ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ



Homepage

mijn Nederlands-IndiŽ links

INDEX  (bottom)

VOCvlaggaruda

groote broer

......groote broer.......


Atjeh, de bloedige verovering door Nederland (3/4)



Wat kun je op deze 4 pagina's allemaal verwachten

  • Niet alleen een beschrijving van de akties op Atjeh, maar ook de grote lijn van het wie en waarom, volgens de volgende INDELING
  • Veel documentatie materiaal ( foto's, links, kaarten, levensbeschrijvingen van Atjeeërs en Nederlanders )
  • Met natuurlijk ook een LINKS overzicht, bij sommige links ook een samenvatting




  • Sommige afbeeldingen zijn als thumbnail weergegeven : na één klik met de linker muis wordt het volledige beeld getoond, inklusief een toelichting
  • Via de link " Back to Atjeh (#) " kom je weer terug op de pagina waar je was
  • Indien het kB formaat erbij vermeld wordt, dan wordt rechtstreeks doorgelinkt naar de originele source
  • Uiteraard kon ik niet alle foto's die ik heb, opnemen in deze pagina's. Op een aparte pagina met foto's over Nederlands-Indië zal ik ook z.s.m. veel foto's over Atjeh opnemen. In de tekst op deze pagina's zal ik hiervoor soms een link aanbrengen.
  • Waar ik mijn kennis vandaan heb gehaald kun je o.m. vinden op de pagina met book covers.




  • INDELING

    Atjeh 1

  • De kennismaking van Atjeh met de Europeanen
  • Hoe maakten de Nederlanders (Hollanders en Zeeuwen) kennis met Atjeh ?
  • De Nederlandse expansie op Sumatra : op weg naar Atjeh...
  • Een historische herfst wandeling in 1869 in het Haagse Bos
  • Het voorgevoel van Multatuli


  • Atjeh 2

  • Wie was Gouverneur-Generaal James Loudon (1824 - 1900) de man, die de grootste agressie oorlog ooit door Nederland gevoerd, op eigen gezag ontketende
  • De mening van Multatuli over de Minister van Koloniën Fransen van der Putte (1822-1902 )
  • De oorlogsverklaring aan het onafhankelijke Atjeh (26 Maart 1873)
  • De verwerking van de nederlaag , gevolgd door de tweede expeditie
  • Generaal Eenoog en de geconcentreerde linie


  • Atjeh 3

  • Snouck Hurgronje weet de oplossing, van Heutsz schrijft een manifest.....
  • Van Heutsz, van Daalen, Christoffel, Swart, Colijn en vele anderen aan de slag
  • Het Atjehse verhaal met o.m. enkele nu nog bekende Atjehse oeléëbalangs en oelama's
  • Tot 1942 "alles onder controle en gepacificeerd"
  • Een kritische Wekker


  • Atjeh 4

  • Losse eindjes ............. en het LINKS overzicht, bij sommige links ook een samenvatting
  • Reakties


  • Back to the Dutch East Indies / Nederlands-Indië INDEX


    Snouck Hurgronje weet de oplossing, van Heutsz schrijft een manifest.....

    Snouck_Hurgronje

    Door sommigen wordt Snouck Hurgronje een tweede Multatuli genoemd. Waar is dat hij m.b.v. een wetenschappelijk rapport, in opdracht van de regering in Den Haag, precies aangaf wat er mis was gegaan in Atjeh en wat er moest gebeuren om Atjeh te kunnen pacificeren.
    In 1892 werd zijn roemrucht geworden 'Atjeh verslag' slechts gedeeltelijk gepubliceerd, officieel getiteld

    "Verslag omtrent de religieus politieke toestanden in Atjeh"

    2 hoofdstukken uit dit "Verslag omtrent de religieus politieke toestanden in Atjeh" werden gepubliceerd in 1893 onder de naam "De Atjehers", jarenlang werd "De Atjehers" als een wetenschappelijk antropologisch standaardwerk beschouwd.
    De andere twee hoofdstukken bleven tot 1957 staatsgeheim en werden pas toen gepubliceerd als "Ambtelijke adviezen van C. Snouck Hurgronje".

    Geheel onafhankelijk van Snouck Hurgronje (al kenden zij elkaar wel !) schreef van Heutsz, ook in 1892, zijn bekende brochure

    "De onderwerping van Atjeh"

    Op van Heutsz zelf komen we later nog eens uitvoerig terug, maar wie was, de nu nagenoeg vergeten (?), Snouck Hurgronje ?

    Samengevat : volgens onze huidige maatstaven was Snouck Hurgronje een beroemd arabist, (hij beheerste 15 Indonesische talen, hij was de "eerste" Nederlander die met Atjehers in hun eigen taal kon spreken), maar ook een echte 19e eeuwse avonturier en een wetenschappelijk spion die er niet voor terugdeinsde om zijn antropologische kennis over Atjeh te gebruiken om datzelfde Atjeh te veroveren. Tijdens diverse veroveringstochten, of zoals dat toen genoemd werd "excursies", trokken van Heutsz en Snouck Hurgronje samen op. Snouck Hurgronje ondervroeg en verzamelde gegevens voor zijn antropologische studie en besprak de resultaten met van Heutsz....

    snouckenheutsz

    Snouck Hurgronje is de man met het witte jasje helemaal links, van Heutsz was al wat ouder en ook de baas en zit dus rechts

    De 23-jarige Dr.Cristiaan Snouck Hurgronje promoveerde cum laude in 1880 op het onderwerp "Het Mekkaansche feest" oftewel de hadj, de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka.. Geheel volgens de geldende superieure Christelijke normen van die tijd adviseerde de jonge Dr. de regering om het aantal Mekkagangers vanuit Nederlands-Indië te doen verminderen. Moslims werden in die dagen beschouwd als de meest hardnekkige heidenen !
    Op kosten van het Ministerie van Koloniën verbleef hij, in 1884, een jaar in Arabië, bekeerde zich zelfs tot de Islam en noemde zich vanaf die tijd Abd al-Ghaffar, wat betekent "dienaar van de vergevende God". Hem komt de eer toe als eerste Nederlander (en een van de weinige Europeanen) een bezoek te hebben gebracht aan het alleen voor Moslims toegankelijk Mekka ! Door zijn enorme kennis werd hij in Mekka behandeld als een "hoogstaand godsdienstige geleerde". Zijn boek "Mekka" trok bij alle imperialistische mogendheden grote aandacht en hij was hierdoor op slag beroemd geworden. Snouck Hurgronje was de eerste Westerse geleerde die de Islam serieus nam !

    In deze periode ontmoette hij veel Atjehers die op bedevaart waren naar Mekka en kon zich reeds goed verstaanbaar maken in hun eigen taal. Door alle Westerse publiciteit moest hij echter halsoverkop uit Mekka vertrekken, want er waren natuurlijk ook Moslims die in hem een Westerse spion zagen. Door zijn kontakten met Atjehers diende hij in 1887 een verzoek in om "veldwerk" te mogen doen in Atjeh. Maar dit vond men in Batavia veel te gevaarlijk, pas na twee jaar Java mocht Snouck Hurgronje afreizen naar Atjeh.

