweten blijken te beschikken, in deze tijd waarin alles draait om eigenbelang.

    Ik vind het dan ook storend dat er door de overheid niets wordt ondernomen om zijn persoon in ere te herstellen. Want wat wij Nederlanders in dat verre Indonesie hebben uitgevreten is niet misselijk.....



    We kregen ook de volgende reaktie van Emile Schwidder, wetenschappelijk medewerker, AziŽ-afd. IISG :

    Voor hen die meer info zoeken over Poncke Princen : zijn archief is gedeponeerd en in te zien op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam (LINK)




    Ook kwam er een zeer goed geformuleerde reaktie binnen van Wilfried Aalbers die we ook graag hier plaatsen:

    Mijn ervaring met de Indonesische mens is dermate dat ik de invoeling van de relatie tussen IndonesiŽrs met Nederlanders durf te verwoorden.
    Ik ben mij bewust dat ik nog veel vergeet te vermelden en ook niet kan verwoorden. Echter dat zou ook veel meer tekst en toelichting behoeven........


    Ik heb zelf in 1978 en 1996 op de stranden van Ambon en andere eilanden gestaan. Je probeert je een voorstelling te maken wat hier in afgelopen eeuwen is gebeurd. Zeker als je geschiedenis van onze Nederlandse VOC en KNIL hierop betrekt.
    Er was voor de laatste dramatische gebeurtenissen van afgelopen jaren Ambon nog e.a te zien. Ook interessant is dat er in de Ambonese families zelfs nu nog verhalen leven van vroeger.
    De naam "de Vlamingh" wordt er nu nog door de ouders gebruikt als men de kinderen angst aan wil jagen.

    Mijn bezwaar tegen de Nederlandse staat nu: Men is er uitstekend in geslaagd, om op alle scholen vanaf de soevereiniteitsoverdracht in 1949 en 1963, de geschiedenis weg te stoppen en zich in een totaal stilzwijgen over Nederlands-Indie te hullen. Dit is niet zomaar gebeurd. Dit moet precies zijn uitgedokterd in Den Haag.
    Immers voor de soevereiniteitsoverdracht werd er zeer veel onderricht van de archipel op de scholen gegeven.
    Opnieuw een gedrag van onvervalste schijnheiligheid en lompheid.
    Alles vergeten, incluis de wandaden die begaan zijn in naam van de overheid.
    DE ZOVEELSTE BLUNDER in onze geschiedenis. Wijze mannen en vrouwen in ons regeringsbestel van 1949 tot en met heden. Echter blijkbaar incapabel om met deze "zware kost" om te gaan. Zowel vanuit het rechter,het midden als uit het linker politieke perspectief gezien.
    Er is naast een oprechte analyse ook Indonesisch en Indisch gevoel nodig. Ook Prof. De Jong kon deze snaar niet raken.

    De laatste jaren komt er langzaam steeds meer naar boven. Het stoort, het jeukt en het intrigeert bij vele geÔnteresseerde mensen. Menigeen onderneemt zelf lange reizen. Mensen ontdekken en stellen zelf vast.
    Je stoot op de onvervalste geschiedenis. Daarginds en hier en je hoort ook levensverhalen.
    Hoe ondermeer in de jaren twintig en dertig de toen vele nationalisten werden behandeld. Een ooggetuigenverslag van mijn toen ook nog jonge schoonvader. Samen met zijn vader, hospik in het Knil, waren ze in Boven Digoel gelegerd.
    Een verschrikkelijk oord waar vluchten onmogelijk was en gelijk stond met zelfmoord of worden vermoord door de Kaya-kaya (Papua's). Dat alles in een zeer zwaar tropisch klimaat.
    Dat deze gevangenen hier geestelijk bijna onder door gingen is zeer begrijpelijk. Men had slechts een mening en ideaal dat IndonesiŽ een vrije staat kon zijn!!! Merdeka.
    Het laat zich heel gemakkelijk raden waarom later Hr. Soekarno zich zo opstelde t.o.v. de Nederlanders. Het waren zijn persoonlijke kwelgeesten geweest.
    Dat was niet te vergeten.
    Is er ooit een MA-AF (pardon) geuit naar hem?