    In Atjeh betrok Snouck Hurgronje een "onooglijk" huisje buiten de geconcentreerde linie, bemoeide zich weinig met zijn landgenoten, maar des te meer met de Atjehers met wie hij soms dagenlang diskussieerde in hun eigen taal.
    Bij zijn veldwerk maakte hij dankbaar gebruik van zijn status als Hadji, Mekkaganger. Hij sprak zelfs met de gevluchte vrouw van de, kort na de "Kraton is ons" verovering, overleden Sultan en werd dus ook uitgenodigd op allerlei religieuse Atjehse bijeenkomsten. Hij kreeg als Hadji zelfs zoveel vertrouwen dat de, in Atjeh zeer geliefde, heldendichter Dokarim hem diverse keren bezocht.
    Dokarim reciteerde zijn heldendichten namelijk alleen voor zijn eigen volk, maar maakte een uitzondering voor Snouck Hurgronje, die hem sommige gedichten diverse keren liet herhalen om Dokarim te betrappen op wijzigingen.... Dankzij Snouck Hurgronje raakte een van Dokarims' heldendichten, het

    "Epos van de Oorlog met de Kompeuni" (Hikajat Prang Kompeuni)

    ook bekend bij de Nederlanders : via dit steeds bijgewerkte epos werden de Atjehers op de hoogte gehouden van alle ontwikkelingen die te maken hadden met de oorlog met de Nederlanders. Zo werd in dit epos o.m. met groot ontzag gesproken over Generaal Eenoog. Herhaaldelijk werden echter ook de regels herhaald waarin de Atjehers werden opgeroepen tot de Jihad ("heilige oorlog") tegen de ongelovige kaphees ("christenhonden") oftewel de Nederlanders, waarbij veel roem en eer te halen was, want "de Nederlanders waren gekomen om de Islam te doden". Sterven in de strijd tegen de Nederlanders gaf automatisch recht op een plaats in het paradijs.

    In zijn in 1893 gepubliceerde "De Atjehers" gaf Snouck Hurgronje o.m. een perfekte analyse van de machtsverhoudingen binnen Atjeh. Het kwam er terecht op neer dat bijv. de Sultan alleen maar een ceremoniële taak had en dat de werkelijke macht in handen lag van sommige oeléëbalangs en oelama's en de zeer geduchte panglima Polim.

    Enkele nog steeds veel geciteerde stellingen uit "De Atjehers" zijn bijv. :

  • Als wetenschapper in dienst van het imperialisme, met als taak het verheffen van de barbaren tot het beschaafde Europese niveau, zo nodig met geweld, schrijft hij dat "de Atjehers ontucht plegen van allerlei aard. Bijzonder verbreid is de beoefening der pederastie, een specialiteit van de Atjehers." Waarop hij dit baseerde is nooit duidelijk geworden, maar destijds was de reaktie zondermeer "zie je wel, altijd al gedacht" en dus een rechtvaardiging voor het gevoerde beleid


  • Over de geconcentreerde linie schreef hij "wij verkeren in de positie van een aan de ketting liggende aap die door een aantal knapen, zonder veel gevaar voor hun eigen welzijn, tot dolwordens toe geplaagd worden"


  • De taktiek van het platbranden van al dan niet veroverde dorpen moest onmiddellijk gestopt worden, "het geeft den Atjeher weinig vertrouwen". Ook moeten de oeléëbalangs en oelama's der Atjehers "waardig en beschaafd worden benaderd"


  • Zijn belangrijkste, nog steeds beruchtste, konklusie was : "met de oelama's valt niet te onderhandelen, daar hun leer en eigenbelang meebrengen, dat zij alleen voor geweld zwichten. Hen zeer gevoelig slaan, zodat vrees de Atjehers weerhoudt van de gevaarlijk geworden aansluiting aan die bendehoofden, is eene conditio sine qua non van het herstel der rust in Groot-Atjeh"


  • Een oelama, de geestelijk leider van een relegieuse gemeenschap, werd voor het eerst officieel "bendeleider" genoemd, de agressie oorlog van Nederland tegen Atjeh wordt eufemistisch voor het eerst door een wetenschapper "het herstel van de rust" genoemd.

    Het verslag van Snouck Hurgronje veroorzaakte een sensatie : wetenschappelijk was vastgesteld dat Atjeh met een maximum aan geweld getuchtigd moest, om erna gepacificeerd te kunnen worden.

    In de geschiedschrijving in de jaren 1920 werd het als volgt verwoord :

    "Atjeh moest eerst veroverd, dus onderworpen worden, en daarna blijvend bezet, dus gepacificeerd worden. Tussen onderwerping en pacificering ligt een overgangsgebied. Men moest op de overgebleven individuele vijanden en bendeleiders zo hard en zo lang blijven doorslaan dat de Atjehse boer uit vrees weerhouden wordt tot het onderhouden van betrekkingen met welke djahat dan ook" (Een djahat is de gouvernements uitdrukking voor een Atjehse tegenstander)

    Als je dit leest vraag je je af : wie brengt nu waar welke rust.....


    Snouck Hurgronje wist al wie zijn aanbevelingen in praktijk kon brengen : de voor Snouck Hurgronje bekende, toen nog, Majoor J.B. van Heutsz. Ook van Heutsz schrijft toevallig in 1892 een brochure : "De omverwerping van Atjeh", dat wonderwel naadloos aansluit bij het "De Atjehers" verslag van Snouck Hurgronje !

    Van Heutsz is uiteraard veel direkter dan Snouck Hurgronje. Als motto heeft hij zijn brochure de beroemd geworden zin gegeven :

    De Atjeh oorlog knaagt aan ons koloniaal bezit, hij moet eindigen. Laten wij eindelijk aan de beschaafde wereld tonen dat we daartoe in staat zijn !

    Van Heutsz gaat uit van de volgende stellingen :

  • Een vrijheidslievend en krijgshaftig volk onderwerpt zich niet anders dan gedwongen


  • Voor alles moeten wij daarom de Atjeher laten voelen de macht te bezitten, om onzen wil te doen eerbiedigen, onverschillig welke middelen wij toepassen


  • Alleen hij, die toont de macht te bezitten om zijn wil te eerbiedigen, overal en onder alle omstandigheden, ook, waar nodig, door doeltreffende gebruikmaking van den sterken arm, zal de man zijn, die Atjeh tot onderwerping brengt


  • In zijn brochure kraakt van Heutsz het zwalkende beleid van zowel Den Haag als Batavia af. Ook is hij een fel tegenstander van het verstrekken van wapens aan Atjehse bondgenoten : Ieder geweer gegeven aan Atjehers, waar, en bij welke gelegenheid en onder welke omstandigheden ook verstrekt, te eeniger tijd zal het tegen ons worden gekeerd. Als er moet worden gevochten, dan doen we het liever zelf! De volkomen onderwerping van Atjeh kan niet zonder militaire akties. De huidige troepenmacht achter de geconcentreerde linie moet voldoende zijn om Atjeh te onderwerpen, mits we hard en snel toeslaan.

    Van Heutsz eindigt met : Moge ik er in geslaagd zijn vooral de regering te overtuigen, doch ook al is het mij alleen gelukt om aan te tonen, dat ons tot dusverre niet slagen in de onderwerping van het dappere en vrijheidslievende volk van Atjeh, uitsluitend moet worden geweten aan onze telkens terugkerende, weifelende houding, aan ons telkens tonen van zwakheid, aan ons ongelofelijk optimisme en ons gebrek aan wilskracht om te volharden in een eenmaal aangenomen stelsel als dit van kracht getuigde, dan nog zal mijn werk niet nutteloos geweest zijn geweest.
    Want dan zal de regering begrijpen, dat het daarmede thans uit moet zijn en de beeindiging van deze langdurige krijg, het tot orde en rust brengen van dit land, alleen kan geschieden door krachtige dwang en een streng rechtvaardig bestuur, als ook, dat hiertoe alleen in staat is een man van karakter en grote individualiteit, tevens begaafd met een helder verstand, een juisten blik en snelheid van beraad, beleidvol troepenaanvoerder zowel als krachtig bestuurder, een man, die onverzettelijk naar vaste door de regering voor te schrijven beginselen, onwrikbaar op het doel afgaat, en die er ten diepste van overtuigd is, dat de Atjehers zich nooit anders dan gedwongen zullen onderwerpen en dat slechts hij, die toont de macht te bezitten om zijn wil te doen eerbiedigen, de meester zal zijn, aan wiens bevelen zij zullen gehoorzamen.

    Zowel de brochure van Van Heutsz als het verslag van Snouck Hurgronje werden door de regering in welwillende overweging genomen en werd dus voor kennisgeving aangenomen. De pers en dus ook de publieke opinie waren een andere mening toegedaan. Den Haag durfde het echter niet aan om zo rigoreus uit de geconcentreerde linie tevoorschijn te komen, men wedde nog steeds op de door het gouvernement bewapende bondgenoot Teuku Umar die namens het gouvernement buiten de geconcentreerde linie Atjeh aan het pacificeren was.

    Van Heutsz en Snouck Hurgronje hoefden echter niet lang te wachten op het in de praktijk brengen van hun ideëen.

    Hoe het uiteindelijk verder ging met Snouck Hurgronje ?

    Het succes tijdens de Atjeh excursies samen met van Heutsz leidde ook tot de verovering van vele onbekende boeken....al deze boeken werden door Snouck Hurgronje gebruikt voor nieuwe wetenschappelijke antropologische publikaties over Atjeh.

    In 1903 krijgt hij ruzie met van Heutsz en keert terug naar Batavia. Het uiteindelijke breekpunt was de overgave van de pretendent-sultan in 1903 aan van Heutsz. Van Heutsz wilde de pretendent-sultan weer een symbolische macht geven, Snouck Hurgronje vond dit "spelen met de belangen van Atjeh en de toekomstige bestuurshoofden eindelooze moeilijkheden bereiden"
    Pijnlijk voor van Heutsz was dat Snouck Hurgronje gelijk kreeg. De politieke problemen in Atjeh werden niet opgelost door de sultan weer zo'n beetje in ere te herstellen. In een soort testament somde hij alle fouten en tekortkomingen op die hij had ervaren tijdens zijn samenwerking met van Heutsz en dat nam van Heutsz natuurlijk niet. De titel van dit testament werd later wel genoemd "Ik heb altijd gelijk", want fouten door Snouck Hurgronje zelf werden natuurlijk nooit gemaakt.
    Een kleine druppel over de rand van de emmer Van Heutsz was ook Snouck Hurgronje's suggestie om naast een militaire gouverneur ook een niet-militaire gouverneur met veto recht over militaire akties te benoemen. Toevallig kwam het profiel van die niet-militaire gouverneur met veto recht precies overeen met de in Batavia beschikbare Snouck Hurgronje, van Heutsz reageerde dan ook meteen in de trand van "alleen ik en niet samen met hem". Een mooie samenwerking zat er dus niet meer in............

    Als voorbeeld van Snouck Hurgronje's argumentatie het onderstaande citaat n.a.v. de benoeming van majoor G.C.E. van Daalen tot de opvolger van Van Heutsz, op voordracht van Van Heutsz zelf. En weer kreeg Snouck Hurgronje gelijk, het bewind van van Daalen was absoluut geen succes : de van Daalen periode werd later door Wekker het Van Daalen-stelselloos-stelsel oftewel de V a n - d a a l - i s m e periode genoemd !

    'De Heer Van Daalen heeft eene diep gewortelde minachting voor al wat Inlander is. Bladzijden zou ik kunnen vullen met voorbeelden van de inhumane, ruwe, tactlooze manier van bestuur en rechtspraken van dezen in vele opzichten verdienstelijken officier. In het belang van Atjeh hoop ik, dat aan deze mijne waarschuwing door de Regeering het noodige gewicht gehecht zal worden, vůůrdat jaren van treurige ervaring er het stempel op hebben gedrukt. Er moge een zekere voldoening in liggen om, zooals mij in 1896-'98 wedervoer, door menschen die ons vinnig bestreden hebben, de waarheid onzer beschouwingen op grond van niet meer te loochenen feiten te hooren erkennen, veel grooter is de satisfactie van onzalige toestanden, als die van 1892-'96 in AtjŤh heerschten, te voorkomen.'



    In Batavia leefde Snouck Hurgronje als de moefti van Batavia, een groot schriftgeleerde. Hij huwde met een moslimvrouw en kreeg 4 kinderen. Met zijn verdere studie wilde het daar in Batavia niet meer lukken, hij had zijn handen meer dan vol aan het vele vertaalwerk en zijn gezin.
    In 1906 alleen op verlof in Nederland besloot hij niet meer terug te gaan en aanvaardde gretig opnieuw de Leidse leerstoel Arabisch. Bij zijn inauguratie rede putte hij openlijk uit boeken die op Atjeh waren "aangetroffen" en hadden toebehoord aan "verschillende, deels gesneuvelde, deels uitgeweken geleerden".
    Hij trouwde in Nederland opnieuw, zijn Indische familie negerend...

    In Nederland werd hij voorstander van een "inheemse emancipatie, de inheemse bevolking moest de grootst mogelijke autonomie worden verleend"
    Over Atjeh merkte hij op dat "door het zich neerleggen bij een grote militare overmacht het Atjehse volk geestelijk in verval was geraakt".

    Andere onderzoekers vatten het zo samen :

    "Dat met den val van Atjehs zelfstandig volksbestaan, de geheele volkskracht, de psychische energie van het geheel zoowel als van den enkeling in groote mate heeft ingeboet"

    Snouck Hurgronje was hierdoor duidelijk teleurgesteld (!). De schuld hiervoor alleen bij de militairen leggen, dat ging ook hem te ver! Ook Snouck Hurgronje had zich gewoon vergist in de aard van de Atjehers. Zijn grote historische (achteraf) vergissing is geweest de gedachte dat het door het "gevoelig slaan" van de inderdaad feodale oeléëbalangs en oelama's het volk van Atjeh zich snel zou ontwikkelen tot het door Snouck Hurgronje voorspelde niveau.

    Snouck Hurgronje overleed in 1936 op 79-jarige leeftijd.