    De Japanners waren destijds voor de nationalisten directe bevrijders. Hoe kun je deze dan gelijk weer van je af werpen? Dat was pas later mogelijk toen duidelijk werd wat de Japanners verder zelf voor misdaden hadden begaan.
    Dat Hr. Soekarno de kant van de Japanners moest kiezen was het directe gevolg van de verwerpelijke behandeling die hij kreeg van de Nederlandse bestuurders in een Nederlands IndiŽ, waar iedereen die een afwijkende mening had werd verdacht en opgepakt. Overigens vele spijtoptanten en gewone Indische Nederlanders durfden eerst ook hier in Nederland geen stem te laten horen. Dit was gevaarlijk!! Men was niet anders gewend. De Nederlanders zelf hadden bij hun terugkomst in Nederland daar natuurlijk geen last van.
    De PKI of het woord communist alleen was een vloek voor de toen heersende en gezagdragende moraalridders. O.a in de regeringsperiode van onze "vriend" Colijn met zijn bloedige reputatie voorop.
    Een vrije politieke meningsuiting was niet mogelijk in Nederlands-IndiŽ. Ook niet in Nieuw Guinea later in de 50er en begin 60er jaren.
    Mijn schoonouders hebben hier de eerste jaren aan moeten wennen! Zij kwamen hier in de beginjaren 60 vanuit Nieuw-Guinea naar Nederland. Buitenshuis niets verkeerd zeggen, bang om verkeerd begrepen of opgepakt te worden. Ja, dus ook toen nog. Het heeft overredingskracht gekost om dit gevoel te laten verdwijnen.

    De hetze door de Nederlandse regering ontketend tegen Hr. Soekarno om zoveel mogelijk tegen hem te mobiliseren is gewoon walgelijk geweest. Hij was een collaborateur met de Japanners enz.
    Deze man met zijn medestanders waren terechte vrijheidsstrijders.
    Indien er meer begrip en gevoel was getoond voor de werkelijke bedoelingen en vrijheidsgevoelens van de jonge republikeinen door een minder repressief bestuur in de koloniale dagen dan was later Hr. Soekarno veel gemakkelijker in omgang gebleven. De gevoelens van de IndonesiŽrs waren dan minder beschadigd.

    Een werkelijk ongelofelijk arrogant superioriteitsgevoel t.o.v. de "inlander" door ons Nederlanders, heeft toen het Indonesische vrijheidsgevoel onderschat en onderdrukt. ( Mag onze generatie of onze jeugd dit niet weten?)
    De Nederlander was de Tuan Besar. De IndonesiŽr slechts een kleine man. Wel een mens, maar een ondersoort, die nooit gelijk gesteld kon worden.
    Voor de militairen enz., die voor het eerst in aanraking kwamen met de inlander, was er een boekje. Speciaal waar je voor op moest passen in omgang enz.!!!
    Ook het politieke beleid, verantwoordelijk voor onverantwoorde beslissingen met verdragende consequenties voor in een toekomst. Een toekomst die nu heden is of zelfs ook al weer geschiedenis.
    Dit moet bekend gemaakt!!!

    Hypothetisch;
    Indien er eerder meer tact en respect was getoond en had men de vrijheidsverlangens getolereerd in de 20er jaren. Als er tevens een verstandige tijdslijn voor zelfbestuur was ontwikkeld:

    Was de verschrikkelijke Bersiap periode dan ook uitgebroken na de capitulatie van de Japan? Sterker nog: De vroegtijdige vlucht van Hr.Sukarno in de armen van de communisten was dan wellicht niet nodig geweest en had voorkomen kunnen worden met alle gevolgen van dien voor de Hr. Sukarno en de gehele Indonesische bevolking.
    Denk aan de vermoorde Generale staf en de communistenmoord die er op volgde in de jaren 60 onder President Suharto. Een moordpartij die nu nog onbespreekbaar is in IndonesiŽ. Slechts in familiaire kring durft men over de gevallen broers,neven enz. te praten. Dit is mijn persoonlijke ervaring. Men maakt schattingen op ongeveer een miljoen doden.
    Wie zaten er achter deze wandaden? Het is ondenkbaar dat dit uit eigen beweging vanuit de Indonesische regering bedacht is.
    Welk hoog doel heiligde deze gruwelijke daad? De oost-west verhouding? De koude oorlog ? Geen tweede Vietnam? Geen tweede Cuba ?