    BACK


    Back to the Dutch East Indies / Nederlands-Indië INDEX


    Van Heutsz, van Daalen, Christoffel, Swart, Colijn en vele anderen aan de slag

    Over de in deze paragraaf besproken periode is het meest gepubliceerd en zijn zeer veel details bekend, het is dan ook de meest bloedige periode uit de Atjehse agressie oorlog.

    WAARSCHUWING : er staan schokkende passages in en er wordt verwezen naar soms gruwelijke foto's.... dus wees voorbereid...
    Volgens onze huidige normen zijn de hieronder genoemde daden Misdaden tegen de Menselijkheid en zouden de verantwoordelijken zich voor oorlogsmisdaden moeten verantwoorden voor een VN tribunaal


    Spotprent_Albert_Hahn Er ontstond al in 1905 in de Tweede Kamer een diskussie of zoveel geweld bij de pacifikatie van Nederlands-Indié wel nodig was...

    Het 2e Kamerlid Victor de Stuers stelde :

    " Als ik optel alle elementen van kwaadwillende aard, die wij om tot pacificatie te geraken van kant hebben gemaakt sinds 1899, dus in 7 jaar tijd, kom ik tot het respectabele getal van 15.802 elementen van kwaadwilllende aard, die van kant zijn gemaakt door de elementen van goedwillende aard, de Hollanders"


    Het leverde hem bijgaande spotprent op !



    Trouwens deze versie van het Wilhelmus uit 1904, opgesteld door een 2e Kamerlid, liegt er ook niet om :

    Wilhelmus van Nassaue,
    Ziet gij dien heldenstoet?
    Zij schoten op de vrouwen
    En drenkten 't land met bloed.
    De kwasten der banieren
    zijn darmen van een kind.
    Licht dat ge aan hun rapieren,
    nog vrouwenharen vindt.


    En de 2e Kamer ging vervolgens over tot de orde van de dag .............

    Op mijn pagina Nederland en zijn koloniale verleden mijn motivatie voor het samenstellen van deze Nederlands-Indië website !


    Om deze pagina niet te zwaar te maken, heb ik maar weer een aparte pagina gemaakt die heet

    Een stelletje bloedhonden

    Via de bloedhonden pagina of via het onderstaande lijstje kun je ook verder naar de verschillende biografieën van onze bloedhonden....

  • Ook een link naar de kaart van Atjeh tijdens de Van Heutsz en Van Daalen excursies
  • Van Heutsz
  • Colijn
  • Christoffel
  • Van Daalen
  • Swart


  • Op zoek naar enkele originele fragmenten uit


    Destijds werd zoiets een excursie genoemd en dus hebben we het nu, in de 21e eeuw, over een

    bloedige Nederlandse koloniale excursie

    klik dan HIER

    kempeeskaft

    Via de onderstaande thumbnail foto's kun je het volgende bekijken :

  • de beroemde foto van Van Heutsz bij Batè Ilië
  • de overgaven van Sultan Muhamad Daud aan Van Heutsz en Colijn
  • foto's na akties van Van Daalen en Christoffel in de Gajo en Alas hooglanden in het zuiden van Atjeh, vooral die van Kuta Reh is weerzinwekkend
  • ook een prachtige kaart van Batavia in 1897, waar uiteindelijk de opdracht vandaan kwam om Atjeh te pacificeren


  • BACK





    van_Heutsz.jpg

     

    Surrender_of_Sultan_Muhamad_Daud.jpg

     

    Gajo1_ Atjeh.jpg

     

    Gajo2_Atjeh.jpg

     

    Kuta_Reh.jpg

     

    Marechaussee_action_Atjeh.jpg

     
    Batavia_1897.jpg
    Batavia_1897_map.jpg
    432.64 kB

    Back to the Dutch East Indies / Nederlands-Indië INDEX


    Het Atjehse verhaal met o.m. enkele nu nog bekende Atjehse oeléëbalangs en oelama's

    Wat zijn oeléëbalangs en oelama's, wat is een panglima en wat betekenen al die aanspreektitels :

  • Een oeléëbalang is een traditioneel hoofd en meestal van adel, zijn aanspreektitel is Teuku
  • Een oelama is een godsdienstig leider, zijn aanspreektitel is Teungku
  • Een oelama die in Mekka is geweest, heeft de aanspreektitel Teungku Chik of gewoon Chik
  • Een panglima is de eretitel voor een (of de) belangrijk(st)e militaire commandant
  • Een prinses heeft de aanspreektitel Pocut
  • Een adellijke vrouw heeft de aanspreektitel Cut of Tjoet


  • De 3 federaties heten in Atjeh Sagi's. Iedere Sagi, met aan het hoofd een panglima, geadviseerd door een of meerdere oelama's, is weer onderverdeeld in een aantal vorstendommen geleid door een oeléëbalang en weer geadviseerd door een of meerdere oelama's. In Atjeh worden geen namen gegeven aan de Sagi's en de vorstendommen, maar wordt het volgende systeem gehanteerd :

    Het Atjehse volk woont in moskee gemeenten. Een moskee gemeente oftewel een Moekim, kan een of meerdere dorpen omvatten. Het vorstendom krijgt nu als naam het getal van het aantal in haar gebied liggende Moekims. Zijn er in een vorstendom 6 Moekims, dan krijgt het vorstendom de naam VI (6) Moekims.

    Op de onderstaande kaart zijn er dus vorstendommen die heten VI (6) Moekims of IX (9) Moekims. Alle Moekims in een Sagi worden opgeteld en zo krijg je dus de Oostelijke Sagi met 26 Moekims, oftewel Sagi 26. En zo bestaat er ook de Zuidelijke Sagi 22 en de Westelijke Sagi 25.
    In deze dagen werd er dus gesproken van de 6 Moekims van Sagi 25.

    Alle Sagi's zijn gegroepeerd rondom de Sultans Dalam in het toenmalige Kota Radja met het vrije priesterschap Longbata.

    grootatjeh

    De Nederlandse wetenschappelijke spion Snouck Hurgronje kreeg rond 1890, als Hadji, zoveel vertrouwen van de Atjehse bevolking dat de, in Atjeh zeer geliefde, heldendichter Dokarim hem diverse keren bezocht.
    Dokarim reciteerde zijn heldendichten namelijk alleen voor zijn eigen volk, maar maakte een uitzondering voor Snouck Hurgronje, die hem sommige gedichten diverse keren liet herhalen om Dokarim te betrappen op wijzigingen.... Dankzij Snouck Hurgronje raakte een van Dokarims' heldendichten, het

    "Epos van de Oorlog met de Kompeuni" (Hikajat Prang Kompeuni)

    ook bekend bij de Nederlanders : via dit steeds bijgewerkte epos werden de Atjehers op de hoogte gehouden van alle ontwikkelingen die te maken hadden met de oorlog met de Nederlanders. Zo werd in dit epos o.m. met groot ontzag gesproken over Generaal Eenoog. Herhaaldelijk werden echter ook de regels herhaald waarin de Atjehers werden opgeroepen tot de Jihad ("heilige oorlog") tegen de ongelovige kaphees ("christenhonden") oftewel de Nederlanders, waarbij veel roem en eer te halen was, want "de Nederlanders waren gekomen om de Islam te doden". Sterven in de strijd tegen de Nederlanders gaf automatisch recht op een plaats in het paradijs.

    Rond WOII vroegen sommige Nederlanders zich af :

    "Waar was ons, waar was het Hollandse Epos over de Atjehoorlog ?! Waarom, als wij dan de rol van beschavingsbrengers op ons hadden genomen en ook de verantwoordelijkheid om de Christelijke waarden te vuur en te zwaard over het Atjehse volk uit te storten, bestond dan daarvan geen heldendicht in onze schone letteren ?! Het Hikajat Prang Kompeuni werd geschreven door een vertegenwoordiger van een dapper volk in een tijd dat wij hen als "Muzelmanse barbaren" bestreden en onderwierpen met de leuze "Wij brengen hun de beschaving" Plotseling voelen wij ons bekropen door een vreemdsoortige schaamte. Wat hebben wij geschreven als epos, wat wij op onze beurt, aan het door ons beoorloogde volk, in Naam der Beschaving, kunnen schenken ?! De monografie van Snouck Hurgronje ? "

    Snouck Hurgronje schreef een wetenschappelijk rapport, in opdracht van de regering in Den Haag, waarin hij precies aangaf wat er mis was gegaan in Atjeh en wat er moest gebeuren om Atjeh te kunnen pacificeren.
    In 1892 werd dit roemrucht geworden 'Atjeh verslag' slechts gedeeltelijk gepubliceerd, officieel getiteld

    "Verslag omtrent de religieus politieke toestanden in Atjeh"

    2 hoofdstukken uit dit "Verslag omtrent de religieus politieke toestanden in Atjeh" werden gepubliceerd in 1893 onder de naam "De Atjehers", jarenlang werd "De Atjehers" als een wetenschappelijk antropologisch standaardwerk beschouwd.
    De andere twee hoofdstukken bleven tot 1957 staatsgeheim en werden pas toen gepubliceerd als "Ambtelijke adviezen van C. Snouck Hurgronje".

    Het verhaal van de

    Geschiedenis van Atjeh


    gebaseerd op de ballades van Dokarim, rondom Tjoet Nja Din oftewel Cut Nyak Dhien, heb ik op de aparte bovengenoemde "Geschiedenis van Atjeh" pagina ondergebracht, inklusief een kopie van de reeds op deze pagina gegeven inleiding.

    Tjoet Nja Din was afkomstig uit een Atjehse adellijke familie en is nog steeds zeer beroemd in Atjeh. Zij is een van de Nationale Helden van Indonesië. Veel Indonesische straten dragen haar naam.

    Rond WOII werd Tjoet Nja Din als volgt wordt omschreven :

    "Geen van de kerels, die aanvoerders waren in de lange heilige oorlog van Atjeh tegen Ons, heeft ons zo fel gehaat, zo ongenaakbaar bestreden als zij en weinigen hebben als zij geofferd aan macht en bezit. Nooit in haar verzet, is zij een stap geweken, nooit was zij weifelmoedig, nooit omkoopbaar.Door ons verbannen, is zij in ballingschap gestorven. Men zegt : verzoend. Maar dat kan niet geloofd worden. Waarom trouwens, zouden wij dat "verzoend-zijn" van haar verlangen ?! Als een pleister op de wonde van ons geweten? Ter meerdere glorie van onze zegepraal? Neen, laten wij haar eren als onze bitterste, onverzoenlijkste vijandin, die gebroken werd door onze overmacht"

    Via de link " Back to "Atjehse Helden" thumbnails ", links bovenaan van de "Geschiedenis van Atjeh" pagina kom je weer terug bij de onderstaande thumbnails.

    Via de onderstaande thumbnail foto's kun je ook de volgende samenvattingen lezen over :

  • Teuku Umar


  • Chik Di Tiro


  • Tjoet Nja Din oftewel Cut Nyak Dhien


  • BACK




    Atjehse Nationale Helden


    Teuku_Umar.jpg

     

    Chik_Di_Tiro.jpg

     

    Cut_Nyak_Dhien.jpg

     

    Back to the Dutch East Indies / Nederlands-Indië INDEX


    Tot 1942 "alles onder controle en gepacificeerd"

    Mocht je denken dat vanaf de jaren 1920 tot de inval van de Japanners in 1942, het overal in Nederlands-Indië rustig is geweest, niets is minder waar, vooral niet op Atjeh.
    In de pers werd er niet of nauwelijks overgeschreven, maar als je door allerlei boeken die rond WOII geschreven zijn, heen gaat, vind je, zo tussen de regels door, van alles!

    Dus maar eerst eens wat eufemismen uit de periode begin 1900, dezelfde terminologie wordt ook gebruikt in de jaren tot 1942 en soms worden ze ook nu nog steeds gebruikt (zie mijn ingezonden brief aan de Volkskrant) :

  • 1894 : De radja van Lombok wordt 'tot rede gebracht'
  • 1896 : In Atjeh wordt met 'de pacificatie een begin gemaakt' oftewel men achtervolgt Teuku Umar
  • 1901 : Op Djambi 'neemt de uitbreiding van ons gezag een aanvang'
  • 1903 : Op Korintji 'wordt met de wapens opgetreden'
  • 1905 : Op Borneo 'wordt aan een langdurig gevecht een einde gemaakt'
  • 1905 : Celebes 'wordt geheel onder rechtstreeks bestuur gebracht'
  • 1906 : Op Bali 'wordt onze macht afdoende bevestigd'
  • 1908 : Op de Aroe eilanden 'worden de grenzen van van onze bestuursbemoeienissen belangrijk uitgebreid'
  • 1910 : Op Halma-Heira 'worden de toestanden geordend'
  • 1912 : Op Riouw 'wordt het vorstenbestuur met enig militair vertoon afgeschaft'


  • In de verhalen over Atjeh heeft men het bijvoorbeeld steeds over 'bendeleiders' die rondzwerven door een 'onrustig' gebied wat 'dus schoongemaakt' dient te worden tijdens een 'tuchtigingsexcursie'.
    Als de 'bende' is opgespoord, is het zaak ze 'zoo geruisloos mogelijk' te benaderen.
    In het 'onvermijdelijke' vuurgevecht worden de meestal 'woest uitziende bendeleden' neergeschoten.
    De 'bendeleider' ontsnapt wel eens en na een soms dagenlange achtervolging gelukt het om ook hem 'neer te leggen'.
    Soms is het niet te vermijden dat ook 'verdorven' vrouwen moeten worden neergelegd, ook zij nemen soms de wapens tegen ons op.
    Soms worden de 'bendeleiders' van te voren gevraagd zich over te geven, doen ze dat niet 'spontaan', dan kiezen ze er dus zelf voor om 'sjahid' te worden.
    Sommige 'bendes' worden tijdens het gevecht opgehitst door 'fanatieke onverzoenlijke' oelama's onder het roepen van het 'ophitsende Allah il Allah', allen 'neerleggen' was dan het 'devies'. De 'laffe' oelama neemt niet deel aan het gevecht en is er 'al van door', op zoek naar nieuwe 'volgelingen' die zich laten 'overhalen ons pacificatie werk te verstoren'.