    Daarnaast zijn er in Nederlands-IndiŽ heel veel goede dingen gebeurd door hard werkende en bewustvolle Nederlanders.
    Educatie, gezondheidszorg,infrastructuur en te veel om op te noemen. De huidige Indonesische staat is immers een grote eilanden groep die bij elkaar is gehouden door de Nederlandse overheersing in vroegere jaren en in zijn geheel is overgedragen aan het Indonesische volk.

    Overigens zitten er veel verschillen tussen de Indonesische bevolkingen. Verschillen die soms zeer duidelijk zijn in aard en cultuur! Denk hierbij aan een fijngevoelige Javaan en een luidruchtige Molukker-asli of nog veel sterker: een Papua.
    Dit verschil is zeker zoals een Nederlander verschilt met een Turk of Irakees.
    De taal echter kent wel veel overeenkomsten en versluiert dit verschil ten dele.
    Ook dit wordt vaak ten onrechte vergeten.
    Zelfs ook de Nederlandse militairen, dienstplichtig of in het Knil, die vaak een onmogelijke taak moesten verrichten dienen gerespecteerd te worden. Ze deden dit plichtgetrouw voor een selecte groep elitaire bewindvoerders die op hun troon gezeten waren in Nederland en daar in Nederlands-IndiŽ. Denkend een goede zaak te dienen. Met het oog op het financiŽle aspect.

    Men weet dit in IndonesiŽ zelf ook zeer goed. Een terecht excuus, door onze koningin, tijdens de herdenking van de proclamatie was DE gelegenheid geweest om als staat met respect voor elkaar een betere relatie op te bouwen. Samenwerking is het instrument om een goede politieke toekomst te realiseren. De democratische worsteling in IndonesiŽ is nog altijd zwaar, mede door ons toedoen in het verleden. Onderdrukking was door ons geÔmporteerd!!
    Stugge, betweterige en beledigende bemoeienis is vaak te horen uit Den Haag. Echter de laatste tientallen jaren vaak geuit vanuit de linkerhoek van onze politiek.
    Het zijn nog altijd "verkrampte" ambtenaren en bewindvoerders die zich nu nog steeds niets van de gevoelens aantrekken en dat ook blijkbaar niet kunnen. Denk b.v. aan onze Hr. Pronk. Gevoelens die voor een groot deel "leven" in IndonesiŽ en voor een deel in Nederland.
    Ja, nog steeds onze regeringsambtenaren die de geschiedenis wellicht ten dele kennen wat wij als Nederlanders in IndonesiŽ op politiek en militair terrein hebben uitgehaald en wat dat voor moreel gevoel heeft achtergelaten.
    Daar heeft men trouwens toch altijd moeite mee gehad, de gevoelens van de IndonesiŽr te onderkennen. Zeker als er geld in het geding was. Boven op de ziel staan van de IndonesiŽr is ons altijd met het grootste gemak gelukt. Vele Nederlanders waren en zijn er zelfs met een talent hiervoor uitgerust.
    In de jaren eind 60 kwam er wat naar boven dat er door de militairen oorlogsmisdaden waren begaan. Het zal zeker, dat gebeurd in elke oorlog hoe vreselijk dat ook is. De politiek toen gevoerd door de toenmalige ministers met op de achtergrond koningin Wilhelmina bleef veel te veel buiten schot. Daar zou toen eens meer onderzoek naar gedaan moeten worden. En niet naar een militair in het veld die zich te buiten gaat.
    In IndonesiŽ zit juist daar ook de pijn.