    Het volgende fraaie stukje proza is te vinden op de pagina Atjehse Helden "

    'In plaats van onze wegen en bruggen en spoorwegen in zijn land te waarderen, in plaats van dankbaar te zijn, dat wij het oude krot van een moskee Longbata sloopten en met het puin ervan het drassige terrein netjes ophoogden; in plaats van begrip te tonen voor onze liberale geste omtrent de cadeau gedane nieuwe Grote Moskee, waarmee wij toch duidelijk getoond hadden hun alleen maar te vuur en te zwaard onze Koloniale Orde te hebben willen opdringen en niet eens onze Christelijke Ethiek, kortom, in plaats van onze bedoelingen, die ondanks de door ons begane vernieling van hun huizen, erven en aanplanten, goed waren, te waarderen en te honoreren met loyale onderworpenheid, verloochenen de Atjehers hun afkeurenswaardige aard niet, maar toonden onmiddellijk, toen zij zagen, dat wij ons ontwapend hadden, hun trouweloosheid en valsheid. Zij begonnen weer onze patrouilles, convooien en posten te overvallen, zij vernielden onze spoorlijnen, onze bruggen en onze telegraafdraden, allerwege groeide het Verzet en wij konden dat met ambtenaren en Politie niet keren en toen werd het een anarchie in Atjeh als het nog zelden was geweest. Zelfs vielen zij, die wij nu "De Vijand" noemen, het land binnen en deden een greep naar hun oorspronkelijk gezagsgebied, totaal negerend dat wij officieel de Verzoening hadden ingevoerd'





    regent met 4 Oeléëbalangs 1910

    Foto uit 1910 : het Gezag met 4 Atjehse Oeléëbalangs




    heutsz monument kota radja 1932

    Foto uit 1932 : het van Heutsz monument in Kota Radja onthuld

    Nederlanders die in de jaren 1920 door Groot-Atjeh reisden meldden dat het gebied zoo'n desolate indruk maakte......

    Uiteraard, want Groot-Atjeh, in de vallei van de Atjeh-rivier had driekwart van zijn bevolking verloren: gesneuveld of gevlucht.
    In de 'onderhoorigheden' had vaak een kwart van de inwoners het leven gelaten. ledere streek had zijn helden en zijn martelaren, iedere familie haar omgekomen geliefden en dierbaren, iedere Atjeher zijn bittere herinneringen.

    Hoe kon hij vergeten? Hij kreeg geen kans om te vergeten, want de gehate Nederlanders dwongen hem ook nog eens belasting te betalen, ongeveer een gulden per jaar, en 24 dagen per jaar 'herendienst' te verrichten.

    Veel Atjehers waren naar MaleisiŽ gevlucht om onder die druk en vernedering uit te komen. In Atjeh was nooit belasting geheven, behalve op import en export en in incidentele gevallen. Later stonden de Nederlanders toe de herendienst af te kopen a raison van drie gulden per jaar. De meeste Atjehers konden zo'n groot bedrag niet opbrengen en waren ieder jaar weer gedwongen zich 24 dagen lang als een slaaf in het zweet te werken voor de Nederlandse overheersers.

    In Daya, aan de westkust, legde in 1924 een grote groep mannen de gelofte af te zullen strijden in de Heilige Oorlog en voegde de daad bij het woord. Ook in Bakongan, in Zuid-Atjeh, laaide de strijd weer op. Daar waren de bewoners ook aangemoedigd door communistische propagandisten, die volledige vernietiging van het koloniale bestuur voorstonden, vrijheid voor alle mensen en afschaffing van herendienst en belastingen.

    Drie jaar lang woedde er op ouderwetse wijze oorlog. De Atjehers pleegden aanslagen op kampementen, vielen transporten en militaire installaties aan, voerden moordaanslagen uit op Nederlandse bestuursambtenaren en verrichtten sabotage aan spoorbanen en wegen.

    In Kota Radja werd de landschapskas met 11.000 gulden geroofd.
    De coryfeeŽn van de Nederlandse marechaussee, die op hun lauweren rustten, werden opgeroepen om de opstand te smoren. Opnieuw ging het meedogenloos toe. In een klein district in het zuiden van Atjeh sneuvelden in een jaar 119 Atjehse krijgers en 21 militairen van het KNIL.

    De Nederlanders weigerden het oorlog te noemen en spraken hardnekkig van 'onlusten' en 'lokale opstand'.

    In 1928 overvielen Atjehers een militair transport, in 1932 leidden voorbereidingen tot de Heilige Oorlog tot 'onlusten' in de Alas landen, in 1933 werden bij een 'lokale opstand' 14 Atjehers door KNIL-troepen uitgeschakeld, in 1937 werden in Leupeng 1 oelama en 3 Atjehers gedood die zich in de meunasah, de gebedshal, hadden verschanst.

    "Atjeh is wel bedwongen, maar nog geenszins bevredigd. De geest verzet zich nog steeds," rapporteerde in 1921 een Nederlandse ambtenaar.

    De onderwerping van de vrijheidslievende Atjeher had geleid tot diepe geestelijke en vaak ongeneeslijke wonden. Psychische depressie en veel krankzinnigheid waren het gevolg.
    Het aantal geestelijk gestoorden liep zo op dat een oeléëbalang bij het Nederlands bestuur aanklopte om hulp.
    De regering, schreef hij, bouwde zulke dure en fraaie gevangenissen, dat misdadigers ernaar verlangden daar enige tijd te mogen doorbrengen. 'Waarom heeft het Gouvernement niet een deel van het geld gebruikt om den zieken man of den krankzinnige een goed onderdak te geven? Die heeft daaraan meer behoefte dan al die boosdoeners.

    Een psychiater, die een onderzoek instelde, constateerde een noodsituatie. Er waren meer dan 1000 zwaar gestoorden op een bevolking van 700.000. De Atjehers, angstig voor de woede-uitbarstingen van deze 'bezetenen', behandelden hen wreed en hielden hen dag en nacht vastgeketend, soms van top tot teen vastgesnoerd met dikke rotan. De psychiater trof mensen aan die meer dan tien jaar in een blok vastzaten, helemaal krom gegroeid waren en niet meer konden lopen.
    GeÔmponeerd door de omvang van het probleem liet de Nederlandse regering in Sabang de grootste inrichting van heel Nederlands-Indie bouwen .Tegen het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden daar circa 1400 geestelijk gestoorden verpleegd.

    De geestelijke gestoordheid van zoveel Atjehers werd gelijk gebruikt om het fenomeen van de 'Atjeh-moorden' te verklaren, de zelfmoordaanslagen op Nederlandse militairen en ambtenaren. De moordenaars werden nooit psychiatrisch onderzocht, voornamelijk omdat zij onmiddellijk na de aanslag werden neergesabeld, maar de Atjeh-moord leek eerder op een eenmansoorlog tegen een gehate Nederlander dan het werk van een geestelijk gestoorde. De Atjeh moordenaar steeg, als hij bij de aanslag sneuvelde, rechtstreeks op naar de verrukkingen van het hemelse paradijs......