    In dat licht gezien kan een minister van justitie in IndonesiŽ ook zo'n (ondiplomatieke maar eerlijke) uitspraak doen zoals eerder dit jaar n.l. : Hij haat Nederland maar heeft geen moeite met de Nederlander in persoon. Hij verwoord precies datgene wat er nog steeds fout zit.
    Ieder in IndonesiŽ weet wat er gebeurd is in die onvrijwillige staatsvorm van weleer.
    Men wacht in IndonesiŽ er met zijn allen al zo lang op; een welgemeend Ma-AF officieel van de hoogste instantie. En dat is natuurlijk van onze kroon.
    (Maak geen denkfout: Er zal nooit ook maar 1 keer om gevraagd worden dit te doen)
    Dat is absoluut NOT DONE. m.a.w dat doe je uit je zelf als je het werkelijk meent.

    Echter eerder is er geen rasa senang m.b.t. Nederland mogelijk.

    Tot nu toe hebben de Nederlanders een "Kepala Batu"

    Wilfried Aalbers

    Een "Belanda totok" kawin dengan wanita Indonesia. Sudah dua puluh lima tahun.

    Ook kwam Wilfried Aalbers nog met deze beschouwing over Poncke Princen:

    Dat er in een tijd van weinig informatievoorziening, en dat was in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw nog zo, mensen eenvoudig gemanipuleerd konden worden mag duidelijk zijn. Zo ook dat een heel leger soldaten gedwongen werd om in Nederlands IndiŽ op te treden, zo hun werd voorgehouden, voor een puur goede zaak . Weinigen, althans over het geheel genomen, hadden kennis van de werkelijke situatie aldaar.
    De mensen die het wisten, buiten de regering en financiŽle belanghebbenden, waren toch ook in die tijd gering in aantal. Om dan ook de juiste keuze te maken en dienst te weigeren getuigd alleen maar van moed en weldenkendheid.
    De Bersiap periode was natuurlijk ook zeer bedreigend voor de Nederlanders en Indische Nederlanders. Velen net verlost uit een verschrikkelijke gevangenschap. Om hier in te grijpen en veiligheid te bieden was zeer begrijpelijk. De politionele acties die daar op volgden echter, waren pure onrechtmatige oorlogshandelingen.
    Dat velen met desinformatie en met al dan niet volle overtuiging dienst gingen doen is ook zeer goed te begrijpen. Begrip en respect ook voor die soldaten die het niet met de "zaak" eens waren maar geen dienst konden weigeren of wilden weigeren. Dat Poncke Princen dienst heeft geweigerd en er alles aan gedaan heeft om onder dienstplicht uit te komen is allen maar sierend voor hem.
    Ook dat hij op een moment ging overlopen uit overtuiging dat IndiŽ aan de IndonesiŽrs toe behoorde en hij een beslissing nam om voor de IndonesiŽr te kiezen is menselijk gezien legitiem. Ieder mag in zijn leven kiezen voor een goede zaak, levensweg of levensovertuiging.
    Zijn stap uit het leger en soldaat worden in het TNI is een stap die zeer vergaand was. Een stap die tevens balanceert op wat moreel nog aanvaardbaar is. Want welke opdrachten moet je dan volbrengen?
    Zijn eigen kameraden en medemensen die ook slechts uit dwang daar moesten optreden of met de verkeerde informatie maar in volle overtuiging hun werk volbrachten, deze te bestrijden en in hinderlagen te lokken en daarop daadwerkelijk te doden is duidelijk een misdaad.
    Dat Poncke een Belanda is gebleven is voorstelbaar. In de ogen van de IndonesiŽr zal ook zijn handelswijze bijzonder zijn geweest. Hij had beter afzijdig van oorlogshandelingen kunnen blijven ook al zou dat zijn leven hebben gekost. Echter dat is een moeilijke keuze die echter wel de persoon profileert in een dergelijke situatie. Een situatie die hij zelf mede gecreŽerd had. Hypocriet is het wel dat hem het leven nadien door de Nederlandse zo zuur is gemaakt.

    Het is vreselijk dat door een falende regering toen zoveel mensen in nood zijn gebracht en dat ook mensen zoals Poncke in onmogelijke situaties kwamen . Om nog maar niet te spreken van die duizenden gesneuvelde Nederlandse soldaten en vele tienduizenden IndonesiŽrs die voor hun vrijheid streden en omkwamen.
    Het is ook tragisch dat er zoveel aandacht is gegeven aan de persoon Poncke en tevens aan de verslaggeving hoe soldaten elkaar afmaakten c.q. zich misdroegen. Eerst de TNI en later in de 60er jaren de Nederlandse soldaat.
    De regering kwam dit goed uit want hierdoor was de aandacht afgeleid van hun eigen verantwoordelijke blunderende ministers met hun jammerlijke beleid.
    Wie zijn er verantwoordelijk voor die tienduizenden liters onschuldig bloed op onze driekleur?
    Tot nu toe zijn ze buiten "schot" gebleven.





      Op de Volksuniversiteit Geldrop start op woensdagavond 6 oktober 2010 een cursus van 10 avonden over de geschiedenis van de Nederlandse KoloniŽn. Ook wordt dan natuurlijk de geschiedenis van Nederlands-IndiŽ besproken!

      Docent: Aad 'arcengel' Engelfriet, cultureel-historisch reisleider, stadsgids en geschiedenis docent. Webmaster van deze grootste Nederlandstalige geschiedenis website, een erkend specialist op het gebied van de Nederlandse koloniale geschiedenis.

      Voor meer info:

      klik dan HIER




      Geinteresseerd in een historische rondleiding voor uw eigen groep(je) door Aad 'arcengel' Engelfriet, webmaster van deze grootste Nederlandstalige geschiedenis website, door o.m. een stad of streek in bijv. Nederland, BelgiŽ, Duitsland, Groot-BrittanniŽ, Ierland en/of een historische lezing, publicatie, recensie:

      Voor meer vrijblijvende informatie

      aad@engelfriet.net

      Wilt U eerst meer weten over Aad Engelfriet:

      klik dan HIER







    Geinteresseerd in mijn andere verhalen over Nederlands- Indië ?
    Er komen er nog meer......


    Pramoedya_Ananta_Toer

    Introduktie geschiedenis Nederlands-Indië



    GG_sJacob

    Governors-General of the Dutch East Indies



    coen

    Jan Pieterszn Coen en de uitroeiing van de bevolking op de Banda eilanden



    raadhuis Batavia 1750

    De moord op ruim 5000 Chinezen in 1740



    Ambon_1817

    Wie was Pattimura ?



    Diponegoro

    Wie was Diponegoro ?



    Radja_van_Lombok

    Het "verraad" van het huidige vakantie eiland Lombok en de "Schatten van Lombok"



    Balinees monument ter herinnering aan de strijd tegen de Nederlanders

    De pacificering van het huidige vakantie eiland Bali



    Wilhelmus van Nassaue,
    Ziet gij dien heldenstoet?
    Zij schoten op de vrouwen
    En drenkten 't land met bloed.
    De kwasten der banieren
    zijn darmen van een kind.
    Licht dat ge aan hun rapieren,
    nog vrouwenharen vindt.

    De Atjehse agressie oorlog.

    De grootste aanvalsoorlog ooit door Nederland gevoerd met als resultaat 100.000 doden en 1.000.000 gewonden



    Bali in the 19th century

    Book covers and references



    Batavia harbour 1870 de kleine boom

    Photos and images of the Dutch East Indies









    ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ

                ......een roofstaat aan de Noordzee......
                .....dat spoorwegen bouwt van gestolen geld en tot
                betaling de bestolene bedwelmt met
                opium, Evangelie en jenever...

                 Aan U durf ik met vertrouwen te vragen of het
                Uw wil is dat daarginds Uw meer dan dertig
                millioenen onderdanen worden mishandeld en
                uitgezogen in UWEN naam?


                Multatuli [1860] ...aan Nederland...Koning Willem III



    Assistent_resident_Eduard_Douwes_Dekker_van_Lebak_Residentie_Bantam



    ....dat dorp stond in brand, omdat het veroverd was door Nederlandsche soldaten.......


    Ja, 't dorp was veroverd door Nederlandsche soldaten, en stond dus in brand.

    Op Nederlandsche heldendaad volgt brand.
    Nederlandsche overwinning leidt tot verwoesting.
    Nederlandsche krygsbedryven baren wanhoop.



    Reakties  welkom

    mijn Nederlands-IndiŽ links

    top






    Back to the Dutch East Indies / Nederlands-Indië INDEX





    Last update :

    4 November 2010