    Atjeh-moorden kwamen zo vaak voor en waren zo onvoorspelbaar dat Atjeh een spookbeeld werd voor de Nederlandse koloniale werknemers. Wie bericht kreeg dat hij in het gewest Atjeh werd geplaatst, sloeg de schrik om het hart en probeerde vrouw en kinderen snel naar Nederland te sturen.
    Van 1910 tot 1920 vonden 75 Atjeh moorden plaats. In de volgende tien jaren 51 en daarna nog eens 28. Het angstaanjagende was dat je je er niet tegen kon verweren, want de aanslagen waren nauwkeurig voorbereid en werden in koelen bloede en bij het volle verstand uitgevoerd.

    Een voorbeeld : In 1933 verliet KNIL-kapitein Schmid zijn woning in Lhoksukon. Hlj werd kalm en rustig gepasseerd door een Atjeher die hem vriendelijk groette en meteen daarop neerstak met zijn rencong. Schmid stierf. Zijn moordenaar werd door toegesnelde militairen met de klewang neergehouwen. Hij bleek Amat Leupon te heten, die zich tijdens zijn leven nooit openlijk had laten kennen als een vijand van de Nederlanders. Maar wie als kind met eigen ogen heeft gezien hoe zijn vader door de Nederlanders werd doodgeschoten, zal zijn leven lang haat blijven koesteren tegen de Nederlanders.
    Het overkwam Amat toen hij een jaar of tien was. En toen zijn leven verder misliep (moeder dood / ongelukkig huwelijk / ongelukkig tweede huwelijk / geldgebrek) besloot hij net als zijn vader als martelaar te sterven en het aardse tranendal te verruilen voor de zegeningen van Allahs paradijs.
    Zorgvuldig koos hlj een slachtoffer uit, de plaats van de aanslag, het moordwapen en hlj verzekerde zich ervan dat hlj zelf ook om het leven zou komen. De dag van de aanslag vertrok hij vroeg van huis en omstreeks negen uur pleegde hij kalm en rustig zijn daad.

    Aangezien er volgens de Nederlanders geen oorlog meer was in Atjeh, konden er ook geen eenmansoorlogen bestaan. De Atjeh-moorden werden daarom afgedaan als gekkenwerk (alsof oorlog voeren dat niet was). Maar voor de Atjehers was het nog steeds Heilige Oorlog, ook al ontbraken de oorlogsleiders.

    "Een Heilige Oorlog eindigt pas als zijn doel is bereikt en dus ging de Heilige Oorlog door totdat de laatste Hollander uit Atjeh was verdreven, al hadden we niet steeds de kracht om ze te bevechten. Maar we hadden gezworen dat we niet zouden rusten totdat we de laatste ongelovige Nederlander uit ons land gejaagd hadden. Overeenkomstig de wil van Allah"

    Enkele jaren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwamen belangrijke oelama's en oeléëbalangs bijeen en legden een plechtige eed af dat ze de strijd tegen de Hollanders weer zouden opnemen zodra zich de gelegenheid voordeed.

    Onder hen waren Teukoe Muhammed Ali, die in 1941 zijn vader zou opvolgen als Panglima Polem, hoofdbestuurder van de 22 Moekims, en Teukoe Njak Arif, hoofdbestuurder van de 26 Moekims.
    De eedsaflegging vond plaats in het diepste geheim. Het Nederlandse gezag had geen flauw vermoeden van wat er zich achter zijn rug afspeelde. Het meende dat het nog nooit zo goed was gegaan in Atjeh :

    "De politieke toestand in Atjeh gedurende de laatste jaren voor de oorlog kon niet anders dan gunstig worden genoemd", vond het gouvernement.

    Dr. A.J. Piekaar, secretaris van de gouverneur zag veel vooruitgang: "Het scheen dat de bevolking zich eindelijk definitief bij de Nederlandse overheersing had neergelegd en inzag, dat geen andere weg dan die van samenwerking overbleef. Men kreeg zelfs de indruk, dat in brede lagen der bevolking de door het Nederlands bestuur gebrachte rust en orde, rechtszekerheid en economische en culturele vooruitgang werden geapprecieerd."

    Schijn bedroog. Zoals steeds in Atjeh was de wens van het Nederlandse gezag de vader van de gedachte.

    Piekaar: "Steeds duidelijker toch begon zich een verandering ten goede in de houding der bevolking af te tekenen. De eerste schreden op de weg naar een aanvaarding van - misschien is het juister te spreken van berusting in -het Nederlandse bestuur waren gezet. Eindelijk scheen de bevolking haar historische uitgesproken anti-Nederlandse instelling te hebben laten varen. Zelfs een begin van vertrouwen en waardering scheen aangekweekt."

    Waarop deze zonnige kijk was gebaseerd, wordt niet duidelijk......

    de 'oude' Panglima Polim in 1938

    de 'oude' Panglima Polim
    met de afgeknot-kegelvormige koepiah en het Nederlandse ridderkruis (1938)


    'Klein van stuk als hij is, maakt hij geen imposanten indruk en in het beminnelijke oude heertje met zijn zeer zwakke oogen achter de dikke brilleglazen is weinig meer over dat aan den strijdbaren, vurigen aanvoerder van verzetslieden doet denken'



    De zoon van de 'oude' Panglima Polim (zie bovenstaande foto) (link), de 'jonge' Panglima Polim, gaf in februari 1942 het startsein voor een algehele opstand tegen de Nederlanders. In de nacht van 7 op 8 maart 1942 werden alle verbindingen vanuit Kota Radja vernield. Op 11 maart begon de vlucht van de Nederlanders uit Atjeh. In de daaropvolgende nacht vielen de Japanners binnen.

    Na WOII zijn de Nederlanders niet meer teruggeweest in Atjeh en bestuurden de Atjehers 'zichzelf'. In deze 'sociale revolutie' periode werd bloedig afgerekend met alle oeléëbalangs die in de ogen van veel Atjehers te veel op de hand van de Nederlanders waren geweest. Hele families zijn in deze dagen uitgemoord. Aan de macht van de oeléëbalangs was definitief een einde gekomen.

    Al in 1953 brak weer een opstand uit toen het centrale gezag in Jakarta Atjeh voegde bij de Deelstaat Noord-Sumatra, pas in 1959 werd de situatie weer wat genormaliseerd : Atjeh werd een 'apart' gebied met autonome rechten.

    In 1976 proclameerde de achterkleinzoon van Chik Di Tiro, Teungku Hasan Di Tiro, de onafhankelijkheid van de islamitische staat Atjeh. Het ASNLF oftewel het Acheh Sumatra National Liberation Front - ASNLF, protesteert nog steeds van tijd tot tijd voor de Nederlandse ambassade. (zie de ASNLF link)

    aceh-flag

    ACEH MERDEKA


    BACK


    Back to the Dutch East Indies / Nederlands-Indië INDEX


    Een kritische Wekker

    Mocht je nu denken dat alles wat op deze pagina's qua Nederlandse koloniale wandaden staat, pas nu bekend is : niets is minder waar.

    vanuit mijn Nederlands-Indië website de onderstaande voorbeelden :

    Uit mijn Lombok pagina en Bali pagina:

    Spotprent_Albert_Hahn Toch ontstond er ook in de Tweede Kamer een diskussie of zoveel geweld bij de pacifikatie van Nederlands-Indié wel nodig was...

    Het 2e Kamerlid Victor de Stuers stelde al in 1905 :

    " Als ik optel alle elementen van kwaadwillende aard, die wij om tot pacificatie te geraken van kant hebben gemaakt sinds 1899, dus in 7 jaar tijd, kom ik tot het respectabele getal van 15.802 elementen van kwaadwilllende aard, die van kant zijn gemaakt door de elementen van goedwillende aard, de Hollanders"


    Het leverde hem bijgaande spotprent op !


    In mei 1902 werd kolonel Scheurer, de man van de bestorming van Cakranegara op Lombok, die aan het hoofd van zijn troepen ging onder het fluiten van zijn lijfdeuntje :

    Alles kost een dubbeltje


    en die ook in Atjeh "goed werk heeft gedaan", een diner aangeboden met het volgende menu :

    Dinertje voor kolonel Scheurer



    met als hoogtepunt het dessert :

    Cakranegara Dessert


    Terug naar de Tweede Kamer :

    Onze soldaten deden bij deze overwinning geen enkele juichkreet horen. Daarom wil ik deze vorst vanuit het Nederlandse parlement mijn tol van eerbied niet onthouden voor de fierheid van karakter, die hij heeft getoond en voor de heldendood die hij is gestorven. Een heilige plicht blijft op ons rusten om vergeving te vinden voor die vreselijke feiten die ik zou willen wegwissen uit onze historie"



    Trouwens deze versie van het Wilhelmus uit 1904, opgesteld door een 2e Kamerlid, liegt er ook niet om :

    Wilhelmus van Nassaue,
    Ziet gij dien heldenstoet?
    Zij schoten op de vrouwen
    En drenkten 't land met bloed.
    De kwasten der banieren
    zijn darmen van een kind.
    Licht dat ge aan hun rapieren,
    nog vrouwenharen vindt.


    En de 2e Kamer ging vervolgens over tot de orde van de dag .............

    Op mijn pagina Nederland en zijn koloniale verleden mijn motivatie voor het samenstellen van deze Nederlands-Indië website !

    WEKKER

    Wat betreft Atjeh verschenen er in het Haagse blad 'De Avondpost' in 1907 een aantal artikelen geschreven door de Oud-Maréchaussée-Officier van het Nederlandsch Oost-Indisch leger W.A. van Oorschot, onder het pseunoniem "Wekker". Wekker betoogde in 1907 dat het Nederlandse leger op Atjeh versterkt moet worden om het aantal Nederlandse wandaden te verminderen. Over de diepere reden dat Nederland daar helemaal niets te zoeken had, geen woord. Hij besluit met :

    "Laat de schande van een vier en dertig jarig onvermogen om een primitief bewapenden onontwikkelden inlandschen stam ten onder te brengen niet nog langer onzen naam en geschiedenis bezoedelen.
    Ons nageslacht zal er ons voor danken. (...!....)

    Atjeh kán en móet gepacificeerd worden!"

     


    Uit zijn uitvoerige verslagen zijn een groot aantal wandaden te destilleren, die ik op een aparte

    wekker pagina


    heb samengevat.

    WAARSCHUWING : er staan schokkende passages in..... dus wees voorbereid...



    BACK






      Op de Volksuniversiteit Geldrop start op woensdagavond 6 oktober 2010 een cursus van 10 avonden over de geschiedenis van de Nederlandse KoloniŽn. Ook wordt dan natuurlijk de geschiedenis van Atjeh besproken!

      Docent: Aad 'arcengel' Engelfriet, cultureel-historisch reisleider, stadsgids en geschiedenis docent. Webmaster van deze grootste Nederlandstalige geschiedenis website, een erkend specialist op het gebied van de Nederlandse koloniale geschiedenis.

      Voor meer info:

      klik dan HIER




      Geinteresseerd in een historische rondleiding voor uw eigen groep(je) door Aad 'arcengel' Engelfriet, webmaster van deze grootste Nederlandstalige geschiedenis website, door o.m. een stad of streek in bijv. Nederland, BelgiŽ, Duitsland, Groot-BrittanniŽ, Ierland en/of een historische lezing, publicatie, recensie:

      Voor meer vrijblijvende informatie

      aad@engelfriet.net

      Wilt U eerst meer weten over Aad Engelfriet:

      klik dan HIER







    Back to the Dutch East Indies / Nederlands-Indië INDEX


    Continue with Atjeh 1


    Continue with Atjeh 2


    Continue with Atjeh 4




    Geinteresseerd in mijn andere verhalen over Nederlands- Indië ?
    Er komen er nog meer......


    Pramoedya_Ananta_Toer

    Introduktie geschiedenis Nederlands-Indië



    GG_sJacob

    Governors-General of the Dutch East Indies



    coen

    Jan Pieterszn Coen en de uitroeiing van de bevolking op de Banda eilanden



    raadhuis Batavia 1750

    De moord op ruim 5000 Chinezen in 1740



    Ambon_1817

    Wie was Pattimura ?



    Diponegoro

    Wie was Diponegoro ?



    Radja_van_Lombok

    Het "verraad" van het huidige vakantie eiland Lombok en de "Schatten van Lombok"



    Balinees monument ter herinnering aan de strijd tegen de Nederlanders

    De pacificering van het huidige vakantie eiland Bali



    Wilhelmus van Nassaue,
    Ziet gij dien heldenstoet?
    Zij schoten op de vrouwen
    En drenkten 't land met bloed.
    De kwasten der banieren
    zijn darmen van een kind.
    Licht dat ge aan hun rapieren,
    nog vrouwenharen vindt.

    De Atjehse agressie oorlog.

    De grootste aanvalsoorlog ooit door Nederland gevoerd met als resultaat 100.000 doden en 1.000.000 gewonden



    Bali in the 19th century

    Book covers and references



    Batavia harbour 1870 de kleine boom

    Photos and images of the Dutch East Indies









    ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ

                ......een roofstaat aan de Noordzee......
                .....dat spoorwegen bouwt van gestolen geld en tot
                betaling de bestolene bedwelmt met
                opium, Evangelie en jenever...

                 Aan U durf ik met vertrouwen te vragen of het
                Uw wil is dat daarginds Uw meer dan dertig
                millioenen onderdanen worden mishandeld en
                uitgezogen in UWEN naam?


                Multatuli [1860] ...aan Nederland...Koning Willem III



    Assistent_resident_Eduard_Douwes_Dekker_van_Lebak_Residentie_Bantam



    ....dat dorp stond in brand, omdat het veroverd was door Nederlandsche soldaten.......


    Ja, 't dorp was veroverd door Nederlandsche soldaten, en stond dus in brand.

    Op Nederlandsche heldendaad volgt brand.
    Nederlandsche overwinning leidt tot verwoesting.
    Nederlandsche krygsbedryven baren wanhoop.



    Reakties  welkom

    mijn Nederlands-IndiŽ links

    top






    Back to the Dutch East Indies / Nederlands-Indië INDEX





    Last update :

    6 April 2010